Toen de vijftienjarige Margaret uit Kenia vorig jaar in augustus opving dat haar familie een besnijdenisceremonie plande, wist ze dat het geen zin had om daarover te discussiëren.

Haar school op het platteland van West-Kenia was al vijf maanden gesloten als gevolg van de pandemie. Aangezien het nog steeds onduidelijk was wanneer de lessen weer zouden beginnen, hadden Margarets ouders besloten dat ze moest trouwen.

'Ze wilden dat ik besneden werd, zodat ik kon trouwen en zij de bruidsschat kregen', vertelt ze per telefoon vanuit een tijdelijke opvang in West Pokot, een provincie die grenst aan Oeganda. 'Ze luisterden niet toen ik zei dat ik weer naar school wilde. Ik ben dan maar weggelopen naar een van onze buren, die me naar een hulpverlener heeft gebracht.'

Meer meldingen

Margaret, wiens naam is veranderd om haar identiteit te beschermen, heeft geluk gehad. Van Kenia, Somalië en Tanzania in het oosten tot Liberia, Sierra Leone en Nigeria in het westen, heeft de covid-19-pandemie geleid tot een stijging van het aantal meldingen over genitale verminking, zeggen vrouwenrechtengroepen.

Bij genitale verminking (FGM), of vrouwenbesnijdenis, worden de vrouwelijke genitaliën deels of helemaal weggehaald. Dit lot bedreigt jaarlijks 4 miljoen meisjes. De bedoeling is dat deze praktijk beëindigd zou zijn tegen 2030. Dat doel was al ambitieus en lijkt nu nog moeilijker te bereiken door het coronavirus.

De pandemie heeft voorstanders van de praktijk de wind in de zeilen gegeven. Kwetsbare meisjes zitten thuis zonder bescherming van docenten. Actiegroepen kunnen door de lockdown niet werken. De zorgsystemen zijn bovendien overbelast door covid-19.

Door de lockdowns is ook de armoede gestegen, zeggen campagnevoerders. Ouders besluiten soms tot besnijdenis over te gaan, in de hoop dat ze hun dochters kunnen uithuwelijken. Zo kunnen ze een bruidsschat innen en op die manier hun financiële nood verlichten.

Covid-cijfers

Het aantal bevestigde coronabesmettingen in Afrika heeft meer dan 3,5 miljoen bereikt. Volgens de Africa Centres for Disease Control en Prevention vielen er bijna 100.000 doden.

Gezondheidsexperts zeggen dat het beperkte aantal testen en een gebrek aan betrouwbare data uit veel Afrikaanse landen betekent dat de werkelijke cijfers wellicht veel hoger zijn.

'Uit verhalen blijkt dat in sommige dorpen meisjes massaal besneden worden', zegt Flavia Mwangovya, van het anti-FGM-programma van hulporganisatie Equality Now. Ze verwijst onder meer naar diverse rapporten van de politie en activisten.

De pandemie, zegt ze, 'blijkt een vruchtbare voedingsbodem voor genitale verminking'. Het VN-Bevolkingsfonds (Unfpa) voorspelt dat er in het komende decennium twee miljoen meisjes extra slachtoffer zullen worden van vrouwenbesnijdenis.

Ernstige complicaties

Meer dan 200 miljoen meisjes en vrouwen wereldwijd ondergingen al een besnijdenis. De praktijk komt voor in meer dan dertig landen. Die landen liggen meestal in Afrika. Ook in delen van Azië en het Midden-Oosten komt het voor, net als bij emigranten uit deze regio's die nu in het Westen wonen.

Meestal wordt de verminking uitgevoerd door een traditionele besnijder, die daarbij snijbladen of messen gebruikt die vaan niet gesteriliseerd zijn. De eeuwenoude praktijk heeft geen enkel nut voor de gezondheid en kan leiden tot een reeks medische problemen, zegt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Meisjes kunnen doodbloeden of sterven aan infecties. Er kunnen ook dodelijke complicaties ontstaan bij bevallingen.

