Om het verschil te begrijpen tussen champagnes zonder en met oogstjaar, moeten we even in herinnering brengen hoe champagne nu precies gemaakt wordt.
...

Om het verschil te begrijpen tussen champagnes zonder en met oogstjaar, moeten we even in herinnering brengen hoe champagne nu precies gemaakt wordt. Elke champagne begint als witte (of rosé) wijn, gemaakt in de champagnestreek van druiven die in diezelfde streek geteeld zijn. Meestal gaat het om chardonnay, pinot noir en pinot meunier. Die witte wijn wordt gebotteld in flessen, waaraan een bepaalde hoeveelheid gist en suiker wordt toegevoegd om een tweede gisting op gang te brengen. De suiker wordt omgezet in alcohol en koolzuur, wat de belletjes veroorzaakt. Omdat de flessen afgesloten zijn met een kroonkurk, blijven die belletjes gevangen in de fles. De champagne is geboren. Die champagne rijpt dan een tijd verder op zijn gistrest in een koele kelder (minimaal twaalf maanden). Daarbij worden de flessen regelmatig gedraaid tot ze helemaal rechtop staan en het bezinksel naar de flessenhals is gezakt. Zo kan dat bezinksel bevroren en verwijderd worden, waarna aan de champagne nog een dosis likeur wordt toegevoegd, die de graad van zoetheid bepaalt. Die valt af te leiden uit termen op het etiket zoals demi-sec (tussen 32 en 50 gram per liter), brut (tot 12 gram per liter), extra-brut (tot 6 gram per liter) en brut nature (tot 3 gram per liter, of zelfs helemaal geen). Ten slotte wordt de champagnefles afgesloten met zijn definitieve kurk. Het grote verschil tussen champagne met en zonder oogstjaar zit in het eerste stadium van deze 'méthode champenoise': het maken van de witte wijn. En dat heeft zijn invloed op het hele verdere proces en op het uiteindelijke resultaat. Merkchampagnes streven naar een constante stijl en smaak van hun drank, jaar in jaar uit. Maar elk oogstjaar kent andere weersomstandigheden en dus ook een andere kwaliteit van druiven. Om die verschillen tussen de oogstjaren uit te vlakken, bewaren de champagnehuizen een constante stock van witte wijnen van verschillende jaren uit verschillende wijngaarden: de zogenaamde 'vins de réserve'. Die worden met de witte wijn van het laatste oogstjaar vermengd tot een mix die zo dicht mogelijk aanleunt bij de 'huisstijl'. Vandaar dat de champagne geen oogstjaar vermeldt: hij werd immers gemaakt van meerdere witte wijnen van verschillende oogstjaren. Er zijn echter ook oogstjaren die uitzonderlijk goed zijn en dus een uitzonderlijk goede kwaliteit van druiven opleveren. Omdat het zonde zou zijn om die te vermengen met druiven van minder goede jaren, besluit men dan om de witte wijn alleen met druiven uit dat oogstjaar te maken. Waardoor men ook een jaartal op de fles kan zetten. Zo'n champagne wordt 'millésimé' (of 'vintage') genoemd. Die rijpt langer op zijn gistrest dan de champagnes zonder oogstjaar (minimaal drie jaar), wat de kwaliteit merkelijk doet verbeteren. Je kunt hem zelf ook langer bewaren dan champagnes zonder oogstjaar, die je best binnen de twee à drie jaar drinkt. Zijn champagnes met oogstjaar ook duurder? Helaas wel. Niet alleen in het glas, ook in je portemonnee merk je het verschil.