Schermer Stef De Greef: ‘Topatleet zijn is een kwestie van evenwicht’

Stef De Greef. © AARON LAPEIRRE

Stef De Greef (24) is Belgisch kampioen schermen en studeert aan de VUB. Zijn steun aan de Oekraïense bevolking tijdens het jongste wereldkampioenschap in Caïro ging niet onopgemerkt voorbij.

Mijn ouders dachten dat het schermen een bevlieging was voor mij. Hoewel ik uit een sportieve familie kom, heb ik dus toch wat moeten vechten om met de sport te mogen beginnen. Ik was zes jaar toen ik de schermers bezig zag op de Olympische Spelen, maar mijn ouders zagen pas veel later hoe gemotiveerd ik was, op een initiatiedag van Brussels Fencing Club. Ik heb de club nooit verlaten, en ondertussen ben ik acht jaar lid van de nationale schermploeg.

Er zijn belangrijkere dingen in het leven dan sport. Opkomen voor je waarden is er daar een van. Ik kwam aan op de wereldkampioenschappen op de dag dat Rusland Oekraïne binnenviel en verbleef in hetzelfde hotel als de Russische én de Oekraïense delegatie, maar vreemd genoeg sprak niemand over de oorlog – de atleten niet, en ook de Internationale Schermfederatie niet. Ik wist dat het dragen van een blauw en geel lint reacties zou uitlokken, maar dat risico nam ik erbij. Voor mij was het gewoon ondenkbaar om niets te doen terwijl mensen aan het sterven waren aan de grenzen van Europa.

Ik wil winnen, maar ik wil vooral mezelf kunnen aankijken in de spiegel. Midden in de wedstrijd kreeg ik te horen dat een Russische coach had geklaagd over mijn statement, en toen heb ik in overleg met mijn eigen coach mijn armlint afgedaan om een uitschakeling te vermijden. Achteraf bekeken vraag ik me af of dat wel een goed idee was. Misschien had ik beter mijn zin doorgedreven en forfait gegeven.

Voor mij was het gewoon ondenkbaar om niets te doen terwijl mensen aan het sterven waren aan de grenzen van Europa.

Topatleet zijn is een kwestie van evenwicht. Ik train zestien uur per week, neem meerdere keren per maand deel aan wedstrijden en zit soms in het buitenland, maar dat zie ik allemaal niet als een opoffering. Ik hou uiteraard van schermen, maar mijn studie Europese Integratie aan de VUB is ook heel belangrijk voor mij, net als tijd doorbrengen met de mensen van wie ik hou. Ik zou geen goede schermer zijn als ik niet zulke goede banden zou hebben met anderen of als ik zou falen in mijn studie, en omgekeerd.

De Brusselse rand is echt mijn oase van rust. Ik ben opgegroeid in Dworp, in het midden van Pajottenland, en woon momenteel nog bij mijn ouders, tussen de velden bij het Hallerbos. Omdat ik het goed heb bij hen, maar ook omdat ik van de omgeving hou. Ik kan in Brussel studeren, maar ik zie mezelf er niet wonen. Geef me dan maar de rand: dicht bij alles, maar tegelijk groener en stiller.

Taal is cultuur. Als je elkaars taal spreekt, kun je elkaar dus ook beter begrijpen, en niet alleen vanuit taalkundig oogpunt. Het is niet de enige oorzaak van de problemen tussen de verschillende gemeenschappen in ons land, maar ik ben ervan overtuigd dat er op nationaal niveau veel meer wederzijds begrip zou zijn als iedereen gewoon tweetalig was. Voor mij was die tweetaligheid een evidentie omdat mijn vader de beide talen perfect beheerste, maar thuis altijd Frans sprak. Tegelijk wijs ik niemand met de vinger: als mijn Franstalige collega’s me vertellen dat ze op de humaniora niet verplicht worden om Nederlands te leren, is het dan hun schuld dat zij de taal niet spreken of hebben we dan een institutioneel probleem?

Lezen is een uitstekende manier om tot rust te komen, maar ook om je te verwonderen. Zelf ben ik een veelvraat: elk nieuw boek geeft je de mogelijkheid om je onder te dompelen in een andere wereld. Vooral stripverhalen en graphic novels verbazen me vaak: dat iemand zo goed bepaalde emoties of een verhaal kan overbrengen door te tekenen. De recente boycot van de Holocaust-strip Maus van Art Spiegelman op een Amerikaanse school in Tennessee vind ik onbegrijpelijk. Zo’n Poetin die het over de “denazificatie” van Oekraïne heeft: juist om dergelijke leugens te kunnen ontmaskeren heb je boeken als Maus nodig.

Ik geloof niet dat ik tot een opofferingsgeneratie behoor. Ja, tussen pandemieën, oorlog, stijgende energie- en vastgoedprijzen en de staat van het milieu hebben we nog heel wat uitdagingen voor de boeg, maar ik heb vertrouwen in de toekomst. De vorige generatie de schuld voor alle problemen geven is wat gemakkelijk – zij hebben niet opzettelijk beslissingen genomen om ons het leven moeilijker te maken. We zitten in een periode die in vele opzichten tragisch is, maar voor de politicologiestudent in mij zijn het enorm fascinerende tijden.

Partner Content