'Mijn herinneringen aan Zimbabwe zijn bitterzoet: enorme politieke problemen, voedseltekorten, onbetaalde leerkrachten, maanden zonder onderwijs en tegelijk een warme thuis bij mijn grootouders in Mutare, buurtbewoners die mij allemaal kenden, hun babbels. Zimbabwanen doen zelfs in normale conversaties poëtische uitspraken als: ' If wishes were horses, beggars would ride.' Nog een klassieker: ' It takes a village to raise a child.' Het past in de Afrikaanse ubuntu, de filosofie die zegt dat je als mens minder een individu dan een deel van een gemeenschap bent.
...

'Mijn herinneringen aan Zimbabwe zijn bitterzoet: enorme politieke problemen, voedseltekorten, onbetaalde leerkrachten, maanden zonder onderwijs en tegelijk een warme thuis bij mijn grootouders in Mutare, buurtbewoners die mij allemaal kenden, hun babbels. Zimbabwanen doen zelfs in normale conversaties poëtische uitspraken als: ' If wishes were horses, beggars would ride.' Nog een klassieker: ' It takes a village to raise a child.' Het past in de Afrikaanse ubuntu, de filosofie die zegt dat je als mens minder een individu dan een deel van een gemeenschap bent. In onze buurt was het evident om mensen met problemen te helpen. Bijna al mijn vriendinnen waren opgenomen door een tante, oom of ander familielid. Het is dus een misvatting dat in Afrikaanse landen weinig geadopteerd wordt, het gebeurt alleen informeel. Mijn oma en opa hoefden geen duizend formulieren in te vullen om mij in huis te halen, ze deden dat gewoon. Ik was vier en mijn mama begon met haar diploma politieke wetenschappen aan een nieuwe job in Harare, op 270 kilometer van Mutare. Ze was alleenstaande moeder, want zes maanden na mijn geboorte ging mijn vader ons verwaarlozen en begon hij een relatie met een andere vrouw. Hij was advocaat en magistraat, maar paste corruptie toe om ons de alimentatie te ontzeggen. Het choqueerde mensen soms dat ik mijn vader nooit heb ontmoet, maar zelf lag ik er niet van wakker. Ik had nooit anders geweten dan dat ik drie ouders had: mama, met wie ik elke vakantie doorbracht, oma, die me bedtime stories voorlas en me beschermde tegen slangen in de tuin, en opa, met wie ik nog de dichtste band had. Hij zorgde voor mij als was ik zijn eigen kind. Hij was geduldig, analyseerde alles rustig voor hij sprak. Mijn mama vindt mij een kopie van hem. Daarom is het zo pijnlijk dat ik twee jaar geleden niet naar zijn begrafenis kon en ik hem sinds mijn veertiende nooit meer zag. Hij en oma waren schooldirecteur, dus hun eerste vraag was altijd: 'Hoe gaat het met je huiswerk?' Als ze dat nakeken, riepen ze vaak enthousiast: ' Well done!' Ik ben door hen zo bevestigd dat ik me nu nog altijd comfortabel voel in een academische context. Dat was ook mijn focus toen ik in België aankwam: Nederlands leren en naar de universiteit gaan. In Okan ( Onthaalonderwijs voor anderstalige kinderen, red.) gingen de lessen me te traag en toen ik na zes maanden zwaar teleurgesteld was dat ik nog niet naar een middelbare school mocht, gaf één leerkracht me een stapel oefeningen waarop ik de hele zomer kon studeren. Daardoor kon ik in september toch starten in het secundair, tot verrassing van veel Okan-leerkrachten. Die ene man geloofde in mij, net als mijn grootouders. Hij werd een van die mensen die geen bloedverwanten zijn, maar zoveel voor mij betekenden. Sindsdien vind ik het idee van ' It takes a village to raise a child' almaar belangrijker. Maar zelfs voor wie in een stabiel gezin opgroeit, is het verrijkend om blootgesteld te worden aan verschillende mensen, het leerde mij alleszins veel over mezelf en de wereld. Mocht ik ooit kinderen hebben, dan geef ik ze die raad zeker mee. In afwachting wil ik hem toepassen. Veel van mijn jeugdvrienden zijn intussen zelf moeder of vader. Ze hebben het niet breed, dus zodra ik een beetje spaargeld heb, wil ik mee dat dorp worden dat hun kinderen doet groeien.'