Thailand en strand: doorheen de jaren zijn ze bijna synoniem geworden van elkaar. De Thaise kustlijnen bestaan uit tal van droomstranden, telkens met drie ingrediënten om van te watertanden: hagelwit zand, wuivende palmbomen en kristalhelder water. Toch heeft het massatoerisme het land geen goed gedaan, met een wildgroei aan hotels langs wat ooit idyllische baaien waren. Drukke badplaatsen als Ko Samui en Pattaya vermijd je dan ook beter, er zijn zoveel mooiere stranden te ontdekken.

Ko Samet

Ooit al over een strand gelopen dat zo schoon is, dat het zand piept als je erop loopt? Daarvoor moet je naar Glass Sand Beach (Hat Sai Kaeo) op het eiland Ko Samet. Niet het meest rustige strand, maar wel een perfecte uitvalsbasis om de azuurblauwe kustlijn van Ko Samet per bootje te verkennen. Meer zuidwaarts op Ko Samet worden de baaien minder druk. Ter hoogte van Ao Kui is het eiland heel erg smal, waardoor je van de ene kant naar de andere kan wandelen. Dit stukje is de place to be voor liefhebbers van zonsopgangen en -ondergangen (en wie is dat niet?). Op Ao Kui Na Nok zie je de zon opgaan, op Ao Kui Na Nai gaat ze weer onder.

. © Getty

Ko Tao

Het 'schildpaddeneiland' Ko Tao staat erom bekend een duikparadijs te zijn. De rijkdom aan koraal en zeedieren maakt dit een van de mooiste duikgebieden van Thailand. En het water is fenomenaal helder. In de maand mei kan je soms wel tot veertig meter ver kijken in de zee, wat volgens kenners het absolute maximum is. Als beginnende duiker kan je hier ook goed oefenen in de ondiepe baaien.

. © Getty

Hua Hin

Een strand met een geschiedenis? Dat vind je in Hua Hin, de allereerste badplaats van Thailand. De Thaise adel en de high society van Bangkok kwamen hier al in de jaren 1920 om te zonnen en te kuren. De koninklijke familie is nog steeds kind aan huis in het zomerpaleis Klai Kangwon ('Ver van zorgen'). Als je een beetje Thaise nostalgie wil opsnuiven, bezoek dan het Hotel Sofitel Central, dat al dateert uit 1923. Het strand van Hua Hin heeft een bijzondere bezienswaardigheid: een imposante boeddha die 20 meter hoog boven zee uitkijkt.

. © Getty

Ko Chang

Ko Chang is na Phuket het grootste eiland van Thailand, maar het is hier gelukkig veel rustiger. Het binnenland is begroeid met jungle terwijl de kustlijn kan pronken met chique zandstranden. Het contrast tussen het groene binnenland en de exotische baaien is indrukwekkend. White Sand Beach is het mooiste strand van het eiland (de naam zegt al waarom). Je kan hier duiken, snorkelen of een boottochtje maken.

. © Getty

Ko Lanta

Ko Lanta, in het zuiden van Thailand, is een aangenaam eiland om een aantal dagen door te brengen. Er is genoeg te doen, maar het is er nu ook weer niet Pattaya-druk. Aapjes laten nog steeds vaker hun sporen achter in het zand dan mensen. De sfeer is erg ontspannen: alles verloopt hier op de typische Aziatische manier, relaxed en vooral niet te snel. Veel mensen blijven langer dan voorzien op Ko Lanta hangen. Bamboo Bay is het verste strand van het eiland, ook letterlijk: tot voor kort liep er niet eens een geasfalteerde weg naartoe. Deze baai is precies wat we onder afgelegen Thaise strandjes verstaan: mooi en stil.

. © Getty

Ko Kradan

Het vrij afgelegen eilandje Ko Kradan, in het diepe zuiden van Thailand, is een piepkleine parel. Er is helemaal niets te doen, behalve op het hagelwitte strand liggen en snorkelen tussen de koralen. Overdag komen er best wel wat dagjesmensen aanmeren, dus je boekt best een paar nachten in een van de schaarse resorts op Ko Kradan. Zo heb je deze magische plek alvast in de ochtenden en avonden voor jou alleen.

. © Getty

Ko Libong

Als je ooit een zeekoe met eigen ogen wil zien, dan moet je naar Ko Libong. De ondiepe wateren rond dit eiland zijn een van de weinige plaatsen waar zeekoeien gespot worden. De fascinerende dieren zijn vooral verzot op het zeegras dat bij Ko Libong groeit. Al moet je het geluk aan jouw kant hebben, want zelfs de lokale bevolking ziet ze amper.

. © Getty

Ko Khao Phing Kan

Dit eiland in de Phangngabaai werd wereldberoemd omdat het te zien was in de James Bond-film The Man with the Golden Gun uit 1974. Sindsdien wordt het in de volksmond James Bond-eiland genoemd. Het water rond het eiland is heel lichtgroen van kleur. De enorme kalkstenen rots voor het eiland, Ko Tapu, rijst hoog uit het water uit. Samen vormen Ko Khao Phing Kan en Ko Tapu een prachtig stukje natuur, alleen jammer dat je op het strand over de toeristenstalletjes struikelt.

. © Getty

Het strand dat zijn rust nodig had

Het ultieme strand der stranden luistert naar de naam Maya Bay en werd wereldberoemd dankzij de film The Beach met Leonardo DiCaprio. Jarenlang zakten elke dag 5.000 toeristen af naar de paradijselijke baai, maar hun aanwezigheid had een directe weerslag op de natuur. Zonnekloppers lieten hun afval achter, snorkelaars namen stukjes koraal mee en strandbarretjes dumpten hun afvalwater. In juni 2018 hadden de Thaise autoriteiten er schoon genoeg van en ze sloten het strand voor het publiek, zodat de natuur weer op adem kon komen. Pas twee jaar later dan gepland, vanaf juni 2021, zullen bezoekers opnieuw kunnen genieten van dit bijzondere baaitje. De beschadigde natuurpracht heeft meer tijd nodig dan gedacht om zich te herstellen. Geen wonder, als je weet dat op een bepaald moment liefst 80 procent van de koraalriffen vernield was. Er zullen nog maar maximaal 1.200 mensen per dag toegelaten worden.

Maya Bay. © Getty