Onderzoekers aan het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) kweekten drie groepen kippen op drie verschillende manieren. In de eerste groep werden de kippen hun hele leven lang binnen gehouden, de tweede groep kippen kon na vijf weken naar buiten en had een veld met houten afdakjes ter beschikking, de derde groep kon ook naar buiten na vijf weken en hadden natuurlijke beschutting in de vorm van wilgen ter beschikking.

Na tien weken werden de kippen geslacht en werd hun vlees aan allerlei tests onderworpen. Daaruit bleek dat het vlees van de uitloopkippen geler en donkerder was dan dat van de binnenkippen. Bovendien bevatte het meer meervoudig onverzadigde vetzuren, wat een gunstig effect kan hebben op de gezondheid van wie het eet. Tot slot kwam het vlees van kippen die vrije uitloop hadden en zich konden verschuilen in het wilgenbosje als malser, sappiger en minder vezelig uit de blinde smaaktest.

Groot verschil

Dat klinkt niet heel verrassend, en ook onderzoekster Lisanne Stadig had deze uitkomst min of meer voorspeld: "Ik had wel verwacht dat er verschillen zouden zijn tussen de kippen met en zonder uitloop. De buitenkippen kunnen namelijk planten en insecten eten en hebben meer beweging. Het was wel afwachten of er ook in de blinde smaaktesten zulke duidelijk meetbare verschillen zouden opduiken: daarvoor moest het effect echt groot genoeg zou zijn. Die verschillen zijn gevonden door onze proefpersonen, dus dat maakt het extra leuk."

Als een vrije uitloopkip duidelijk lekkerder is, waarom zouden boeren dan nog kippen binnen opkweken? Lisanne Stadig verklaart: "Om economische redenen. En omdat de biologische pluimveehouderij niet opschaalbaar is bij gebrek aan grond. De biologische pluimveemarkt blijft voorlopig een nichemarkt die nog geen 1% van de Vlaamse productie inneemt (in Vlaanderen zijn er zo'n 115.000 biobraadkippen, tegen ruim 20 miljoen gangbare braadkippen).

"Wat naar mijn mening wel een stap vooruit zou zijn, is als er voor braadkippen een segment tussen bio en gangbaar zou komen, zoals in Nederland."

De vraag naar gangbaar kippenvlees is zo groot dat de bioboeren die hoeveelheden onmogelijk zouden kunnen halen, omdat daar teveel land voor nodig zou zijn, zowel voor het biovoeder en voor de buitenloop. Daarbij is biologische kip ook gemiddeld dubbel zo duur per kilo als een gangbare braadkip, en helaas is niet iedereen in staat of bereid om die meerprijs te betalen.

Wat naar mijn mening wel een stap vooruit zou zijn, is als er een tussensegment zou komen, zoals in Nederland. Daar heb je braadkip met 1 of 2 sterren van het Beter Leven keurmerk. Die dieren zijn niet bio, maar genoten wel o.a. een overdekte of vrije uitloop en daarnaast nog andere zaken die bevorderlijk zijn voor het welzijn van de dieren." (EK)

Onderzoekers aan het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) kweekten drie groepen kippen op drie verschillende manieren. In de eerste groep werden de kippen hun hele leven lang binnen gehouden, de tweede groep kippen kon na vijf weken naar buiten en had een veld met houten afdakjes ter beschikking, de derde groep kon ook naar buiten na vijf weken en hadden natuurlijke beschutting in de vorm van wilgen ter beschikking. Na tien weken werden de kippen geslacht en werd hun vlees aan allerlei tests onderworpen. Daaruit bleek dat het vlees van de uitloopkippen geler en donkerder was dan dat van de binnenkippen. Bovendien bevatte het meer meervoudig onverzadigde vetzuren, wat een gunstig effect kan hebben op de gezondheid van wie het eet. Tot slot kwam het vlees van kippen die vrije uitloop hadden en zich konden verschuilen in het wilgenbosje als malser, sappiger en minder vezelig uit de blinde smaaktest. Dat klinkt niet heel verrassend, en ook onderzoekster Lisanne Stadig had deze uitkomst min of meer voorspeld: "Ik had wel verwacht dat er verschillen zouden zijn tussen de kippen met en zonder uitloop. De buitenkippen kunnen namelijk planten en insecten eten en hebben meer beweging. Het was wel afwachten of er ook in de blinde smaaktesten zulke duidelijk meetbare verschillen zouden opduiken: daarvoor moest het effect echt groot genoeg zou zijn. Die verschillen zijn gevonden door onze proefpersonen, dus dat maakt het extra leuk."Als een vrije uitloopkip duidelijk lekkerder is, waarom zouden boeren dan nog kippen binnen opkweken? Lisanne Stadig verklaart: "Om economische redenen. En omdat de biologische pluimveehouderij niet opschaalbaar is bij gebrek aan grond. De biologische pluimveemarkt blijft voorlopig een nichemarkt die nog geen 1% van de Vlaamse productie inneemt (in Vlaanderen zijn er zo'n 115.000 biobraadkippen, tegen ruim 20 miljoen gangbare braadkippen). De vraag naar gangbaar kippenvlees is zo groot dat de bioboeren die hoeveelheden onmogelijk zouden kunnen halen, omdat daar teveel land voor nodig zou zijn, zowel voor het biovoeder en voor de buitenloop. Daarbij is biologische kip ook gemiddeld dubbel zo duur per kilo als een gangbare braadkip, en helaas is niet iedereen in staat of bereid om die meerprijs te betalen. Wat naar mijn mening wel een stap vooruit zou zijn, is als er een tussensegment zou komen, zoals in Nederland. Daar heb je braadkip met 1 of 2 sterren van het Beter Leven keurmerk. Die dieren zijn niet bio, maar genoten wel o.a. een overdekte of vrije uitloop en daarnaast nog andere zaken die bevorderlijk zijn voor het welzijn van de dieren." (EK)