'Ik heb altijd gehouden van donkere romantiek. Daarom was ik zo van mijn sokken geblazen toen ik op mijn twaalfde Dead Poets Society zag. Die geheime bijeenkomsten, de theatrale wijze waarop Thoreau geciteerd werd... I wanted to live deep and suck out all the marrow of life, wow. Ik vond het zelf plezant om gedichten te schrijven, maar ik werd op school erg gepest omdat ik zo anders was.
...

'Ik heb altijd gehouden van donkere romantiek. Daarom was ik zo van mijn sokken geblazen toen ik op mijn twaalfde Dead Poets Society zag. Die geheime bijeenkomsten, de theatrale wijze waarop Thoreau geciteerd werd... I wanted to live deep and suck out all the marrow of life, wow. Ik vond het zelf plezant om gedichten te schrijven, maar ik werd op school erg gepest omdat ik zo anders was. Gelukkig voelde ik me gesterkt thuis, waar we veel filosofeerden. Toen ik tegen mijn ouders zei dat Walden van Thoreau mijn grafschrift moest worden, vonden ze het niet raar dat ik al zo jong bezig was met leven en dood. Ik had geleerd geen genoegen te nemen met oppervlakkige verklaringen, ook niet over waarom we hier zijn. Die quote voelde dus als thuiskomen. Hij gaat over alles durven doorvoelen, wat niet niks is in een maatschappij waar je van kindsbeen af geleerd wordt om gevoelens onder te stoppen. Een kind valt en we zeggen: 'Niet wenen, 't is niet erg.' Maar daarmee ontken je echte emoties, waardoor dat kind op zijn 35ste misschien vaststelt dat hij van alles niet juist voelt en een midlifecrisis krijgt. Wat er niet mag zijn, blijft eens zo hard groeien. Erken je daarentegen een gevoel, dan krijgt het sneller zijn plek. Bij mijn kinderen mogen verdriet en pijn er dus zijn. Op het moment zelf is het dan wel heftiger, maar door alles dieper mee te maken, kom je dichter bij jezelf én bij het leven. Dat in pijn ook schoonheid zit, werd mij het sterkst duidelijk toen mijn vader stierf. Ik was zijn oudste en enige dochter, hij de eerste man van mijn leven. Hij was legerpiloot en muzikant, en mijn grote held en vriend. Op mijn 29ste ging we samen met mijn jongste broer van 15 trekken in de Hautes-Alpes. We kampeerden op paradijselijke plekken en filosofeerden bij het kampvuur. Het was eens zo hallucinant dat ik hem twee dagen na die magische week dood aantrof in de badkamer. Ik heb geprobeerd hem te reanimeren, een uur lang, terwijl we wachtten op de hulpdiensten, maar het mocht niet baten. Ondanks het verscheurende verdriet koos ik ervoor niets uit de weg te gaan. Hij lag een week opgebaard bij ons thuis. Veel Vlamingen hebben de neiging de doden weg te moffelen, terwijl bij een lichaam waken, gedragen door vrienden en familie, enorm helpt in je verwerking. Het was prachtig hoe mijn moeders vriendinnen bloemen rond mijn vader legden en hoe wij zelf de afscheidsdienst organiseerden, met eigen muziek en bronwater uit de Alpen. Tegelijk waren er momenten dat ik dacht dat ik nooit meer zou kunnen voortleven. Het verdriet sloeg zo'n gat in mijn buik dat ik het bijna instinctief weer vulde. Drie maanden na mijn vaders dood was ik zwanger. Dat klinkt als psychologisch foute boel, maar toen klopte het: ik was mijn warme deken kwijt, maar kon er zelf een worden voor mijn dochter. Sindsdien probeer ik met elk afscheid zuiver om te gaan. Nu Annelies weggaat, voelt dat als een scheiding na 25 jaar huwelijk, maar verandering brengt ook nieuwe perspectieven voor iedereen. Ik identificeer me niet met de pijn, iets wat ik bij mijn vaders dood ook niet heb gedaan . I want to travel light, zonder het lijden als een rugzak mee te sleuren. Ik kies ervoor me opnieuw aan dat onzekere leven over te geven en opnieuw, à la Walden, het merg uit het leven te zuigen.'