In veel gemeenschappen trouwt een meisje kort na de besnijdenis, zeggen mensenrechtengroepen, waardoor ze hun opleiding niet kunnen afmaken en hun ontwikkeling ernstig gehinderd wordt.

Genitale verminking brengt ook grote economische kosten met zich mee, zegt de WHO. De kosten van behandeling van gezondheidsgevolgen van genitale verminking lopen jaarlijks op tot naar schatting 1,4 miljard dollar.

In Afrika en het Midden-Oosten is er in 26 landen een verbod op vrouwenbesnijdenis. De praktijk blijft echter nog hardnekkig aanwezig in sommige gemeenschappen, die geloven dat het sociaal wenselijk is en het de kansen op een huwelijk vergroot.

Honderden meisjes

In een studie uit september vorig jaar door de anti-FGM-organisatie Orchid Project, bleek dat het aantal besnijdenissen in Nigeria, Kenia, Tanzania, Sierra Leone, Somalië en Liberia was gestegen.

De Five Foundation, die lokale organisaties steunt in de strijd tegen FGM, zegt dat meer dan twaalf partnerorganisaties een toename van besnijdenissen tijdens de pandemie meldden, inclusief in Gambia, Guinee en Egypte.

Domtila Chesang, een Keniaanse activist, zegt dat schoolsluitingen aangegrepen worden om meisjes te verminken zonder het risico op ontdekking. 'Ik kan met zekerheid zeggen dat er een stijging is geweest van het aantal FGM-gevallen en kindhuwelijken als gevolg van covid-19', zegt Chesang.

'Ik heb veel meldingen gekregen van besnijdenissen, soms van ceremonies waarbij honderden meisjes betrokken waren. In sommige gevallen konden we interveniëren met hulp van de politie en de meisjes redden. In andere gevallen was de afstand te groot en konden we de meisjes niet op tijd bereiken.'

Chesang zegt dat ze zestig meisjes heeft kunnen redden - inclusief Margaret - in de negen maanden dat de scholen gesloten waren in Kenia. Ter vergelijking: in een normaal jaar, zonder covid-19, helpt ze gemiddeld vijftien meisjes.

Dienst aan huis

In buurland Somalië, dat het hoogste aantal meisjesbesnijdenissen ter wereld telt (98 procent van de vrouwen), zeggen kinderrechtengroepen dat de lockdown leidde tot een situatie waarin besnijders aan huis hun diensten aanboden. Daarnaast werden ook massabesnijdenissen gehouden in het land.

Ook in Sierra Leone en Liberia vermoeden activisten dat er sprake is van een stijging. Daar zijn er echter geen officiële data die dat bevestigen.

'Nu er nauwelijks toezicht is, bieden besnijders op een agressieve manier hun diensten aan. Meer besnijdenissen betekent meer inkomsten voor hen, en dat veroorzaakt een stijging', zegt Mackins Pajibo, programmafunctionaris bij Women Solidarity Incorporated in Monrovia, de hoofdstad van Liberia.

Actiegroepen tegen FGM wijzen ook op rapporten waaruit blijkt dat besnijders die gestopt waren met hun werk, er in landen zoals Nigeria opnieuw mee zijn begonnen om verlies aan inkomsten door de pandemie te compenseren. Dat is een nieuwe hinderpaal in de strijd om een einde te maken aan de praktijk.

Haalbaar doel

Sommige landen proberen de nieuwe trend te keren. In Kenia controleren dorpshoofden huis-aan-huis. In Liberia kregen dorpsoudsten motorfietsen, zodat ze meisjes die risico lopen in de gaten kunnen houden. In de staat Enugu in Nigeria is via 'buurtpreventieteams' een informeel controlesysteem opgezet.

De Verenigde Naties schatten dat het zo'n 2,4 miljard dollar gaat kosten - of 95 dollar per gered meisje - om voor 2030 een einde te maken aan vrouwenbesnijdenissen. De VN dringen er bij donorlanden op aan om hierin te investeren. 'Het is een ambitieus en noodzakelijk doel', zegt Unfpa-directeur Natalia Kanem. 'En het is haalbaar, als we het samen doen, geld beschikbaar stellen en handelen.'

