Van kunstvoeding tot Paw Patrol-koeken: kinderen zijn de grootste gebruikers van ultrabewerkt voedsel

Deutschland, Muenchen, Location, indoor, Tisch, Süssigkeiten, Maedchen nimmt sich Bonbons © Getty
Eva Kestemont
Eva Kestemont Journalist KnackWeekend.be

(Jonge) kinderen eten het meest ultrabewerkt van iedereen. We zoomen even in op de grootste pijnpunten die dat met zich meebrengt.

Kinderen: we zouden er alles voor over hebben om het hen naar hun zin te maken. Toch voeren we hen massaal ultrabewerkt eten en drinken, waarvan gezondheidsorganisaties wereldwijd sterk aanraden het gebruik te beperken. Het dieet van de gemiddelde 3- tot 9-jarige bestaat in België voor 33,3 procent uit industrieel bewerkte melkdranken, vleesproducten, koekjes, gebak en ander ultrabewerkt voedsel. Dat is meer dan in eender welke leeftijdscategorie (voor volwassenen ligt het cijfer op 29,2%) en blijft niet zonder gevolgen. Gezond Leven kijkt als verklaring voor de stijgende cijfers rond overgewicht en obesitas bij kinderen naar ultrabewerkte voeding. De problemen stellen zich op verschillende fronten. Enkele pijnpunten.

1. De jongsten zijn er soms voor de volle 100% afhankelijk van

De Wereldgezondheidsorganisatie raadt aan om baby’s tot zes maanden exclusief melk te geven en pas daarna mondjesmaat te starten met vaste voeding. In het meest ideale geval is dat, ook volgens de WHO, melk van de eigen moeder of van een donor, maar in gevallen waarin die opties niet mogelijk zijn, is er kunstvoeding. Het is een mooie uitvinding die het mogelijk maakt om kinderen in heel wat gezinnen te voeden. Toch mogen we iets niet uit het oog verliezen: ook kunstvoeding geldt als een ultrabewerkt fabrieksproduct. Dat betekent dat sommige kinderen in hun eerste levensfase, waarin ze nog alles te leren hebben over eten en drinken, volledig steunen op een industrie. Dat brengt een aantal implicaties met zich mee.

Eerst en vooral loopt er af en toe iets fout in de fabrieken waar koemelk gedehydrateerd wordt, de eiwitten in de melk bewerkt worden om beter verdragen te worden door babymaagjes, dierlijke vetten worden vervangen door plantaardige en supplementen zoals vitamine D en K en ijzer worden toegevoegd. Net zoals er een besmetting kan sluipen in de productieketen van Ferrero- of Callebautchocolade, kan dat ook gebeuren bij kunstvoeding. Iets als een salmonellavergiftiging is in de meeste gevallen enkel erg hinderlijk voor volwassenen, maar voor baby’s kan het levensbedreigend zijn, onder andere omdat zij in het geval van besmette melk voeding na voeding besmet worden. Kleine verontreinigingen kunnen zich zo opstapelen in hun lijfjes.

In 2017 werd Frankrijk zo nog opgeschrikt door een uitbraak bij Lactalis, een van de grootste zuivelproducenten ter wereld. Vele tientallen baby’s werden besmet. En het bleef niet alleen in Frankrijk, want Lactalis voerde destijds uit naar 83 landen, ook het onze. De CEO van de melkmultinational moest toegeven dat het probleem vermoedelijk al enkele jaren lang speelde. Voedselwaakhond foodwatch zag in het verhaal een voorbeeld van hoe het systeem er niet adequaat in slaagt consumenten te beschermen: zelfs na terugroepingen bleven verschillende supermarkten de bewuste melkverpakkingen aanbieden.

Boodschappen als ‘ze worden ook groot op kunstvoeding’ gaan wel heel gemakkelijk voorbij aan het feit dat er voor veel borstvoedingsproblemen een oplossing bestaat en dat donormelk ook een optie kan zijn. // (c) Getty

Een recenter schandaal voert ons naar een tweede probleem rond de industrialisering van een product dat voor sommige baby’s levensnoodzakelijk is. Ook in Amerika dook onlangs een bacteriële besmetting op in poedermelk. Nadat twee baby’s waren overleden en er nog eens vier ziek werden, zette producent Abbott de productie van haar fabriek in Michigan stil. In de maanden daarop ontstond een schaarste die president Joe Biden enkel kon oplossen door een oorlogswet in voege te doen treden. Dit verhaal toont aan hoe kwetsbaar een voedselsysteem dat vertrouwt op enkele grote producenten is, en zeker wanneer het gaat over een product van levensbelang. Vandaag ligt de fabriek overigens opnieuw stil na overstromingen.

