De boer op in Knokke: 2 nieuwe fietsroutes langs boomgaarden, ijsjeshuizen en zelfplukboerderijen

© Sam De Kegel

Wie Knokke-Heist zegt, denkt aan kunstgaleries, hippe strandbars en luxueuze shops. Minder bekend is dat er ook tientallen landbouwproducenten op het grondgebied huizen, die vaak rechtstreeks verkopen aan de consument. Wij proefden van twee nieuwe fietsroutes langs kersenboomgaarden, ijsjeshuizen, zelfplukboerderijen en limousin-koeien.

Maar liefst 55 procent van de oppervlakte van Knokke-Heist is in landbouwgebruik. Zo’n 92 bedrijven boeren er nog in onzekere stikstoftijden. Omdat onbekend veelal onbemind is, werkte het gemeentebestuur van Knokke-Heist samen met de gemeentelijke landbouwraad een nieuwe fietskaart uit met twee routes – een westelijke en oostelijke. Langs die routes liggen elf hoevewinkels die kwaliteitsvolle producten uit de korte keten aanbieden aan de consument, rechtstreeks van bij de boer en dus zonder veel voedselkilometers of verpakkingsafval. Denk aan ambachtelijk hoeve-ijs, hoevevlees, groenten, confituur en nog zo veel meer.

© Sam De Kegel

Wij starten op de oostelijke route aan de sporthal in Westkapelle en zetten via de slingerende Greveningedijk en Schaapsdreef koers naar onze eerste halte, de Zoete Polder. De wind heeft vrij spel terwijl we door de prachtige polders fietsen. Koeien van het witblauwras staren ons onverschillig aan terwijl ze pootjebaden in een poel, twee shetlandpony’s lijken elkaar innig te kussen. Behalve de typische witte grenspalen – we zitten op een zucht van het Nederlandse Cadzand en de Zwinvlakte – vallen vooral de netjes getrimde hagen, heggen en knotwilgen op. De kustgemeente Knokke-Heist zet al jaren in op biodiversiteit en het beheer van het landschap. Het gemeentebestuur geeft ook subsidies aan landbouwbedrijven die zich inzetten om hun knotwilgen, hagen en heggen goed te onderhouden en om zwaluwnesten te beschermen.

PARADIJSKORRELS

Aan zwaluwen geen gebrek in de Zoete Polder. In een van de stallen van hun paardenpension scheren ze rakelings langs ons heen. “Vakantiegangers kunnen hier hun paard tijdelijk stallen, wij zorgen ervoor”, vertelt gastvrouw Katleen Van Steen. “We tellen in deze stallen vijftig à zestig zwaluwnestjes.”

In dit derde-generatieakkerbouwbedrijf telen ze o.a. aardappelen, suikerbieten en wintertarwe. Jack, een van hun twee jack russells, leidt ons naar het epicentrum van de Zoete Polder: een weelderige boomgaard met duizend kerselaars en achthonderd pruimenbomen (mirabellen). We spotten ook appel- en perzikbomen en struiken met stekelbessen en cassis. Grote netten fungeren als beschermengelen voor de kersenbomen, want de spreeuwen zijn gearriveerd en liggen op de loer. “Duiven, kauwen en merels lusten ook kersen en krieken, maar de spreeuwen zijn het sluwst.”

De driejarige bomen kreunen onder de kersen. “Dit is een prima kersenjaar, we zijn elk jaar compleet afhankelijk van de natuur; veel regen en kersen gaan niet goed samen. Van gebarsten kersen die niet meer verkoopbaar zijn, maken we confituur. Mijn schoonmama is daar jaren geleden mee gestart, daarna is de productie van onze confituur jaar na jaar gegroeid. Nu maken we confituur van vijfentwintig verschillende vruchten in open, koperen potten, op grootmoeders wijze.” (lacht)

© Sam De Kegel

In hun winkel springt één confituursoort in het oog: perenconfituur met paradijskorrels. “Naar aanleiding van de expo ‘Verdwenen Zwinhavens’ (die fietsroute kun je nog steeds volgen, red.), nam foodarcheoloog Jeroen Van Vaerebergh een duik in de overvolle voorraadkast van het middeleeuwse Zwin, zowel van lokale als geïmporteerde ingrediënten. Zo maak ik confituren met kruiden uit de middeleeuwen, zoals frambozen met rozenwater of peren met paradijskorrels, een zwarte peper uit Syrië.”

De kers is een kruisbestuiver, tijdens de bloei (van eind maart tot begin mei) laat Katleen tien bijenkasten aanvoeren. “Bestuiving gebeurt via de wind, maar vooral via de bijen en wilde hommels”, zegt ze. De kersenvlieg is dan weer een nieuwe, lastige tegenstander. Zij legt haar eitjes op de kersen en de larven boren zich een gat in de vrucht. “Maar uit respect voor de natuur en de biodiversiteit spuiten we zo min mogelijk.”

