Ik beschouw mezelf niet als een topwetenschapper. Ik had tijdens mijn opleiding elektrotechnisch ingenieur in Gent het geluk dat ik ook de cursussen chemie en metallurgie kon meepikken, en dat heeft later in mijn voordeel gespeeld. Ruimtevaarders hebben best een brede opleiding genoten - toen men destijds de bemanning van mijn missie samenstelde, zocht men vooral polyvalente astronauten, geen echte specialisten.
...

Ik beschouw mezelf niet als een topwetenschapper. Ik had tijdens mijn opleiding elektrotechnisch ingenieur in Gent het geluk dat ik ook de cursussen chemie en metallurgie kon meepikken, en dat heeft later in mijn voordeel gespeeld. Ruimtevaarders hebben best een brede opleiding genoten - toen men destijds de bemanning van mijn missie samenstelde, zocht men vooral polyvalente astronauten, geen echte specialisten. Als je in de ruimte bent geweest, wil je terug. Ik was 51 na mijn ruimtereis met de spaceshuttle en hoorde voortdurend dat ruimtereizen 'voor jonge mensen' waren, maar ik voldeed aan alle voorwaarden en bleef dus kandidaat. Tegen de zin van mijn vrouw wellicht, maar zij heeft altijd geweten dat ik niet tegen te houden was. Toen ik mijn kandidatuur stelde bij NASA in 1985, was ze niet eens op de hoogte. ( lacht) 'Daar moeten we toch eens over praten', zei ze achteraf, maar als de kans zich aanbood, zou ik ze hoe dan ook grijpen - iets wat ze me nog jarenlang kwalijk heeft genomen. Wanneer mensen me over andere landen vertellen, herinner ik me meteen hoe ik ze daarboven zag. Vanuit de ruimte. Zelf ben ik nooit in Indonesië geweest, maar toen vrienden me over hun reis vertelden, wist ik meteen wat ze bedoelden: een prachtige archipel met allemaal eilandjes. Het leven van een kandidaat-astronaut is er een van voortdurende ups en downs. Opgeven hoort daar niet bij. Als reserveastronaut op de NASA-basis in Huntsville, Alabama was ik getuige van elke lancering in de grote controlekamer, dus ook die van de Challenger in 1986. Twee dagen na het ongeluk dat aan alle zeven bemanningsleden het leven kostte, werd ons een na een de mogelijkheid geboden om ontslag te nemen. Niemand is daar toen op ingegaan. Als astronaut weet je beter dan wie ook dat het gevaar reëel is, punt. Aan de Frimout-mania heb ik me nooit geërgerd. Ik heb in bijna dertig jaar hoogstens één of twee minder leuke ervaringen gehad, voor de rest waren de mensen altijd blij om me te zien en aangenaam, met een open geest. Zelf heb ik wel lange tijd gedacht dat ik na mijn terugkeer uit de ruimte gewoon zou terugkeren naar mijn onderzoekswerk bij de Europese ruimtevaartorganisatie. 'Na twee maanden ben ik terug', vertelde ik mijn overste, waar hij eens hartelijk om lachte. Hij had uiteraard gelijk: ik was van de ene dag op de andere geen anonieme wetenschapper meer, ik werd letterlijk overal herkend. Dat met een korreltje zout nemen, was nooit een probleem: ik was na mijn missie filosofischer dan voordien. Zonder ruimtevaartonderzoek zou onze wereld er totaal anders uitzien. Heel wat objecten en technologie die we dagelijks gebruiken danken er hun oorsprong of fundamentele verbeteringen aan. De miniaturisering van computers bijvoorbeeld: daar heeft de Apollo 11-missie van 1969 mee voor gezorgd. Elke smartphone is vandaag duizend keer krachtiger dan de computer die de maanlanding realiseerde. Per inwoner geeft ons land jaarlijks nauwelijks twintig euro uit aan ruimtevaartonderzoek, maar het rendement op de investering is enorm. Het voordeel van vaak hetzelfde verhaal te vertellen, is dat je geen enkel detail vergeet. Tot vandaag spreken mensen me dagelijks aan over mijn ruimtereis. Gisteren nog, in de trein, herkende de controleur me en hij haalde er meteen zijn collega's bij. ( lacht) Ik val dus vaak in herhaling, maar dat heeft me nooit gestoord. In onze samenleving zijn we het verleerd om obstakels te overwinnen. Dan gaan we toch gewoon iets anders doen? Voor jongeren is dat echt een uitdaging: ze hebben zoveel opties, activiteiten en ontspanningsmogelijkheden dat ze het bij de kleinste ergernis opgeven. Wanneer ik scholen bezoek voor de Euro Space Society, raad ik jongeren aan om een doel te hebben in het leven, een haalbare droom die aansluit bij hun vaardigheden. Maar ik vertel ze vooral over toewijding en doorzettingsvermogen, want die heb je voor elke droom nodig.