De Aveyron in Frankrijk: het paradijs voor de trage toerist

© GETTY IMAGES

Al wandelend, fietsend of bungelend in een hangmat in de kruin van een eik: de Aveyron in Frankrijk brengt je dicht bij de natuur. De streek gaat voluit voor duurzaam toerisme. En alleen rustige toeristen zijn welkom.

De Aveyron, in het zuiden van Frankrijk, is een ongerepte, groene en diverse regio die tot op heden van massatoerisme gespaard bleef. Je wandelt er op desolate, uitgestrekte hoogvlakten en door weelderige velden of bossen. Je beklimt er steile kloven met diepe valleien en zoekt verfrissing in kabbelende rivieren. De diverse natuur is onlosmakelijk verbonden met de identiteit van de Aveyronnais. Die delen al dat natuurschoon genereus met bezoekers, op voorwaarde dat die respect tonen. “We zijn geen typische toeristische bestemming en zullen dat nooit worden. Dit is onze territoire, onze thuis”, zegt Marion Ninot van Office de Tourisme Pays du Roquefort.

Bij Maison Alauzet kijk je uit op het meer van Castelnau-de-Mandailles.
Bij Maison Alauzet kijk je uit op het meer van Castelnau-de-Mandailles. © Laura Claessens

Met een overvloed aan wandel- en fietspaden zet de regio zich op de kaart als duurzame toeristische bestemming. Wandelaars strekken er de benen op maar liefst 6500 kilometer aan wandelpaden. Langeafstandswandelaars hebben de keuze uit meerdere GR-routes, waaronder de GR736, die in april werd ingehuldigd. Met de recente uitbreiding van het fietsroutenetwerk wil de regio bikepackers, fietsers en wielertoeristen aantrekken. En met de komst van het fietstraject V85 kun je binnenkort van Montauban tot aan de Middellandse Zee fietsen. Luide sporten of activiteiten met gemotoriseerde vervoermiddelen worden bewust vermeden. Voor de Aveyron is de ideale toerist iemand die zich te voet of met de fiets verplaatst, en die traagheid en rust apprecieert.

Ontbijt in het salon van Château de Lunel.
Ontbijt in het salon van Château de Lunel. © Laura Claessens

In Roquefort, van de gelijknamige bekende schimmelkaas, wordt momenteel een innovatief project uitgerold. Er komt een kabelbaan met heliumballonnen. Tegen 2025 brengt die bezoekers in gondels naar de top van de Combalou. Vandaag is het plateau boven op de rotsformatie, waarvan de grotten trouwens dienen als rijpingsplaats voor de schapenkaas, alleen bereikbaar via ‘le sentier des échelles’, een prachtige wandelroute met in het begin een stevige klim gevolgd door geklauter over enorme rotsblokken. “Omdat de Combalou zeer fragiel is, is een normale kabelbaan geen optie. Ballooneos, een bedrijf uit Toulouse, komt met een systeem waarbij heliumballonnen het gewicht van de gondels dragen. Daardoor is slechts een minimum aan pilaren nodig”, legt Marion uit. Verder komt er een herstructurering van het dorp met een bezoekersparking buiten de dorpskern en een groot bezoekerscentrum als toegangspoort tot de volledige regio. De lokale fauna en flora worden daarbij geen moment uit het oog verloren. Nieuwe muren worden uit opeengestapelde stenen gebouwd zodat insecten en reptielen zich erin kunnen verschuilen.

In het bos van Rêve kun je leren boomklimmen.
In het bos van Rêve kun je leren boomklimmen. © Laura Claessens
De boom in

Op een halfuur van Roquefort, in Saint-Izaire, is gastenverblijf Rêve een ideale uitvalsbasis om het zuiden van de streek te verkennen. Je logeert er midden in het regionaal natuurpark Les Grands Causses, in de vallei van de Dourdou, die verderop in de Tarn uitmondt. De Vlaamse eigenaars Febe en Joeri zetten in op een totaalbeleving, met een wellness (sauna en hottub), massagebehandelingen, kajakverhuur vanaf het privéstrand, sterrenkijken en een yoga- en meditatieplatform in het bos. ’s Avonds tovert het koppel een gastronomisch driegangenmenu op tafel. Ook wie niet op het domein logeert, is (na reservatie) welkom in hun kleinschalige restaurant. Het creatieve menu is een ode aan het terroir. “Bijna alles wat op je bord komt is biologisch en korte keten. De meeste ingrediënten hebben minder dan twintig kilometer afgelegd”, zegt Febe. Daarnaast plukt ze eetbare kruiden, bloemen, vruchten, noten en planten in de velden en bossen op het domein. Rozenblaadjes worden zoete gelei voor op de boterham of siroop voor een frisse limonade. De eetbare bloemen van viooltjes kleuren de gerechten, en planten als brandnetels, wilde broccoli, wilde asperges en duizendblad worden in gerechten verwerkt. “Ik ben hier erg gefascineerd geraakt door al het eetbaars dat in het wild groeit en volg een opleiding tot wildplukster. Het heeft een hele nieuwe wereld voor me geopend”, zegt Febe. Ook het vlees is lokaal, tijdens het wildseizoen zelfs uit eigen bos.

