Een wonderlijke plek mét Chanelsignatuur: het Franse eiland Porquerolles

Een zicht op de kustlijn van Porquerolles. © GF / BRICE BRAASTAD
Agnes Goyvaerts

Dronk u al een Porquerolles? De ‘rosé van Chanel’ is heerlijk, maar ook het eiland Porquerolles is een klein paradijs. Het is een plek met een bijzonder verhaal: ooit kocht een Belg het hele eiland als cadeau voor zijn bruid.

Eind september, het hoogseizoen is voorbij. We hebben er enkele dagen vakantie op zitten in Hyères, een stad die ik leerde kennen door het jaarlijkse modefestival, waar ook Belgisch jong talent wordt ontdekt. Telkens nam ik me voor om later terug te keren en over te steken naar het eiland Porquerolles. Nu is het zover. We hebben de bus genomen naar het puntje van het schiereiland Giens en sluiten aan bij de rij die zich aan de steiger heeft gevormd. Het valt me op dat nogal wat medereizigers grote boodschappentassen torsen met zeeppoeder, spuitwater en wc-papier. Later zal ons duidelijk worden waarom: op het eiland is alles duurder dan op het vasteland, want alles moet immers van ‘de overkant’ komen, zoals de vaste inwoners het steevast noemen, of zelfs ‘Frankrijk’, demain on fera le shopping en France.

Een detail uit het charmante dorp Porquerolles.
Een detail uit het charmante dorp Porquerolles.© GF / BRICE BRAASTAD

In het haventje van het enige dorp stroomt het veer leeg en wachten wij op een elektrisch busje dat ons naar het hotel zal brengen. De vakantiegangers waaieren uit naar de strandjes, ons wachten drie dagen luxe, in Le Mas du Langoustier, een hotel op het uiterste puntje van het eiland. Luxe, omdat de weg er doodloopt en dus afgeschermd ligt van de grote groepen dagjesmensen. Onderweg langs de zanderige wegen, onder parasoldennen en sinaasappelbomen, kruisen we enkel wandelaars en fietsers die zich in het zweet door het mulle zand zwoegen.

In het hotel installeren we ons in strandstoelen in de geurige tuin en bestellen meteen een fles plaatselijke rosé, Domaine de l’Ile, een stevige Côtes-de-Provence. In de brochure van het hotel lees ik dat het eiland in het verleden herhaaldelijk onder de voet werd gelopen door vreemde troepen en enkele malen door brand werd verwoest. Pas in het begin van de 20ste eeuw werden er moestuinen, boomgaarden met citrusvruchten en wijngaarden aangelegd. Aan de basis daarvan ligt een weldoener, een Belg nog wel. Ik raak geïntrigeerd. In de krantenwinkel van het eiland vind ik een boek: L’Homme de Porquerolles. Ik begin te lezen en ben de eerste uren niet meer uit mijn ligstoel te porren. Want het verhaal klinkt onwaarschijnlijk. Maar toch waar.

Een van de talloze wijngaarden.
Een van de talloze wijngaarden.© GF / BRICE BRAASTAD

Onontdekte goudader

François-Joseph Fournier wordt geboren in Clabecq, aan het Kanaal Charleroi-Brussel. Zijn vader verdient zijn boterham door zware vrachten met een trekschuit te vervoeren, soms tot in Merksem en de Antwerpse haven. In tegenstelling tot zijn vader, die de opkomende spoorwegen ziet als een bedreiging voor zijn job, raakt François er juist door geboeid. Hij vindt als jonge snaak een baan bij de overweg in Lier en trekt vandaar naar Parijs, waar hij aan de slag kan in het atelier van de Franse spoorwegen. Leergierig als hij is, volgt hij ’s avonds de lessen aan het Institut des Arts et Métiers. Wanneer er werkkrachten worden gezocht voor de aanleg van de grote Trans Canadian Railway, trekt hij daarheen. François is een man met handen aan zijn lijf, maar ook met technische kennis, hij is een ingenieur zonder diploma. Hij belandt in Mexico, waar hij, louter door zijn inzicht, een goudader kan aanboren op een helling die alle anderen links lieten liggen. François Fournier wordt rijk. Steenrijk. Maar nooit zal hij zijn arbeidersachtergrond vergeten, en zijn droom is om een soort ideale gemeenschap te stichten, met alle voorzieningen voor het werkvolk. Hij doet dat een eerste keer in Mexico, maar het project gaat overkop als er burgeroorlog uitbreekt.