Hun kersen worden een voor een met de hand geplukt en gesorteerd door voornamelijk Poolse seizoenarbeiders. “Ze zijn bijzonder gemotiveerd. Bij overproductie wordt er ook geplukt om kersen te laten persen voor sap. Een deel wordt ingedikt voor kersenbier. We oogsten van ’s morgens tot ’s middags, in de namiddag en de dag erna wordt alles meteen verkocht in onze winkel.”

WEST-VLAAMSE IJSJES

Een boogscheut verder springen we binnen bij Hoeve Hazegras, in een ver verleden een kaas- en boterfabriek, nu al decennialang een akkerbouw- en veeteeltbedrijf dat ook guesthouses verhuurt en een ijssalon openhoudt met een binnentuin die uitkijkt op de polders. Lieve Gunst is de ijsjesmaker: “Mijn man is boer, ik heb hotelschool gestudeerd en nadien volgde ik een ijscursus. Een crèmerie op de boerderij, dat was pionieren in het begin, maar ondertussen doe ik het al vierentwintig jaar. We hebben een vleesveebedrijf, maar we houden enkele melkkoeien voor de verwerking van melk tot ijs. Onze ijsjes zijn honderd procent West-Vlaams en zonder kleur- en smaakstoffen.” Lieve wil toeristen en stadsmensen een beetje ‘opvoeden’ in landbouw. “De meeste jongeren hebben nog maar weinig voeling met wat Moeder Aarde produceert. Aardappelen komen nog steeds uit de grond, melk uit een uier. Zie je die bundel vlas daar? Velen kennen dat gewas niet meer, maar het wordt stilaan weer hip. Wij telen het zelf ook. In de ‘bolletjes’ zit lijnzaad, de vezels worden gebruikt om onder andere linnen kledij van te maken.”

Een smakelijk rodevruchtenijsje en caffè latte later switchen we naar de westelijke route, richting CSA-zelfoogstboerderij Het Polderveld. Op het land is boer Lieven met vier medewerkers tomatenplanten aan het ‘dieven’, vakjargon voor het weghalen van zijscheuten van de hoofdstam. Worteldoeken moeten het onkruid weghouden, want hier wordt niet gespoten met chemische of biologische bestrijdingsmiddelen. “Ik startte dit bedrijf op in 2016, nadat ik een tijd in Centraal-Afrika vertoefde als bioloog-onderzoeker. Gelukkig moest ik de grond niet kopen, die is van mijn vader.”

© Sam De Kegel

Op twee hectare vind je er tientallen groenten- en kruidenvariëteiten, van rucola en peultjes over venkel en komkommers tot chocolademunt. Bij elke groente hoort een bordje met oogstinstructies en een smakelijk versje. Op hun andere velden worden groenten geteeld voor het ziekenhuis AZ Zeno in Knokke-Heist. Hun schapen grazen op de oude polderweides.

OOGSTEN IN VERTROUWEN

CSA (Community-Supported Agriculture)-landbouw wordt gedragen door een gemeenschap. Als deelnemer koop je in het begin van het jaar een oogstaandeel, in ruil mag je het hele jaar door jouw deel van de oogst zelf uitkiezen en plukken. De oogst en de kosten worden dus gedeeld. “We tellen 140 huishoudens of zo’n 270 volwassen equivalenten. ‘Meer dan groenten alleen’, is een van onze slogans. Dit is een rust- en ontmoetingsplek. De mensen vertoeven in de openlucht, ze bewegen en brengen hun kinderen kennis bij over de oorsprong van ons eten. Alles staat of valt met vertrouwen. Mensen geven ons vertrouwen door op voorhand te betalen, wij geven hun vertrouwen doordat ze mogen nemen wat ze nodig hebben voor eigen gebruik. Er is veel sociale controle en de meeste mensen deugen, zo luidt toch de titel van een bestseller?” zegt hij met een kwinkslag.

Voor we de zelfoogstboerderij verlaten, toont medewerker Jozefien ons nog De Bloemenzee. Zij runt deze biologische zelfpluktuin, die volgens dezelfde principes werkt als de zelfplukboerderij. In een hoek staan loungezetels, handig in elkaar getimmerd met oude palletten. Jozefien: “Het opstartjaar, vorig jaar, was moeilijk door de vele regen en een plaag van emelten, maar nu groeit alles prachtig. We zijn overgeleverd aan de natuurelementen, je moet daarin kunnen berusten, ook als deelnemer. Misschien word ik later nog wel zorgboerin, om jongeren uit de bijzondere jeugdzorg te begeleiden op het veld. Af en toe komen er nu al psychiatrische patiënten en mensen met een beperking meehelpen.”

