Gebotteld water kopen is al een bijzonder cultureel fenomeen op zich. In België loopt het drinkbaar water binnen de seconde uit zowat elke kraan, maar toch kiezen heel wat mensen ervoor te sleuren met milieuvervuilende flessen en daar nog eens gemakkelijk een prijs voor te betalen die vergeleken met die van kraanwater absurd hoog ligt. Met de opkomst van allerlei als hypergezonde in de markt gezette waters (zoals bijvoorbeeld Fiji Water) toonden heel wat mensen zich bovendien bereid om daar zelfs nog een schepje bovenop te doen. Marketing en (vaak loze) gezondheidsbeloften kosten nu eenmaal veel geld. Veel gekker moet het niet worden, denk je? Think again.
...

Gebotteld water kopen is al een bijzonder cultureel fenomeen op zich. In België loopt het drinkbaar water binnen de seconde uit zowat elke kraan, maar toch kiezen heel wat mensen ervoor te sleuren met milieuvervuilende flessen en daar nog eens gemakkelijk een prijs voor te betalen die vergeleken met die van kraanwater absurd hoog ligt. Met de opkomst van allerlei als hypergezonde in de markt gezette waters (zoals bijvoorbeeld Fiji Water) toonden heel wat mensen zich bovendien bereid om daar zelfs nog een schepje bovenop te doen. Marketing en (vaak loze) gezondheidsbeloften kosten nu eenmaal veel geld. Veel gekker moet het niet worden, denk je? Think again. Op dit moment vind je in het warenhuis Harrods het zogenaamde Svalbarði 'luxury water'. Behalve dat klanten er wel heel diep voor in hun buidel moeten tasten (genoemde prijzen gaan tot 94 euro per liter), klinkt ook dat de verkoop van het water niet ethisch te verantwoorden is. Het wordt namelijk niet opgepompt in een waterrijk gebied, maar wel als ijs ontgonnen aan de kust van het Noorse Svalbard. Volgens Quereshi is het echter niet nodig om je zorgen te maken om het milieu als je een fles Svalbarði koopt, want het bedrijf zegt gecertificeerd te zijn als CO2-neutraal en projecten met hernieuwbare energie te stimuleren in Oost-Afrika en China. Bovendien "gebruikt Svalbarði haar positie als producent om het bewustzijn rond klimaatverandering op een internationale schaal te vergroten" en is de onderneming stelling enkel ijsbergen die al in het water drijven te gebruiken die niet gebruikt kunnen worden (door ijsberen) om op te jagen. De glazen fles is herbruikbaar en recycleerbaar, de schroefdoppen zijn gemaakt van duurzaam hout,... Het regent op de website van het bedrijf argumenten om je niet rot te hoeven voelen als je om een of andere reden veel geld wil besteden aan water, maar de copywriter van dienst vergeet uit het oog dat het gaat over een product dat nergens voor nodig is in de eerste plaats. Gesmolten water van op de Noordpool duurzaam noemen: je moet het maar durven. Toegegeven: 30 ton ijs is peanuts als je spreekt over de hele Noordpool, hoe kwetsbaar die ook is. Maar het wringt wel enorm dat een lokale overheid toestemming kan geven om bij te dragen aan de vermindering van iets dat zo belangrijk is voor de hele wereld en dat een kleine groep mensen daar grof geld mee schijnt te verdienen. Gaat het niet over die 30 ton, dan gaat het wel over de boodschap die wordt meegegeven: dat beetje ijs gaan we niet missen, zolang het maar gecompenseerd wordt met genoeg cash. En het stopt natuurlijk ook niet bij die 30 ton ijs. Ook de uitstoot van het transport moet bijvoorbeeld in rekening worden gebracht, plus het feit dat enkele mensen een ongerepte wildernis verstoren tijdens hun expedities om blokken ijs te verzamelen. En dan hebben we het nog niet gehad over de steeds groter wordende afvalberg en de wetenschap dat er drie liter water nodig is om een liter gebotteld water te bekomen. Zelfs daar stoppen de bezwaren tegen dit Svalbarði-water nog niet. Want meer dan over de eventuele teloorgang van de aarde zoals wij ze vandaag kennen, gaat dit ook over mensen. Ongeveer 663 miljoen mensen leven zonder veilig drinkwater. Je zou je kunnen afvragen of de mensen die 94 euro betalen voor een liter water daar soms stil bij staan. Water als het volgende luxeproduct dat steeds beter en hipper kan: ten koste van wat?Bron: The Guardian