Nita Bhalla

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij IPS-partner Thomson Reuters Foundation.

Toen de vijftienjarige Margaret uit Kenia vorig jaar in augustus opving dat haar familie een besnijdenisceremonie plande, wist ze dat het geen zin had om daarover te discussiëren.Haar school op het platteland van West-Kenia was al vijf maanden gesloten als gevolg van de pandemie. Aangezien het nog steeds onduidelijk was wanneer de lessen weer zouden beginnen, hadden Margarets ouders besloten dat ze moest trouwen.'Ze wilden dat ik besneden werd, zodat ik kon trouwen en zij de bruidsschat kregen', vertelt ze per telefoon vanuit een tijdelijke opvang in West Pokot, een provincie die grenst aan Oeganda. 'Ze luisterden niet toen ik zei dat ik weer naar school wilde. Ik ben dan maar weggelopen naar een van onze buren, die me naar een hulpverlener heeft gebracht.'Margaret, wiens naam is veranderd om haar identiteit te beschermen, heeft geluk gehad. Van Kenia, Somalië en Tanzania in het oosten tot Liberia, Sierra Leone en Nigeria in het westen, heeft de covid-19-pandemie geleid tot een stijging van het aantal meldingen over genitale verminking, zeggen vrouwenrechtengroepen.Bij genitale verminking (FGM), of vrouwenbesnijdenis, worden de vrouwelijke genitaliën deels of helemaal weggehaald. Dit lot bedreigt jaarlijks 4 miljoen meisjes. De bedoeling is dat deze praktijk beëindigd zou zijn tegen 2030. Dat doel was al ambitieus en lijkt nu nog moeilijker te bereiken door het coronavirus.De pandemie heeft voorstanders van de praktijk de wind in de zeilen gegeven. Kwetsbare meisjes zitten thuis zonder bescherming van docenten. Actiegroepen kunnen door de lockdown niet werken. De zorgsystemen zijn bovendien overbelast door covid-19.Door de lockdowns is ook de armoede gestegen, zeggen campagnevoerders. Ouders besluiten soms tot besnijdenis over te gaan, in de hoop dat ze hun dochters kunnen uithuwelijken. Zo kunnen ze een bruidsschat innen en op die manier hun financiële nood verlichten.Het aantal bevestigde coronabesmettingen in Afrika heeft meer dan 3,5 miljoen bereikt. Volgens de Africa Centres for Disease Control en Prevention vielen er bijna 100.000 doden.Gezondheidsexperts zeggen dat het beperkte aantal testen en een gebrek aan betrouwbare data uit veel Afrikaanse landen betekent dat de werkelijke cijfers wellicht veel hoger zijn.'Uit verhalen blijkt dat in sommige dorpen meisjes massaal besneden worden', zegt Flavia Mwangovya, van het anti-FGM-programma van hulporganisatie Equality Now. Ze verwijst onder meer naar diverse rapporten van de politie en activisten.De pandemie, zegt ze, 'blijkt een vruchtbare voedingsbodem voor genitale verminking'. Het VN-Bevolkingsfonds (Unfpa) voorspelt dat er in het komende decennium twee miljoen meisjes extra slachtoffer zullen worden van vrouwenbesnijdenis.Meer dan 200 miljoen meisjes en vrouwen wereldwijd ondergingen al een besnijdenis. De praktijk komt voor in meer dan dertig landen. Die landen liggen meestal in Afrika. Ook in delen van Azië en het Midden-Oosten komt het voor, net als bij emigranten uit deze regio's die nu in het Westen wonen.Meestal wordt de verminking uitgevoerd door een traditionele besnijder, die daarbij snijbladen of messen gebruikt die vaan niet gesteriliseerd zijn. De eeuwenoude praktijk heeft geen enkel nut voor de gezondheid en kan leiden tot een reeks medische problemen, zegt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Meisjes kunnen doodbloeden of sterven aan infecties. Er kunnen ook dodelijke complicaties ontstaan bij bevallingen.In veel gemeenschappen trouwt een meisje kort na de