Mijn goede vriend Luc Coorevits van Behoud de Begeerte weet dit al langer: eigenlijk heb ik een hekel aan het signeren van boeken. Ik snap het eerlijk gezegd niet, al dat gedoe rond een handtekening. De tijd is voorbij dat ik mijzelf, om mijn uitgever te plezieren, op de Boekenbeurs te kijk en te kakken zet, en dat ik daar dan boeken, die van mij nog wel, met mijn handtekening besmeur. Ik zou me graag voor eeuwig het schaamtegevoel ontzeggen dat ik altijd al bij deze handeling heb gevoeld. Maar ik ben nog veel te veel een sul en zo nu en dan kan ik er moeilijk aan ontsnappen en doe ik het dan toch, voornamelijk om een boekhandelaar te plezieren. Of Luc Coorevits dus. Hij is er erg op gesteld dat de auteurs na een voorstelling nog even hun naam neerkribbelen in de exemplaren van de verse eigenaars, bijvoorbeeld na een Saint Amour- of een Geletterde Mensen-voorstelling. Vaak muisde ik er stiekem vanonder en riep hij me als een strenge schoolmeester terug naar mijn signeertafel. Wat ook wel iets grappigs had en een spel werd tussen ons tweeën.

Goede kroegen en goede kapperszaken, vleesgeworden romans zijn het. En ze worden zeldzamer.

Meer dan tien jaar geleden deed ik zo'n Geletterde Mensen-tournee. Erg leuk trouwens, op die signeersessies na dan. Ik geloof dat ik zulks ook uitstraalde. Na de voorstelling in mijn geboortestadje Aalst stond er een man voor mij, die ineens zei: 'Zal ik anders in jouw plaats signeren?'

Die man was Freddy. De kapper uit mijn kindertijd, en een personage in wat toen mijn voorlaatste roman was. Het idee was fantastisch. Een signerend personage. En Freddy vond het de max. Aangezien ik in die dagen nog iets of wat boeken verkocht kreeg, beleefde Freddy geen five minutes, maar een gansheel uur of fame.

Succes hebben is de eerste stap naar succes gehad hebben, dat weet ik, en dat weet ondertussen ook Freddy.

Hij is dood. Het nieuws, licht verouderd reeds, kwam mij van ver aangewaaid. 'Totaal onverwachts overleden.' Tegenwoordig denk ik dan meteen aan Covid-19, maar uiteindelijk weet ik het niet.

Er was een tijd dat kappers terzelfder tijd tandarts waren, maar ik stam gelukkig uit een andere tijd, die waarin kappers terzelfder tijd barman waren. Wie naar Freddy ging om zijn haargewas te laten kortwieken, die kwam scheelkijkend, en met een verrijkte kennis van vuile moppen thuis. Mijn vader had dan ook iets tegen lang haar.

Er was een tijd dat kappers terzelfder tijd tandarts waren, maar ik stam gelukkig uit een andere tijd, die waarin kappers terzelfder tijd barman waren.

Als kind moest ik nog met mijn moeder mee naar die andere kapper in het dorp, Coiffeur Luc, die mij altijd op zo'n stom hobbelpaard zette wanneer hij mijn krullen op de vloer wou zien vallen. De debiel. Maar de dag dat ik eindelijk met mijn vader mee mocht naar Freddy, werd ik een man. De Duvels die ik er kon drinken vond ik nog niet zo lekker, doch ik deed mijn best. Waar een wil is, enzoverder. Ik heb me in zijn salon gelaafd aan de heerlijke mannenpraat, zoog me helemaal vol met de sigarennevel die er altijd hing.

Moeders kwamen van Luc terug, stinkend naar de haarlak. Vaders kwamen van Freddy terug, en geurden naar havanna's.

Goede kroegen en goede kapperszaken, het zijn oorden van vertellingen, vleesgeworden romans zijn het, en ze worden zeldzamer.

Al die duizenden vertellingen hadden weer opgedolven moeten worden door zijn talloze klanten na de begrafenis. Maar het is een rottijd om te rouwen, nu het aantal aanwezigen op een uitvaart wordt beperkt.

Ik zal rouwen om mijn geliefde kapper, op de enige manier die ik bedenken kan: door mijn haar schandelijk lang te laten groeien.

