Tijdens een bevraging van 1.334 Belgische vrouwen met kinderen jonger dan één jaar gaf driekwart aan zich de eerste dagen niet goed te voelen. De babyblues, het verschijnsel waarbij de snel veranderende hormoonhuishouding, nieuwe gezinssituatie en vermoeidheid zijn tol eist, treft dus het gros van de bevallen vrouwen. 'Het zijn extreme en uitzonderlijke verhalen van bijvoorbeeld postnatale depressies die het meest bijblijven, als tegenhanger van het perfecte plaatje of de roze wolk', aldus één van de hoofdpsychologen van Psy-Go!, dat gespecialiseerd is in de begeleiding van jonge ouders. 'Feit is dat veel moeders ergens tussenin zitten en er bijgevolg niet altijd voldoende aandacht is voor dergelijke mentale problemen bij jonge mama's.'

'Een kind krijgen wordt vaak onderschat en geïdealiseerd', klinkt het. 'Natuurlijk is ouder worden het meest intense en fantastische dat er is, maar de verwachtingen zijn vaak onrealistisch. Er wordt niet alleen een kind geboren, er wordt ook een nieuw gezin geboren.'

De juiste hulp

De babyblues uit zich in neerslachtigheid, angst, huilbuien zonder directe aanleiding, slaapproblemen of prikkelbaarheid. Toch hoeft een kersverse moeder zich niet meteen zorgen te maken: meestal verdwijnen deze gevoelens vanzelf. Kind en Gezin raadt aan om niet zelf te blijven kniezen en veel te praten over wat je voelt.

Mama's zoeken het vaakst steun bij hun partner (94 procent), maar ook op de vroedvrouw wordt er gerekend (75 procent). Die professionele ondersteuning moet wel goed gedoseerd worden. Te veel steun en goede raad van een vroedvrouw werkt volgens de ondervraagden immers averechts en zorgt net voor een groter onzekerheidsgevoel. Verrassend is dat (schoon)ouders pas op de vierde plaats komen te staan (59 procent) bij de zoektocht naar steun. De nood aan emotionele steun of psychologische begeleiding blijkt echter toch nog vaak onderschat.

Uitlokkende factoren

Babyblues komt het opvallendst tot uiting bij het eerste kind. Ongeveer de helft van de vrouwen die aangaven regelmatig last te hebben van spontane huilbuien of prikkelbaarheid, werd voor de eerste keer mama. Bij het krijgen van een tweede kind zou dit aantal nog maar de helft zo groot zijn (23 procent) en bij een derde kind gaf slechts zes procent dat aan. Het al dan niet succesvol borstvoeding geven blijkt voor de vrouwen in de enquête een belangrijke factor voor babyblues. Dat loopt niet vlot bij bijna de helft (43 procent) van de borstvoeding gevende deelnemers.

Blijven de sombere gevoelens langer hangen dan twee weken? Dan wordt het aangeraden erover te spreken met een arts, vroedvrouw of hulpverlener bij Kind en Gezin. Dat zou er immers op kunnen wijzen dat je af te rekenen hebt met een postnatale depressie.