Op Place d'Armes, het centrale dorpsplein, komen de dorpelingen graag een potje petanquen.
Op Place d’Armes, het centrale dorpsplein, komen de dorpelingen graag een potje petanquen.© GF / BRICE BRAASTAD

Ideale gemeenschap

De ingeniero is inmiddels twee keer getrouwd, maar zijn vurigste wens, een gezin stichten, lukt niet. In Nice wordt hij gekoppeld aan de (veel) jongere zus van zijn lijfarts, de operazangeres Sylvia Johnston-Lavis. Voor haar koopt hij het eiland Porquerolles als huwelijksgeschenk. Met al zijn ervaring en mensenkennis stelt hij de eilandbewoners te werk en trekt nieuwe arbeiders aan. Hij creëert een coöperatieve, voorziet woningen van stromend water en elektriciteit, zorgt voor onderwijs, legt wijngaarden aan en plant fruitbomen. Intussen wordt ook zijn kinderwens vervuld, het koppel krijgt zes dochters en één zoon. De ambitie van Sylvia is om van het eiland een discreet vakantieoord te maken voor de jetset. Ze leidt de hotels en met een eeuwige sigaar in de mond gaat zij de wijnen van het eiland aanprijzen in de nieuwe Grands Hotels van Nice en Cannes.

Een van de redenen waarom Porquerolles geliefd is bij toeristen: de mooie baaien.
Een van de redenen waarom Porquerolles geliefd is bij toeristen: de mooie baaien.© GF / Brice Braastad

Vandaag moet er met de wijnen van Porquerolles niet meer geleurd worden; ze zijn zeer gegeerd.

Een dochter blijft

Bij de dood van Fournier in 1935 zijn er op het eiland 170 hectare wijn- en boomgaard, gespreid over vier natuurlijke zandvlakten, in de eerste plaats als scherm tegen bosbranden. In 1957 wordt het eiland verdeeld onder de dochters. Drie van hen verkopen hun deel aan de Franse staat, Lélia, getrouwd met Dominique Le Ber, behoudt haar deel en haar wijngaard.

In 1971 koopt de Franse staat bijna het gehele eiland terug en moedigt de wijnbouw verder aan. Er zullen drie domeinen ontstaan. La Courtade wordt in 1983 gecreëerd door een plaatselijke architect, Henri Vidal, die een bestaande mas prachtig renoveert. Als hij overlijdt, kunnen de kinderen het domein niet langer onderhouden. Ze verkopen het in 2013 aan de Franse miljardair Eugène Carmignac, die er een centrum voor hedendaagse kunst opstart. Omdat de mas in een geklasseerd landschap ligt dat ongerept moest blijven, wordt een ondergrondse ruimte aangelegd van 2000 vierkante meter. In deze Fondation Carmignac worden wisselende tentoonstellingen gehouden. Carmignac, wijnliefhebber en kunstminnaar, organiseert ook geregeld wedstrijden voor fotojournalistiek. (In 2018 was zijn selectie te zien op AntwerpPhoto in het Loodswezen.)

Bijzonder rotszicht op Pointe des Mèdes.
Bijzonder rotszicht op Pointe des Mèdes.© GF / Brice Braastad

Drie domeinen

‘Het eiland van de drie rosés’ is daarmee in het vizier gekomen van enkele financiers. Het Domaine de L’Ile, beheerd door de kleinzoon van François Fournier, Sébastien Le Ber, komt in 2019 in handen van het modehuis Chanel, dat al twee andere wijndomeinen bezit in de Bordeauxstreek.

Het Domaine Perzinsky, de derde en kleinste wijngaard, is eigendom van een adellijke familie die Rusland ontvluchtte na de revolutie in 1917. Voor Cyrille en Alexis die het leiden, wordt het onderhoud na dertig jaar te zwaar. ‘Est-ce que ça vous intéresse de reprendre notre domaine?‘ vragen ze aan Nicolas Audebert, de keldermeester van Chanel. Die zegt niet nee, en zo worden drie domeinen twee. Audebert ziet er een grote toekomst in: ‘Als alles hier opnieuw aangeplant en geherstructureerd is, worden dat over enkele jaren 200.000 flessen die de wereld ingestuurd kunnen worden.’