(En aan mijn lezers die nog wat titels van me zouden hebben, gesigneerd door 'Freddy de Coiffeur': koester die exemplaren a.u.b., het zijn de enige die met een grote glimlach werden gehandtekend.)

Mijn goede vriend Luc Coorevits van Behoud de Begeerte weet dit al langer: eigenlijk heb ik een hekel aan het signeren van boeken. Ik snap het eerlijk gezegd niet, al dat gedoe rond een handtekening. De tijd is voorbij dat ik mijzelf, om mijn uitgever te plezieren, op de Boekenbeurs te kijk en te kakken zet, en dat ik daar dan boeken, die van mij nog wel, met mijn handtekening besmeur. Ik zou me graag voor eeuwig het schaamtegevoel ontzeggen dat ik altijd al bij deze handeling heb gevoeld. Maar ik ben nog veel te veel een sul en zo nu en dan kan ik er moeilijk aan ontsnappen en doe ik het dan toch, voornamelijk om een boekhandelaar te plezieren. Of Luc Coorevits dus. Hij is er erg op gesteld dat de auteurs na een voorstelling nog even hun naam neerkribbelen in de exemplaren van de verse eigenaars, bijvoorbeeld na een Saint Amour- of een Geletterde Mensen-voorstelling. Vaak muisde ik er stiekem vanonder en riep hij me als een strenge schoolmeester terug naar mijn signeertafel. Wat ook wel iets grappigs had en een spel werd tussen ons tweeën. Meer dan tien jaar geleden deed ik zo'n Geletterde Mensen-tournee. Erg leuk trouwens, op die signeersessies na dan. Ik geloof dat ik zulks ook uitstraalde. Na de voorstelling in mijn geboortestadje Aalst stond er een man voor mij, die ineens zei: 'Zal ik anders in jouw plaats signeren?' Die man was Freddy. De kapper uit mijn kindertijd, en een personage in wat toen mijn voorlaatste roman was. Het idee was fantastisch. Een signerend personage. En Freddy vond het de max. Aangezien ik in die dagen nog iets of wat boeken verkocht kreeg, beleefde Freddy geen five minutes, maar een gansheel uur of fame. Succes hebben is de eerste stap naar succes gehad hebben, dat weet ik, en dat weet ondertussen ook Freddy. Hij is dood. Het nieuws, licht verouderd reeds, kwam mij van ver aangewaaid. 'Totaal onverwachts overleden.' Tegenwoordig denk ik dan meteen aan Covid-19, maar uiteindelijk weet ik het niet. Er was een tijd dat kappers terzelfder tijd tandarts waren, maar ik stam gelukkig uit een andere tijd, die waarin kappers terzelfder tijd barman waren. Wie naar Freddy ging om zijn haargewas te laten kortwieken, die kwam scheelkijkend, en met een verrijkte kennis van vuile moppen thuis. Mijn vader had dan ook iets tegen lang haar. Als kind moest ik nog met mijn moeder mee naar die andere kapper in het dorp, Coiffeur Luc, die mij altijd op zo'n stom hobbelpaard zette wanneer hij mijn krullen op de vloer wou zien vallen. De debiel. Maar de dag dat ik eindelijk met mijn vader mee mocht naar Freddy, werd ik een man. De Duvels die ik er kon drinken vond ik nog niet zo lekker, doch ik deed mijn best. Waar een wil is, enzoverder. Ik heb me in zijn salon gelaafd aan de heerlijke mannenpraat, zoog me helemaal vol met de sigarennevel die er altijd hing. Moeders kwamen van Luc terug, stinkend naar de haarlak. Vaders kwamen van Freddy terug, en geurden naar havanna's. Goede kroegen en goede kapperszaken, het zijn oorden van vertellingen, vleesgeworden romans zijn het, en ze worden zeldzamer. Al die duizenden vertellingen hadden weer opgedolven moeten worden door zijn talloze klanten na de begrafenis. Maar het is een rottijd om te rouwen, nu het aantal aanwezigen op een uitvaart wordt beperkt. Ik zal rouwen om mijn geliefde kapper, op de enige manier die ik bedenken kan: door mijn haar schandelijk lang te laten groeien. (En aan mijn lezers die nog wat titels van me zouden hebben, gesigneerd door 'Freddy de Coiffeur': koester die exemplaren a.u.b., het zijn de enige die met een grote glimlach werden gehandtekend.)