Column

Nathalie Cardon

‘Figuranten zijn voorwerpen, lijdzaam wachtend tot iemand ze van een schap pakt’

Nathalie Cardon Eindredactrice Knack Weekend

Nathalie Cardon vindt niks te banaal voor een goed verhaal.

Ik winkel met mijn tienernichtje alsof de wereld vredig verder draait. We kopen niets, maar lachen ons ziek in het pashok. Hoe ik eruitzie in een oversized jeansvest! Als een lege GB-zak. “Je lijkt nu zo’n tante die op een trouwfeest als eerste zat is en vieze moppen begint te vertellen”, vindt mijn nichtje. Goud.

“Het zit ’m in die afhangende schouders van mij”, zeg ik. “Wist je dat ik daar eens om gebodyshamed ben, op een filmset?” Nichtje richt zich op als een stokstaartje. Van zatte tante naar filmster, het is nogal een stap. In mijn hoofd reis ik af naar negen jaar geleden, toen ik mezelf ingeschreven had bij een castingbureau omdat, dat wist ik zeker ook al was het niemand opgevallen, er een Dora van der Groen in mij zat. Op een dag kwam mijn kans: ik werd uitgenodigd om te figureren in The Fifth Estate, een film over WikiLeaks-man Julian Assange, waarvan bepaalde scènes in het Antwerpse provinciehuis zouden worden opgenomen. Het scenario werd me niet toegestuurd. Al wat ik wist, was dat ik een bediende in een Zwitserse bank moest voorstellen en er ‘duur gekleed’ diende uit te zien. Dat bleek geen sinecure. Terwijl de ene na de andere figurante in mantelpak werd gestoken, bleef ik maar tussen de kledingrekken zitten tot de stylistes wisten wat ze met me aan moesten. Uiteindelijk hoorde ik wat het probleem was. Half achter een hand, niet eens op fluistertoon, sprak de ene kleedster tegen de andere: “ She has no shoulders.” Waarop er gegrinnikt werd: “ Let’s create them.” Misschien viel er uit deze mismaakte toch nog een mens te beitelen.

De grens tussen een filmshoot en een gijzeling is soms dun. Hoeveel waardigheid heb je over voor twee seconden op pellicule?

Wie geen tekst heeft, heeft geen stem. Figuranten, begon het me te dagen, zijn voorwerpen, lijdzaam wachtend tot iemand ze van een schap pakt. Ook al denkt de helft van hen dat hun bestaan buiten de set op een vergissing berust (de andere helft zijn gepensioneerden die elkaar kennen van de nepcafés uit Familie en Thuis), in de loop van de draaidag lijkt dat normale leven plots zo slecht nog niet. Ik sloot vriendschap met een vuilnisman, verkleed als bankdirecteur, die tijdens de lange uren in de zaal vol wannabe’s hevig naar zijn kar vol afval begon te verlangen. “Bedrijfsvuil!”, zei hij trots. “Is dat properder dan ander vuil?”, informeerde ik voorzichtig. Bulderlach. Ik mocht koffie voor hem halen, nu ik op een secretaresse en hij op een baas leek. Zo hadden we toch nog iets te spelen.

Overleven op suikerwafels, af en toe line-ups moeten vormen waar je soms wel, maar dan toch weer niet wordt uit gepikt, en steeds opnieuw op barse toon te horen krijgen dat ze niet weten hoelang het nog gaat duren maar dat je zeker niet naar huis mag: de grens tussen een filmshoot en een gijzeling is dun voor de figurant. Hoeveel waardigheid heb je over voor twee seconden op pellicule? Als mijn nichtje tijdens mijn vertelling uitroept dat we The Fifth Estate samen moeten bekijken, voel ik mijn hart een tree zakken. Stel dat ze me er niet hebben uit geknipt. Dat ik moet zien hoe ik erbij zat, toen ik aan het einde van de rit alsnog uit het rijtje was geplukt en er ‘actie’ werd geroepen: een hoopje gefingeerd zelfvertrouwen tussen twee epauletten. Achtergrond van een achtergrond. Eenzaamheid op doek.

De vuilnisman was op dat moment al lang naar huis. Toen de algemene onvrede aanzwol omdat er thuis kinderen wachtten, avondlijke afspraken, een echte wereld, stond hij als eerste op, keek de productiemedewerkers aan, rukte zijn das los en riep: “Kust allemaal mijn kluten!” Sommige mensen hebben niet alleen schouders, maar ook een ruggengraat.

Partner Content