Een dorpshuis in de typische stijl van Porquerolles.
Een dorpshuis in de typische stijl van Porquerolles.© GF / Brice Braastad

In België moeten we daar niet op wachten. De zonnige en witte roséwijnen van Chanel/Domaine de l’Ile worden in ons land verdeeld (vascogroup.com). ‘De jaargang 2020 die nu kan gedronken worden, getuigt van het harde werk dat er op het domein is geleverd’, laat Chanel weten. ‘Het zijn elegante wijnen uit een ongerepte omgeving.’

Oud Porquerolles onder de bomen.
Oud Porquerolles onder de bomen.© GF

En terwijl wij ons een koel glas Domaine de l’Ile laten welgevallen, proberen we ons in te beelden hoe het was toen Fournier hier met zijn bruid voet aan wal zette. Vandaag komen van op de jachten de eigenaars met een rubberbootje naar de stranden om hun hond uit te laten, de veerboot maakt overuren, en op de landingsplek van Le Mas du Langoustier zet een helikopter met zwart gezonnebrilde gasten zich neer voor de lunch. De tijd heeft hier niet stilgestaan.

L’Homme de Porquerolles, William Luret, Lattès & Livre de Poche.

TROP IS TE VEEL

De paradijselijke schoonheid heeft ook een keerzijde; te veel toeristen in de zomer. Toen tijdens de coronacrisis in de zomer van 2020 meer Fransen vakantie in eigen land hielden, culmineerde de onvrede. Zowel de eilandbewoners, die nochtans voor een groot deel leven van het toerisme, als de bezoekers, doen hun beklag. ‘Als ik ’s morgens ga joggen, zie ik de vuilnismanden uitpuilen,’ zegt een bewoner in Le Figaro, ‘en de sigarettenpeuken in het bos doen me steigeren. Het brandgevaar is hier zo groot!’

Op de Facebookpagina van de stad Toulon zijn het de dagjesmensen die klagen: ‘In de brandende zon drie uur aanschuiven voor de overzet en uiteindelijk rechtsomkeer moeten maken, vanwege volzet.’ En dat, leggen de ecologisten de vinger op de wonde, ’terwijl ze de de motor laten draaien om de airco gaande te houden.’

In de winter zijn er op het eiland om en bij 300 vaste bewoners. In de zomermaanden komen er 10.000 aan land om te wandelen en te fietsen. Er is onvoldoende zoet water op het eiland. Het moet aangevoerd worden van het vasteland, en het afvalwater gaat dezelfde weg terug. Er zijn septische toiletten geplaatst langs de toeristische wegen, maar er is ook personeel ingeschakeld om ’s morgensvroeg het (toilet)afval te gaan rapen dat de bezoekers in de struiken achterlieten.

Een verhuurder van bootjes neemt het cynisch-filosofisch op: ‘Voor de dagjesmensen is de uitstap zo onprettig dat ze geen tweede keer komen. Maar er zijn er altijd andere die proberen, ik ben mijn job nog niet onmiddellijk kwijt.’

EEN PLEK OM TE SCHRIJVEN

Er wordt gezegd dat het de Luikse schrijver Georges Simenon was die Porquerolles zijn bekendheid gaf. Alweer een Belg. Simenon trok zich daar terug in de jaren 1930-’40 om te schrijven. Hij verkende het eiland al wandelend of op de fiets, organiseerde grote feesten, deed mee aan het boogschieten op de liggende wip en liet zich meenemen op zee door een van de vissers. Hij schreef er meerdere boeken, o.a. Les demoiselles de Concarneau, en situeert twee van zijn romans op het eiland: Le cercle des Mahé en Mon ami Maigret (1949). Simenon beschrijft hoe hij, net als de andere inwoners, leeft op het ritme van de post die wordt gebracht, de kisten fruit en groenten die van ‘de overkant’ worden aangevoerd, en hoe op zondag iedereen in zijn donkerblauwe linnen broek en stralend wit hemd samenkomt op het centrale plein voor een spelletje jeu de boules.

NAAR PORQUEROLLES

Het toerismebureau van Hyères heeft een zeer overzichtelijke website. Er zijn op het eiland een vijftigtal appartementen of studio’s te huur, plus hotelkamers.

hyeres-tourisme.com

De oversteek gebeurt vanaf La Tour Fondue, het uiterste puntje van het schiereiland Giens. Op het eiland kun je fietsen huren, gewone of VTT. Hyères is het makkelijkst te bereiken met de trein vanaf Toulon.

Een wonderlijke plek mét Chanelsignatuur: het Franse eiland Porquerolles

Partner Content