Bijna de helft van de Vlaamse jongeren is naar eigen zeggen al eens slachtoffer geworden van pesterijen, zowel online als offline. Zo'n 18 procent geeft aan zelf iemand gepest te hebben. Dat blijkt uit een onderzoek aan de UGent bij 1.600 Vlaamse scholieren. Initiatieven zoals de Vlaamse Week tegen Pesten komen dus niet zomaar uit de lucht gevallen en zijn nog altijd broodnodig. Het informatieplatform WAT WAT wil jongeren sensibiliseren door enkele pestslachtoffers aan het woord te laten. Elfi De Bruyn is een van hen.

'Ik ben in mijn leven twee keer gepest geweest. De eerste keer was in de lagere school. Ik was het kleine, schattige meisje, een beetje een dutske. In tegenstelling tot de andere meisjes in de klas droeg ik geen hippe topjes van de Pimkie , maar berenjurkjes die mijn oma zelf voor mij naaide. Daar kwam nog bij dat ik niet moeders mooiste was. Mijn hoofd was vrij langwerpig en mijn klasgenoten vonden het nodig om me daar voortdurend op te wijzen. 'Eierkop', 'Calimero', dat soort dingen kreeg ik dagelijks naar mijn hoofd geslingerd, waardoor ik dat na verloop van tijd écht begon te geloven', legt ze uit.

Eenzaam op je twaalfde

'Fysieke pesterijen heb ik gelukkig zelden meegemaakt. Ik werd weleens gestampt, of mijn schoenen werden uitgetrokken en weggegooid, maar ik ben nooit afgeranseld. Toch kunnen woorden heel diep snijden, zeker als je jong bent en je zelfbeeld nog onder constructie is. Reacties van buitenaf komen dan heel hard binnen. Nu ben ik 33 en kan ik reacties op mijn uiterlijk of mijn kleding gemakkelijk plaatsen. Op mijn twaalfde vond ik dat veel moeilijker. Bovendien was dat nog het pre-internettijdperk, waardoor er weinig kanalen waren om lotgenoten te contacteren of over mijn gevoelens te praten. Ik heb me heel vaak heel eenzaam gevoeld.'

Elfi De Bruyn © .

Dat is ook exact de reden waarom de blogster besloot om haar verhaal te delen via Wat Wat. 'Ik vind het heel belangrijk om jonge mensen te laten zien dat je niet per se in de pas hoeft te lopen om gelukkig te worden. En dat er altijd een uitweg is, hoe penibel een situatie ook lijkt. Dat zou ik ook dolgraag aan de twaalfjarige Elfi vertellen. Dat alles uiteindelijk goedkomt. Al zou ik aan die woorden op dat moment wellicht geen boodschap gehad hebben: als je er middenin zit is het niet zo gemakkelijk om een uitweg te zien.'

Zelfbescherming

De gevolgen van het pestgedrag op haar zelfbeeld en zelfontwikkeling waren niet min. 'Als jong meisje had ik vaak een soort Alleen-op-de-wereld-gevoel , heel beangstigend. En op den duur ga je jezelf heropvoeden: ik ontwikkelde een beschermingsmechanisme voor de momenten waarop ik me minder goed voelde. Dan trok ik me terug in mijn eigen bubbel en wachtte ik daar tot de emotionele storm weer ging liggen. Maar dat kan ook een valkuil zijn, want zo geraak je gemakkelijk geïsoleerd.'

Elfi De Bruyn © .

Als reactie op het pestgedrag besloot Elfi te rebelleren. Toen dat niet werkte, ging ze confirmeren. 'Ik hechtte extreem veel belang aan mijn uiterlijk. Mijn kledij werd stoerder, ik zette wat sneller een grote mond op, in de hoop dat ik daardoor sneller vrienden zou maken. Helaas. In een latere fase begon ik extreem veel make-up te dragen. Ik werd echt zo'n blond popje, alsof ik mezelf wou verstoppen onder een masker van make-up. Al stopten de vooroordelen over mijn uiterlijk ook op dat moment niet.'

Authenticiteit vraagt moed

In haar prille twintigerjaren liep ze op de werkvloer opnieuw pestkoppen tegen het lijf. 'Ik werkte in een heel mannelijke sector. Het bedrijf had welgeteld één ander vrouw in dienst, waar ik op de koop toe mee moest samenwerken. Alleen dacht zij er anders over: zij negeerde me hele dagen en ging voortdurend klagen bij de baas. Nu vermoed ik dat ze mij als een soort concurrente zag, maar leuk was anders.'

Echte emoties delen was ook op die leeftijd nog steeds moeilijk voor Elfi. Dus bleef ze hardnekkig doen alsof alles goed ging. Tot ze op haar 30ste met haar hoofd tegen de muur liep en zichzelf moest 'herprogrammeren'. 'Ik was er lang van overtuigd dat mensen me alleen maar leuk zouden vinden als ik me leuk gedroeg. Als twintiger zocht ik krampachtig naar de bevestiging van buitenaf die ik als kind nooit gehad had. Ik ging boeken schrijven, werkte voor Flair en had een 'hip' en vrolijk leven. Maar dat is slechts uiterlijk vertoon: op dat moment zat mijn binnenkant niet op dezelfde golflengte als mijn buitenkant. Toen dat besef doordrong, ben ik aan mezelf beginnen te werken. Nu sta ik veel authentieker in het leven. Maar die authenticiteit vraagt moed.'

Elfi De Bruyn © .

Geen wrok

Toch koestert Elfi geen wrok tegenover haar pesters. 'Pesters zijn ook maar mensen die worstelen met gevoelens die ze op geen enkele andere manier kwijt kunnen. Ze hebben pijn of verdriet, of zijn zelf verdomd onzeker en werken dat uit op iemand anders. Ik praat het niet goed, maar ik kan er wel begrip voor opbrengen', klinkt het kalm.

Steker nog, ze is haar pesters in zekere zin dankbaar. 'Ik heb heel vaak stevige tegenwind gehad. Die weerstand werkte voor mij motiverend: ik moest en zou laten zien wat ik allemaal in mijn mars heb. Ik ben ook altijd trouw kunnen blijven aan mezelf, ik ben nooit saai of kleurloos geworden. In dat opzicht zie ik mezelf ook niet als een slachtoffer. De pijn en die eenzaamheid hebben me doen opgroeien tot de vrouw die ik nu ben: iemand die het leven omarmt met een lach én met een traan.'