Column

‘Toen ik “De kracht van vrouwen” van Denis Mukwege las, wist ik: voor deze man ga ik diep buigen’

Nathalie Le Blanc staat stil bij de frappante feiten die ze al lezend opmerkte.

Zo’n diepe buiging, vaak door de knieën, bijna altijd voor een gekroond hoofd, ik vind dat raar. Uiteraard doen de Elizabeths en Filippen hun job goed en verdienen ze alle respect, maar dat doen veel mensen in deze wereld. Dat gebuig maakt deel uit van een oude hiërarchie die nergens meer op slaat. Toch boog ik al eens spontaan voor mensen die ik interviewde. Voor wijlen Natan Ramet, die nazikampen overleefde en na die confrontatie met het gruwelijkste dat we kunnen doen, toch nog het mooie in mensen zag. Of voor Jane Goodall, omdat ze niet alleen een moedig leven geleid heeft, maar ook een innemend mens bleek met een onverwoestbaar geloof in de toekomst. Voor hen boog ik spontaan, ook al geneerde ik me er achteraf een beetje voor. Toen ik De kracht van vrouwen van Denis Mukwege dichtsloeg, wist ik: ook voor deze man ga ik diep buigen, als ik ooit de eer heb hem te ontmoeten. De Congolese gynaecoloog die in Bukavu het Panzi-ziekenhuis stichtte, waar geprobeerd wordt om vrouwen die slachtoffer werden van seksueel geweld lichamelijk en geestelijk te genezen, kreeg in 2018 samen met de Iraakse Yazidi Nadia Murad de Nobelprijs voor de Vrede. Hij werd toevallig feminist en activist, legt hij in dit boek uit. “Arts worden was op zich al een torenhoge ambitie voor een kind dat geboren is in een hut in de tijd dat Congo nog een Belgische kolonie was.” Dat hij zich specialiseerde in het behandelen van verwondingen van verkrachtingen, is het gevolg van de oorlogen die sinds 1996 in Congo gevoerd worden, waarbij seksueel geweld als oorlogsmisdaad gebruikt wordt. In dit boek vertelt hij over de strijd tegen geweld, discriminatie, onwetendheid en onverschilligheid die vrouwen moeten voeren, en waarom hij daar ook zijn schouders onder heeft gezet. Het gaat niet alleen over de slachtoffers van Congolese soldaten, Mukwege heeft het over een wereldwijde epidemie van geweld tegen vrouwen, ook bij ons.

Denis Mukwege moest niets, maar deed het toch. Dat heet moed

Hij is niet grootgebracht als mannelijke feminist. Meer zelfs, het is een idee dat zijn ouders en hijzelf niet eens kenden, schrijft hij. “Toch was mijn opvoeding anders dan die van andere jongens. Ik groeide op in een huishouden waar vraagtekens gezet werden bij sommige, hoewel niet alle, rigide regels over genderrollen die in alle patriarchale samenlevingen, niet alleen de Afrikaanse, de overhand hebben.” Jongens staan op een voetstuk, legt hij uit, en daarom moeten ze geen huishoudelijke taken doen, dat is voor meisjes. Dat zorgt voor een duidelijke hiërarchie. Maar niet in huize Mukwege. “Om onduidelijke redenen had mijn moeder vrij progressieve ideeën over de taken en verantwoordelijkheden van haar kinderen. (…) Ze wilde dat wij onafhankelijk zouden zijn. Je moet voor jezelf kunnen zorgen, vond ze.” Tiener-Denis vond dat niet leuk, zeker niet toen zijn vriendjes zagen dat hij ‘meisjesdingen’ zoals wassen en strijken deed. “Maar het kwam van pas als student in Kinshasa, Bujumbura en Frankrijk, en mijn moeders egalitaire zienswijze had invloed op hoe ik naar vrouwen keek. Ik werd niet gestimuleerd om te denken dat ik beter was dan mijn zussen.”

Mukwege’s opvoeding, zijn persoonlijkheid, de omstandigheden, ze speelden allemaal mee om hem te maken wie hij is, maar uiteindelijk gaat het over de keuzes die hij maakt. Hij moest geen gynaecoloog worden, geen ziekenhuis oprichten, geen activist worden. Hij had gewoon kunnen werken in Congo, of in Canada kunnen blijven, toen hij daar terechtkwam na een aanslag op zijn leven. Maar dat deed hij niet. Hij hielp vrouwen en liet zijn stem horen, met gevaar voor eigen leven. Hij moest niets, maar deed het toch. Dat heet moed, en dat verdient alle diepe buigingen.

De kracht van vrouwen, een verhaal van moed en veerkracht,

dr. Denis Mukwege, De Bezige Bij, 2021.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content