Denk aan journalistiek en de kans is groot dat je denkt aan politiek, oorlogsverslaggeving en wel ja, een pas geboren olifantje in een of andere zoo. Af en toe komt voeding wel eens in het nieuws, maar dan vaak in een schandaalsfeer. Als er ergens gefraudeerd wordt met bijvoorbeeld vlees, wordt er moord en brand geschreeuwd. Toch vinden er dagelijks schandalen plaats waar je amper over hoort, maar waarvan wij wel vinden dat je recht hebt om het te weten. Omdat je er elke dag rechtstreeks de gevolgen van ondervindt.
...

Denk aan journalistiek en de kans is groot dat je denkt aan politiek, oorlogsverslaggeving en wel ja, een pas geboren olifantje in een of andere zoo. Af en toe komt voeding wel eens in het nieuws, maar dan vaak in een schandaalsfeer. Als er ergens gefraudeerd wordt met bijvoorbeeld vlees, wordt er moord en brand geschreeuwd. Toch vinden er dagelijks schandalen plaats waar je amper over hoort, maar waarvan wij wel vinden dat je recht hebt om het te weten. Omdat je er elke dag rechtstreeks de gevolgen van ondervindt. Door alle gezondheidsclaims die kleurrijke etiketten in winkels maken zou je haast nog gaan denken dat bedrijven in de voedingsindustrie het heel goed voorhebben met hun klanten. Cholesterolverlagend, vetarm, zonder toegevoegde suikers,... al die beloften doen het idee rijzen dat de mindmaps op bestuursvergaderingen vertrekken vanuit een centrale gedachte: de gezondheid van de consument. Dat zou wel erg nobel zijn, maar zo zit het doorgaans niet in elkaar. Uiteraard zijn er enkele uitzonderingen, maar in het algemeen kan je ervan uitgaan dat de centrale vraag op bestuursvergaderingen in een voedingsbedrijf een variant is van 'hoe kunnen we hier (meer) geld mee verdienen?'.Dat mogen ze natuurlijk doen: om competitief mee te draaien in de economie, moéten ze zich deze vraag zelfs blijven stellen. Maar wanneer de drijfveer om steeds goedkoper te produceren zo groot wordt dat de kwaliteit van een product eronder lijdt, is er een instantie nodig die dit kritisch onder de loep neemt. Zeker wanneer die magere kwaliteit een direct effect heeft op je belangrijkste goed: je gezondheid. Als het over grote voedingverwerkende bedrijven gaat, moet je alles vergeten dat je nu al weet over eten. Als je denkt je een beeld te kunnen vormen van hoe spaghettisaus in een fabriek gemaakt wordt omdat je dat nu eenmaal zelf regelmatig doet, moeten we je teleurstellen. Zo weet jij natuurlijk dat je om een lekker vol smakende spaghettisaus te maken, eerst alle vaste ingrediënten best even stooft vooraleer je er de vloeibare ingrediënten aan toevoegt. In een voedselverwerkende fabriek worden alle netjes afgewogen en voorgesneden ingrediënten meteen samengevoegd in een gigantisch vat, waar ze op hoge temperatuur verhit worden tot er een samenhangende massa ontstaat. Het gebrek aan smaak wordt gecompenseerd met smaakstoffen, wat bindmiddel moet de saus het idee meegeven dat ze wel met geduld is gemaakt en kleurstoffen verbergen dat ze bereid wordt met ingevroren ingrediënten die hun glans al lang verloren zijn. Dergelijke bedrijven mogen natuurlijk eten maken dat in de verste verte niet lijkt op vers gekookte maaltijden en het is jouw recht om die maaltijden te kopen. Maar het is ook jouw recht om te weten wat je eet. En dat is nu vaak niet het geval. Niet alleen omdat de etiketten op voedingsproducten vaak onbegrijpelijk zijn, maar ook omdat verschillende informatie niet op die etiketten hoeft te staan. Zo zijn er verschillende 'hulpmiddelen' waarvan fabrikanten niet verplicht zijn ze te vermelden in de ingrediëntenlijst, maar ook bijvoorbeeld de teeltwijze van de ingrediënten of het voorkomen van bepaalde ingrediënten in onrustwekkende wetenschappelijke onderzoeken, wordt niet afgedrukt op de verpakking. Vaak hebben de fabrikanten alle redenen om daarover te zwijgen. We besparen je hier de details, maar lees er gerust het werk van onderzoeksjournaliste Johanna Blythman op na als je meer te weten wil komen. Denk jij nu iets als "Ja maar, hier wordt enkel gepraat over bewerkte voeding en dat koop ik nooit"? Dat zou kunnen. Al zou dat wel betekenen dat jij dan ook nooit bijvoorbeeld gedroogde pasta, confituur, koekjes, broodbeleg of kant-en-klare slaatjes koopt. Maar zelfs als jij alles helemaal zelf zou maken, dan nog heb je belang bij voedingsjournalistiek. Want uiteraard begint voedsel altijd bij het begin: in een boerderij ergens ter wereld. En ook daar gebeuren geregeld dingen die een kritische blik kunnen gebruiken. De mensen die hun leven wijden aan het gepassioneerd telen van de meest prachtige producten verdienen uiteraard alle lof. Maar - daar halen we je misschien weer uit een romantisch ideaalbeeld - de land- en tuinbouw is lang niet altijd zo gezellig als ze lijkt in kinderboeken. Getuige daarvan is het opmerkelijke debat rond glyfosaat. Die 'waarschijnlijk kankerverwekkende' pesticide blijft algemeen gebruikt worden en het is niet onbegrijpelijk waarom: de arm van de bedrijven die er handenvol geld aan verdienen reikt ver. Zo ver zelfs dat studies waarop overheden hun beslissingen baseren, soms worden geschreven op bestelling van de sector. Met een artikel dat ons heeft geleid tot aan de chemische industrie lijkt het misschien dat we ver afgedreven zijn van lekkere recepten en tips om te koken met een beperkt budget, zaken die je gemakkelijk associeert met dit culinaire luik van Knack Weekend. Maar het hangt er wel inherent mee samen. Goed eten begint bij de basis. En die wordt gelukkig steeds grondiger onder de loep genomen door voedingsjournalisten.Maar hoe betrouwbaar zijn die journalisten zelf? Het probleem is dat voeding en de productie daarvan zo'n gecompliceerd en continu veranderend onderwerp is dat het moeilijk is om dé waarheid te schrijven. Voor elk kritisch artikel over voedsel dat op Weekend.be verschijnt, komt er op deze redactie wel een reactie binnen die (al dan niet geslaagd) het tegenovergestelde standpunt beargumenteert. Dat brengt een onzekerheid met zich mee, beargumenteerde Huib Stam eerder al, waardoor journalisten hun pijlen liever op een onwankelbaar thema richten, al lijkt een kentering ingezet. Meer kritische journalistiek naar hoe ons eten gemaakt wordt, is dan ook broodnodig. Want net zoals je als nieuwsconsument de kans moet hebben te weten hoeveel politici bijverdienen met bijkomende mandaten of hoe het nu juist zat met die Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen, zo heb je ook het recht te weten wat je na een bezoek aan de supermarkt in je eigen koelkast legt.