Jozefien is jong en geëngageerd, maar op engagement staat geen leeftijd. Dat bewijst boer Louis Van Belleghem, tachtig lentes jong en landbouwer sinds zijn veertiende, maar nog steeds met die twinkel in de ogen. Zijn roots zijn geworteld in de Jacobinessenhoeve. De oudste vermelding van deze hoeve dateert van net voor 1609, ooit was ze het bezit van een nonnenklooster. De familie Van Belleghem runt ze sinds 1934 en doet onder andere in vleeskoeien en geiten. Al het rund- en kalfsvlees wordt vers gesneden en vacuüm verpakt, waardoor de pakketten ook geschikt zijn voor diepvries. Zoon Peter is net naar de tandarts, maar Louis neemt met verve de rol van gastheer over. “Wij verkopen vooral hoevevlees, uien en aardappelen. (neemt ons mee naar een opslagplaats voor aardappelen) Deze aardappelen verkopen we aan particulieren en aan twee sterrenhotels in Knokke-Heist.”

GYNAECOLOOG VAN DE KOEIEN

Net voor we ons stalen ros willen bestijgen, rijdt veearts Quinten het erf op. Een van de Belgisch witblauwrunderen moet bevallen via keizersnede. De moeder is te gespierd, het bekken is te nauw en het kalf is te zwaar. Met licht trillende benen zijn we in afwachting van een wonderbaarlijke gebeurtenis. Quinten bindt beide achterpoten vast en geeft de koe, die voor het eerst moet kalven, een epidurale verdoving. “We zijn de gynaecoloog van de koeien, maar we doen ook de pedicure”, lacht hij. “Dit is al mijn derde keizersnede vandaag; elke ingreep is anders want elk dier reageert anders”, zegt hij. “Ik wil je niet bang maken, maar als je voelt dat je van jezelve goat, moet je even gaan zitten. Ik ken zelfs een boer die er niet tegen kan.”

© Sam De Kegel

Vervolgens gaat het snel: de veearts scheert een stukje huid weg, maakt zorgvuldig een snede in de flank en vervolgens in de baarmoeder. Even later heeft hij de achterpoten beet, vangt hij het kalfje op en legt het in een kruiwagen. “Nieuw leven, wat is er mooier”, besluit hij filosofisch.

Hoog tijd om naar onze laatste halte te vertrekken, de avond valt. Via het lieflijke Ramskapelle – ooit gevormd op een zogenoemde terp, een verhoogd oppervlak in het landschap – fietsen we naar Limousin Rabaut. Naast de lange oprit grazen de bruine limousinkoeien, in het gezelschap van hun kalfjes. “Dierenwelzijn is hier heel belangrijk”, zeggen Natasja en Ronny, die vijfentwintig jaar geleden gestart zijn met de kweek van limousinkoeien. Dochter Ellen komt wat later, want er was net een koe ontsnapt. In haar tienerjaren was Ellen een beloftevolle turnster die met Nina Derwael trainde, maar na haar studie agro-industrie werkt ze deeltijds bij een veevoederproducent en deeltijds op de boerderij. “Limousinkoeien kweken gebeurt op een heel natuurlijke manier. Ze gaan pas bij de fokstier als ze twee jaar zijn, want hun bekken moet eerst volgroeid zijn. Onze koeien kalven zonder menselijke interventie. Onze kalfjes blijven ook acht maanden bij de moeder. We kweken niet intensief, al zijn we zo iets minder rendabel.”

GESLOTEN KRINGLOOP

Hun dieren worden gehouden voor het vlees, hun mest wordt gebruikt om teelten te laten groeien, zoals spelt, gerst en mais. Die teelten worden dan weer geoogst als veevoeder voor de dieren. Zo wordt de kringloop gesloten. Ellen: “Nadat een rund geslacht is, komt een deel terug naar de boerderij en wordt het hier vers versneden en in pakketten verkocht aan particulieren. Een ander deel vertrekt rechtstreeks naar de beenhouwerij en het restaurant van twee ooms.”

Sire, zijn er straks nog boeren? Het recente Vlaamse stikstofakkoord hangt als een zwaard van Damocles over vele boerderijen, ook in Knokke-Heist. “Natuurlijk werd er vroeger te kwistig omgesprongen met mest, maar laten we jonge landbouwers die investeren niet zomaar hun vergunning afnemen. We maken nu drama’s mee”, weet Ronny. “Of willen we in de toekomst geen familiale landbouwbedrijven meer?”

Fietsen door de polders, langs 11 hoevewinkels

Startplaats van de routes is parking sportcentrum Molenhoek, Herenweg 11, Knokke-Heist. Westelijke route: 19,1 km. Oostelijke route: 22,8 km.

Alle info op knokke-heist.be/korte-keten. Je kunt er ook de QR-codes scannen en de link openen in de RouteYou-app.

Partner Content