Ook zonder de zaken die nu en dan fout lopen in de productie, zijn er vraagtekens te plaatsen bij de macht die poedermelkproducenten vandaag hebben. Kunstvoeding wordt doorgaans geproduceerd door gigantische multinationals (de flessenvoedingsindustrie is meer dan 48 miljard euro waard) die ook maar een economisch model dat groeiende winstcijfers centraal stellen. Elk bedrijf ziet zijn verkoopcijfers graag stijgen, ook wanneer het gaat over een product dat pas gezien wordt als derde wenselijke optie voor het voeden van baby’s. Directe reclame is omwille van de vele voordelen van moedermelk dan wel vaak verboden voor zuigelingenvoeding, toch slaagt de industrie erin zich vaak op onethische manier op te dringen bij jonge ouders. Denk dan maar aan gratis staaltjes, door de industrie georganiseerde vormingsdagen voor kinderartsen, informatieboekjes rond voeding met twijfelachtige borstvoedingsadviezen, enzovoort. De eerste keus voeding (borstvoeding) wordt afgespiegeld als moeilijk en de tweede keus (donormelk) als onbetrouwbaar. Op die manier maakt poedermelk zichzelf onmisbaar. Natuurlijk hoeven ouders die er geïnformeerd voor kiezen zich niet schuldig of minderwaardig te voelen, maar sussende boodschappen als ‘ze worden ook groot op kunstvoeding’ en campagnes rond dat idee gaan wel heel gemakkelijk voorbij aan het feit dat er voor veel borstvoedingsproblemen een oplossing bestaat en dat donormelk ook een optie kan zijn.

2. Handigheidsoplossingen leren iets oudere kinderen weinig over goed eten

Na zes maanden zetten kinderen hun eerste stappen in de wereld van de vaste voeding, vaak in de vorm van papjes. Ook dan staat de voedingsindustrie klaar met als handige en tijdbesparende aangeprezen oplossingen voor drukke ouders. De bekende potjesvoeding kan echter nooit een vers bereide maaltijd vervangen, hoe gereguleerd de productie ervan ook is. Zelfs daar valt aan te tornen, want onlangs toonde een onderzoek van Test Aankoop nog aan dat geen enkel potje uit de supermarkt voldoet aan alle eisen die gesteld worden voor de specifieke behoeften van die leeftijdscategorie.

De eerste duizend dagen in het leven van een kind worden door experts gezien als razend belangrijk in het ontwikkelen van goede eetgewoontes

Daarbij komt nog eens dat papjes uit potjes of smoothies uit knijpflesjes een kind dat voedsel nog helemaal moet leren kennen, amper iets bijbrengen. De smaak komt niet in de buurt van vers bereid voedsel. Als er al iets te proeven valt, is het vaak zoetigheid. Zo bevatten groentepotjes vaak zoete groenten zoals pompoen, zoete aardappel of pastinaak, of wordt er zelfs wat appelmoes aan toegevoegd. Daardoor worden kinderen die nog alles te leren hebben over voedsel en hoe het hoort te smaken al van jongs af aan gewoon aan de smaak van zoet. Dan is er nog de vaak volledig gladgemalen textuur, waardoor een kind niets leert over hoe verschillende soorten voedsel aanvoelen in de mond. Bovendien doet die gladde textuur – net als bij ander ultrabewerkt voedsel – iemand meer eten dan hij of zij nodig heeft. En door een knijpflesje leeg te sabbelen, leert een kind niet eens hoe voedsel er uitziet.

Dat is problematisch, want net de eerste duizend dagen in het leven van een kind (te rekenen vanaf de conceptie) worden door experts gezien als razend belangrijk in het ontwikkelen van goede eetgewoontes.

3. Snacks zijn niet nodig (maar het aanbod breidt alleen maar uit)

Het assortiment tussendoortjes voor baby’s en peuters groeit jaar na jaar. Van wortelcrackers over fruitrepen tot maissticks: ze klinken vaak erg gezond op de verpakking. Toch zijn al deze producten het resultaat van dezelfde hoogtechnologische processen als in de producten waarvan onderzoeker Kevin Hall zag dat ze mensen dik maken. Ander onderzoek leerde dat elke nieuwe bewerking en verpakking tijdens het productieproces een nieuwe lading chemicaliën in het eindproduct met zich kan meebrengen. Ook hippe groente- en fruitsnacks kunnen ultrabewerkt zijn.

Wil je jonge kinderen ook hun aperitiefje gunnen? Trakteer ze dan eerder op enkele reepjes wortel dan op maïsstengels met een smaakje. // (c) Getty

Daarbij gaat het nog steeds uitdiepende aanbod voorbij aan het feit dat jonge kinderen geen fancy snacks nodig hebben. Een stuk fruit, groente, wat soep of een boterham zijn volgens Gezond Leven de betere keuzes bij kleine honger. Dat geldt uiteraard ook voor oudere kinderen en volwassenen, maar onder het mom ‘jezelf eens verwennen’ en ‘extra genieten’ mogen zij nu en dan wel eens afwijken van de uitgelijnde gezondheidspaden. Bij de kleinsten, die nog alles moeten leren over voedsel en nog niet bezwaard zijn met emotionele waardeoordelen over wat lekker is en wat niet, is eten sowieso een ontdekkingsfeest: ze zijn vaak even blij met een echte aardbei als met een fruitreep.

