Tijdens het zinken van de Titanic zo'n 106 jaar geleden brak het schip in tweeën. Sindsdien liggen er twee grote wrakdelen op bijna 3800 meter diepte in de Atlantische Oceaan, op 600 kilometer van de Canadese kust. Door de moeilijke duikomstandigheden wordt er maar om de zoveel jaar naar de overblijfselen gedoken.

Afgelopen week is een internationaal duikteam in totaal vijf keer afgedaald naar de zeebodem om te kijken hoe het gesteld is met de wrakstukken, die op 600 meter van elkaar liggen. De expeditie werd integraal gefilmd omdat de beelden ook gebruikt zullen worden voor een nieuwe documentaire over het gezonken schip.

'Ik ben erg geschrokken van hoe sommige delen van het schip er tijdens de duik uitzagen', zegt Titanic-historicus Parks Stephenson tegen de BBC. 'Titanic keert terug naar de natuur,' voegt hij eraan toe.

Grote delen van het wrak zijn verdwenen door zoutcorrosie, sterke zeestromingen en metaal-etende bacteriën die het schip langzaam verteren. Aangezien de bacteriën per dag zo'n 180 kilo metaal wegvreten, zal het wrak naar verwachting over twintig tot dertig jaar verdwenen zijn van de zeebodem.

Het ergste verval is te zien aan de verblijven van de officieren en de kapitein. 'De badkuip van de kapitein is een van de favoriete beelden onder Titanic-liefhebbers', zegt Stephenson hierover. 'Die is nu helemaal verdwenen.'

'Het wrak zelf is de enige getuige die we nu nog hebben van de Titanic', vult Robert Blyth van het Nationaal Maritiem Museum in Greenwich, Engeland, aan. 'Alle overlevenden zijn inmiddels gestorven, dus ik denk dat het belangrijk is om het wrak te bestuderen nu het ons nog iets kan vertellen.'

Slechts vijf dagen na zijn vertrek van Engeland naar New York kwam Titanic in aanvaring met een ijsberg op 15 april 1912. Van de 2200 passagiers aan boord stierven er meer dan 1500.