'Vorige week gaf ik mijn moeder op haar donder. Ze is 77, heeft wat lichamelijke akkefietjes, maar had die verzwegen. Ik woon nochtans vlakbij en had kunnen helpen. Tegelijk snap ik hoe bang ze is om haar zelfstandigheid op te geven. Ze is altijd gefrustreerd geweest dat ze van haar conservatieve ouders niet mocht studeren. Wellicht daarom bouwde ze, samen met mijn vader, een nieuw, vrij bestaan op in Ierland, waar ik tot mijn tiende heb gewoond.
...

'Vorige week gaf ik mijn moeder op haar donder. Ze is 77, heeft wat lichamelijke akkefietjes, maar had die verzwegen. Ik woon nochtans vlakbij en had kunnen helpen. Tegelijk snap ik hoe bang ze is om haar zelfstandigheid op te geven. Ze is altijd gefrustreerd geweest dat ze van haar conservatieve ouders niet mocht studeren. Wellicht daarom bouwde ze, samen met mijn vader, een nieuw, vrij bestaan op in Ierland, waar ik tot mijn tiende heb gewoond. Mijn moeder drukte mijn zusje en mij daar altijd op het hart: 'Je moet je eigen broek ophouden.' Daarmee bedoelde ze dat je als vrouw nooit afhankelijk mag worden van een man, maar ook dat je alles zelf moet kunnen maken en repareren. Ze vond het bovendien belangrijk dat we wisten hoe gevaarlijke apparaten werkten, zodat we ons er niet aan konden bezeren. Dus liet ze ons al heel jong het fornuis, de heggenschaar en de grasmachine bedienen. Ik was nog maar vier of vijf toen ik aan haar grote naaimachine een stuk stof onder de naald moest doorhalen. Spannend, maar ze vond dat ik het beter kon leren dan in een onbewaakt moment de naald door mijn vinger heen te krijgen. Ik was een druk, expressief kind en had veel aandacht nodig, dus niets maakte mij gelukkiger dan samen met mijn moeder bezig te zijn. Gek genoeg had ze ook veel kritiek. Dan was ik zelf heel trots, maar vond zij dat het beter kon - wat een teleurstelling. Maar ze legde die lat hoog met goede bedoelingen. Ze kan het vandaag nog steeds niet laten om advies te geven waardoor het volgens haar helemaal af had kunnen zijn. Dan denk ik: jeetje, mam, applaudisseer nu gewoon toch een keer. (lacht)Ik herken het wel, hoor. Ik maak altijd een nieuw boek als een verbetering op het vorige. Mijn man Oof ( Verschuren, fotograaf, red.), met wie ik ze samen vormgeef, heeft dat perfectionisme van mijn ouders doorgezet. Hij leerde me te focussen en gericht te werken, anders had ik het zeker niet zo ver gebracht. Bij ons eerste boek hoefde ik niet na te denken over het concept: homemade is een deel van mij. Ik blijf overtuigd dat je zoveel mogelijk met eigen handen moet maken. Dan kun je het naar je eigen smaak doen, dan verleg je je grenzen - onlangs vlocht ik voor het eerst wanden voor rond mijn bloembakken, met hazelaarsnoeisel - én het heeft iets sobers en eerlijks om niet zomaar alles te bestellen, maar stil te staan bij hoe iets in elkaar zit. Soms smokkel ik in mijn boeken een moeilijkere opdracht, als extra push voor de lezers. Dat is toch iets van mijn moeder dat in mij zit. Ook mijn petekinderen leer ik graag dingen, maar moeder worden leek me een te grote verantwoordelijkheid. Ik ben zelf nog steeds een kind dat elke dag iets nieuws wil ontdekken. Ik kan ook vreselijk lui zijn, maar dat is dan omdat ik merk dat ik tegen een grensje aanloop. Nog niet zo lang geleden flirtte ik met een burn-out. Gelukkig geven Oof en ik elkaar rust. We kunnen ook zo hard lachen samen. Dat klinkt bijna te perfect, maar zo voelt het. Onlangs zwoegden we een hele week om een keramiekoven te bouwen. Toen we die eindelijk heet genoeg hadden gekregen, stonden we te springen van vreugde. Ik weet zeker dat ik het alleen zou kunnen, ik houd mijn eigen broek op, maar met twee is gewoon leuker.'