4. Kleuters eten dubbel zoveel suiker als aanbevolen

Het is ontstellend hoeveel suiker kleuters en lageschoolkinderen gemiddeld binnenkrijgen. De WHO raadt aan dat maximum tien procent van de dagelijkse geconsumeerde calorieën uit vrije suikers zou mogen bestaan. (Daaronder worden alle toegevoegde suikers en die uit honing, siropen en vruchtensappen verstaan. De suikers die van nature in fruit, groente en zuivel zitten, tellen niet mee.) Foodwatch berekende dat kinderen tussen vier en acht jaar in Nederland gemiddeld op 19,5 procent zitten, ofwel het dubbele. Daardoor hebben kinderen nu al hun aangeraden portie vrije suikers binnen voor de rest van het jaar. Bij geen enkele andere leeftijdscategorie is het aandeel van suiker in het totale eetpatroon zo hoog. En dat terwijl jonge kinderen nog elke dag de basis leggen van hun latere eetpatroon als volwassene.

Foodwatch
5. Kinderhelden moedigen ongezonde keuzes aan

Iedereen die af en toe nog maar van in de verte in contact komt met een kleuter, weet het: als Hanne, Marthe en Julia (het trio dat K3 vormt) het zeggen, is het waar. Als dat olijke trio dus staat te pronken op een ijsje, moet het wel goed zijn. De simpele kinderlogica maakt hen (en dus ook de ouders van de meest mondige en volhardende exemplaren) een makkelijk doelwit voor marketing.

Dat weten producenten ook. De supermarkt bulkt van de producten die aangeprezen worden door breed lachende kinderhelden. Dat is op zich niet zo erg, maar helaas bevinden die producten zich amper op de groente- en fruitafdeling. Waar Paw Patrol en consorten dan wél voor ingeschakeld worden? Koekjes, ijsjes, frisdrank, pudding, charcuterie,… Bedenk een ultrabewerkt product en de kans is groot dat er een variant bestaat die zich specifiek richt tot kinderen.

Daarbij werd enkel de verpakking op kindermaat vormgegeven, niet de inhoud. 85 procent van de kinderproducten in supermarkten bevat volgens foodwatch te veel vet, zout of suiker. Het stopt bovendien niet in de supermarkt. Ook in het dagelijkse leven bouwen veel voedingsmerken aan hun band met je kind, bijvoorbeeld door de sponsoring van sportevenementen of proefpakketjes in de crèche.

Het dieet van de gemiddelde 3- tot 9-jarige bestaat in België voor 33,3 procent uit ultrabewerkt voedsel. // (c) Getty

Ouders worden vaak met de vinger gewezen als hun kind overgewicht krijgt – zij moeten het maar beter (op)voeden en meer laten bewegen – maar de voedselindustrie blijft buiten schot. Die zet stevig in op lobbywerk en doet regelmatig beloftes rond zelfregulering waardoor de overheid laat betijen. Die zelfregulering heeft de afgelopen jaren echter maar weinig opgeleverd. De enige optie om kinderen tegen de vloedgolf van deze marketing te beschermen, is volgens Gezond Leven een sterk overheidsbeleid. 

6. Ongezonde schoolomgeving

Dat overheidsbeleid zou ook van pas kunnen komen in de ruimtelijke vormgeving die ongezonde voedselkeuzes stimuleert. Kinderen worden niet alleen in de winkel en via allerlei (online) media onophoudelijk bestookt door de marketing van bewerkt voedsel, ook in een erg belangrijk deel van hun fysieke leefwereld zijn ze in toenemende mate niet veilig voor de verstrekkende arm van de voedselindustrie.

Onderzoek van Sciensano constateerde dat het aanbod van junkfood rond Vlaamse scholen tussen 2008 en 2020 is toegenomen. Een basisschool in Vlaanderen telt momenteel gemiddeld 3,8 gemakswinkels en 6,3 fastfoodrestaurants binnen een afstand van een kilometer. Voor de secundaire scholen liggen deze aantallen nog hoger, met respectievelijk 7,6 gemakswinkels en 12,7 fastfoodrestaurants binnen een afstand van een kilometer. Dat leidt volgens Sciensano tot zwaardere kinderen, want zo wordt even binnenwippen na schooltijd wel erg gemakkelijk. Vooral jonge kinderen lijken vatbaar te zijn voor een ongezonde voedselomgeving.

Photo taken in Kazan, Russia

Een sterke overheid zou dat kunnen veranderen, zegt Sciensano. Zo kent Zuid-Korea al sinds 2009 ‘Green Food Zones’, gebieden in een straal van 200m rond een school waarin er een ban geldt op het verkopen van junkfood. Dichter bij huis voerde Londen in bepaalde zones een verbod in op afhaalzaken rond scholen en parken.

Meer lezen over wat er in fabrieksvoeding zit en wat dat betekent voor jou? Dat doe je op weekend.knack.be/WeetWatJeEet.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content