Cotswolds

01/01/09 om 11:00 - Bijgewerkt om 10:59

Bron: Knack Weekend

De Engelse Cotswold Hills combineren een vrijwel ongeschonden, glooiend landschap met een weelde aan stenen getuigen van een rijk verleden. Minder bekend dan bijvoorbeeld Kent of Sussex, maar evenzeer weids, heuvelachtig en bosrijk.

Cotswolds

De Engelse Cotswold Hills combineren een vrijwel ongeschonden, glooiend landschap met een weelde aan stenen getuigen van een rijk verleden. Minder bekend dan bijvoorbeeld Kent of Sussex, maar evenzeer weids, heuvelachtig en bosrijk. Het overweldigende groen wordt hier en daar onderbroken door pittoreske dorpen en stadjes als Stratford Upon Avon, Stroud, Cheltenham en Oxford.

Er wordt wel eens gezegd dat de bewoners van de glooiende Cotswolds in het verleden leven, en dat blijkt nog min of meer te kloppen ook. De weggetjes zijn bochtig en verduiveld smal. Een Romeinse villa in Withington getuigt van de vroege belangstelling van bezoekers uit het zuiden, die bijna tweeduizend jaar geleden Corinium Dobunnorum stichtten, de tweede belangrijkste stad van Engeland, tegenwoordig Cirencester, de tweede stad van de Cotswolds.

In de ingeslapen dorpjes, met Range Rovers op de oprijlaan, staan huizen van honingkleurige steen, niet zelden omgeven door ruime tuinen. Het is duidelijk dat de streek een rijk verleden achter zich heeft.

Rijkdom op een schapenrug

De helft van de rijkdom van deze streek groeide op de rug van de schapen. In de zestiende eeuw was er plaats zat: in heel Engeland woonden amper twee miljoen mensen en de schapen hadden het land voor zich. Het gevolg laat zich raden: in Engeland groeide de wol die in Vlaanderen geweven werd. Van in de Middeleeuwen tot halverwege de zeventiende eeuw was dit een uitzonderlijke rijke streek met aardige kerkjes die door de wolhandelaars betaald werden, de zogenaamde wool churches.

Toen Elisabeth I een verbod op de uitvoer van wol uitvaardigde, keerde het tij en toen de aanleg van de spoorwegen in de negentiende eeuw de industriële geschiedenis openbrak, vielen de Cotswolds buiten de prijzen. Wat toen een drama was, blijkt nu een zegen omdat het patrimonium met veel zorg in stand werd gehouden en nagenoeg ongeschonden vijf eeuwen later nog overeind is gebleven.

Sterke vrouwen

De Cotswolds waren niet alleen getuige van bijzonder woelige taferelen uit de Engelse geschiedenis, ook de laatste veldslag van de Engelse burgeroorlog werd in 1646 in Stow-on-the-Wold gestreden. Toen de rust er weerkeerde, begon het gebied schoon volk aan te trekken, dat in de lieflijke stadjes als Chipping Campden, Broadway of Burton neerstreek.

Maar misschien nog mooier zijn de achteloos rondgestrooide dorpjes als Snowshill, een plek met niet veel meer dan een kerk, een pub, een green en een rij huisjes en vlakbij de Snowshill Manor, met een tuin uit het begin van de twintigste eeuw en prachtige vergezichten over de Cotswolds. Een aanrader voor wie van excentrieke kasteelheren houdt.

Achter de chique gevels van de kleine steden hebben ook uitzonderlijke vrouwen gewoond zoals Katherine Parr, de zesde en laatste echtgenote van Hendrik VIII, en de enige die hem overleefde. Ze rust nu in een klein kerkje op het domein van Sudeley Castle, tegen de laatste wil van de koning in, die vond dat zijn vrouwen na hun dood aan zijn zijde moesten liggen in de Royal Vault van Windsor Castle.

Sudeley Castle is een verplichte stop voor de bezoekers van de Romantic Road, en echt niet alleen voor wie van geschiedenis houdt. In de tuinen staan indrukwekkende, dikbuikige taxusbomen, en de groene rust is er zeer aangenaam.

Maar er zijn meer sterke vrouwen. Op het kleine kerkhof van Swinborne ligt het graf van de zussen Unity en Nancy Mitford die er aan het begin van vorige eeuw kind waren. Eigenlijk waren ze met vijf zusjes en ze groeiden op tegen een aristocratische achtergrond, waar men de eccentrics niet schuwde.

De grootvader van de vijf meisjes, de eerste Lord Redesdale, was in het midden van de negentiende eeuw ambassadeur in Japan, waar hij onder de indruk was van het respect voor de natuur. Geheel in de Victoriaanse traditie, creëerde hij een wilde tuin, waarin hij meer dan duizend boomsoorten plantte en een weelde aan esdoorns en magnolia's die volop in bloei staan als we er op een late namiddag aankomen. Zijn tuin is nu het Batsford Arboretum, op een steenworp van Bourton-on-the-Hill.

Heel wat stoffiger en luidruchtiger is de rit met de stoomtrein van de Gloucestershire Warwickshire Railway die vanuit het ouderwetse station van Toddington door het lieflijke landschap naar de Cheltenham Race Course spoort, een rit van zo'n 20 mijl. Om weer bij je positieven te komen, kun je naar het zeventiende-eeuwse hotel Lygon Arms in Broadway.

Bron: Weekend Knack

Onze partners