besnijdenis, zeggen mensenrechtengroepen, waardoor ze hun opleiding niet kunnen afmaken en hun ontwikkeling ernstig gehinderd wordt.Genitale verminking brengt ook grote economische kosten met zich mee, zegt de WHO. De kosten van behandeling van gezondheidsgevolgen van genitale verminking lopen jaarlijks op tot naar schatting 1,4 miljard dollar.In Afrika en het Midden-Oosten is er in 26 landen een verbod op vrouwenbesnijdenis. De praktijk blijft echter nog hardnekkig aanwezig in sommige gemeenschappen, die geloven dat het sociaal wenselijk is en het de kansen op een huwelijk vergroot.In een studie uit september vorig jaar door de anti-FGM-organisatie Orchid Project, bleek dat het aantal besnijdenissen in Nigeria, Kenia, Tanzania, Sierra Leone, Somalië en Liberia was gestegen. De Five Foundation, die lokale organisaties steunt in de strijd tegen FGM, zegt dat meer dan twaalf partnerorganisaties een toename van besnijdenissen tijdens de pandemie meldden, inclusief in Gambia, Guinee en Egypte.Domtila Chesang, een Keniaanse activist, zegt dat schoolsluitingen aangegrepen worden om meisjes te verminken zonder het risico op ontdekking. 'Ik kan met zekerheid zeggen dat er een stijging is geweest van het aantal FGM-gevallen en kindhuwelijken als gevolg van covid-19', zegt Chesang.'Ik heb veel meldingen gekregen van besnijdenissen, soms van ceremonies waarbij honderden meisjes betrokken waren. In sommige gevallen konden we interveniëren met hulp van de politie en de meisjes redden. In andere gevallen was de afstand te groot en konden we de meisjes niet op tijd bereiken.'Chesang zegt dat ze zestig meisjes heeft kunnen redden - inclusief Margaret - in de negen maanden dat de scholen gesloten waren in Kenia. Ter vergelijking: in een normaal jaar, zonder covid-19, helpt ze gemiddeld vijftien meisjes.In buurland Somalië, dat het hoogste aantal meisjesbesnijdenissen ter wereld telt (98 procent van de vrouwen), zeggen kinderrechtengroepen dat de lockdown leidde tot een situatie waarin besnijders aan huis hun diensten aanboden. Daarnaast werden ook massabesnijdenissen gehouden in het land.Ook in Sierra Leone en Liberia vermoeden activisten dat er sprake is van een stijging. Daar zijn er echter geen officiële data die dat bevestigen.'Nu er nauwelijks toezicht is, bieden besnijders op een agressieve manier hun diensten aan. Meer besnijdenissen betekent meer inkomsten voor hen, en dat veroorzaakt een stijging', zegt Mackins Pajibo, programmafunctionaris bij Women Solidarity Incorporated in Monrovia, de hoofdstad van Liberia.Actiegroepen tegen FGM wijzen ook op rapporten waaruit blijkt dat besnijders die gestopt waren met hun werk, er in landen zoals Nigeria opnieuw mee zijn begonnen om verlies aan inkomsten door de pandemie te compenseren. Dat is een nieuwe hinderpaal in de strijd om een einde te maken aan de praktijk.Sommige landen proberen de nieuwe trend te keren. In Kenia controleren dorpshoofden huis-aan-huis. In Liberia kregen dorpsoudsten motorfietsen, zodat ze meisjes die risico lopen in de gaten kunnen houden. In de staat Enugu in Nigeria is via 'buurtpreventieteams' een informeel controlesysteem opgezet.De Verenigde Naties schatten dat het zo'n 2,4 miljard dollar gaat kosten - of 95 dollar per gered meisje - om voor 2030 een einde te maken aan vrouwenbesnijdenissen. De VN dringen er bij donorlanden op aan om hierin te investeren. 'Het is een ambitieus en noodzakelijk doel', zegt Unfpa-directeur Natalia Kanem. 'En het is haalbaar, als we het samen doen, geld beschikbaar stellen en handelen.'Nita BhallaDit artikel verscheen oorspronkelijk bij IPS-partner Thomson Reuters Foundation.