Febe kookt graag met wilde eetbare planten die ze in de velden en bossen rondom het huis plukt.
Febe kookt graag met wilde eetbare planten die ze in de velden en bossen rondom het huis plukt. © Laura Claessens

In dat bos kun je verder ook genieten van een ultieme ‘één met de natuur’- ervaring: je kunt er leren boomklimmen. Febe en Joeri slaan daarvoor de handen in elkaar met Rémi, een boomverzorger en -klimmer. Hij helpt je op eigen kracht, met behulp van koorden en een veiligheidsharnas, tot in de kruin van de boom klimmen, of zo hoog als voor jou comfortabel voelt. Al zijn die hangmatten op vijftien meter hoogte wel een erg goede motivatie om je grenzen te verleggen. Daar, hoog in het bladerdek, in je hangmat, ervaar je een magische, nieuwe wereld.

Twee wandelroutes, één restaurant

De Aveyron is een van de dunst bevolkte departementen van Frankrijk, en dat merk je. Over kronkelende wegen en door fenomenale landschappen rijd je grotendeels alleen. Ga je wandelen of fietsen, dan waan je je met weinig moeite alleen op de wereld. Ook in de pittoreske dorpjes lijkt het leven zich in een trager tempo af te spelen. In Conques, een dorpje in het noorden van de regio, doet een ramenwasser vanop zijn ladder een praatje met een dame die haar schoothondje uitlaat. Wat verderop keuvelen twee winkeliers op een stenen muurtje voor hun winkels. Toeristen struinen door de geplaveide straten. Op het plein bewondert een groep wandelaars de abdij, UNESCO-werelderfgoed. Het charmante dorp is een belangrijke etappe op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella en kent vanouds wandeltoerisme. Het is er overigens best rustig voor een dorp dat pronkt op de lijst van ‘Les Plus Beaux Villages de France’. Weetje: maar liefst tien dorpen in de Aveyron dragen die titel. Daarmee telt het departement het grootste aantal geklasseerde dorpen in Frankrijk.

Het dorpje Conques ligt tussen groene heuvels in het noorden van de Aveyron.
Het dorpje Conques ligt tussen groene heuvels in het noorden van de Aveyron. © Laura Claessens

Wie vanaf Conques twaalf kilometer noordwaarts rijdt, komt in de verborgen parel La Vinzelle, een piepklein dorp op een berg. Er lopen twee mooie wandelroutes en er is één restaurant. Op het terras van l’Auberge du Peyral kun je proeven van eenvoudig lekkers en heb je zicht op de vallei van de Lot. Met een bord vol kazen en charcuterie, een frisse salade en een lokaal wijntje is ‘als God in Frankrijk’ een toepasselijke Instagram-caption.

Ook in dit noordelijke deel van de streek vind je als rustzoeker interessante logeerplekken, zoals Maison Alauzet en Chateau de Lunel (zie kader).

Kortom, of je er nu naartoe gaat voor een innerlijke reis of om vakantie te vieren, in Aveyron zit je in het groene hart van Zuid-Frankrijk.

Heen en terug

Wil je zo verantwoord mogelijk naar de Aveyron, dan is de trein je beste optie. Je CO2-uitstoot ligt 25 keer lager dan met de auto en je bespaart ook reistijd. Met de auto is het meer dan 10 uur, met de tgv reis je op 5u40 van Brussel tot Montpellier. In het station van Montpellier kun je een auto huren. Van daaruit is het 2 uur rijden naar Saint-Izaire in de Aveyron. Een andere optie is om van Brussel naar Toulouse te reizen: eerst met de Thalys naar Parijs, waar je op de tgv naar Toulouse stapt. Dit traject duurt 6u50. In het station van Toulouse huur je een auto, ook vanaf hier rijd je op 2 uur naar Saint-Izaire in de Aveyron.

Drie keer slapen op twee oren

1. Rêve—Janolles (Saint-Izaire)

Vlamingen Febe en Joeri bouwden een gehucht om tot een droomplek met drie gastenverblijven. Er zijn twee stenen huisjes – voor 2 of 4 personen – en een koepelvormige tent in het bos, voor 2 personen. Elk met keuken, badkamer met ligbad, zitruimte met open haard, luxebedden en buitenterras. Daarnaast verhuren ze ook camperplekken. Rêve zet in op een totaalbeleving met wellness, kajakverhuur, boomklimmen, sterrenkijken en gastronomische diners.

Vanaf 195 euro per nacht, reve-aveyron.com

2. Maison Alauzet —Castelnau-de-Mandailles

Voor Nederlanders Melissa en Jasper van Maison Alauzet bracht de zoektocht naar een simpeler leven hen naar Zuid-Frankrijk. Zij kochten een verlaten stuk wilde natuur aan het meer van Castelnau-de-Mandailles. Met allerlei gerecupereerd materiaal bouwden ze er niet alleen hun eigen woning, maar ook twee luxueuze lake houses met wondermooi zicht op het meer. Glijd met de kano het water in of geniet van een sessie in de houtgestookte sauna. Met hun paradijs willen de eigenaars mensen inspireren om weer in connectie te komen met zichzelf en de natuur. Dat doet Melissa ook op een dieper niveau met haar vision quests: retreats waarbij deelnemers zich een paar dagen afzonderen in de natuur om een innerlijk transformatieproces door te maken.

Vanaf 295 euro per nacht, maisonalauzet.com

3. Château de Lunel —Saint Félix de Lunel

Château de Lunel is de chambres d’hôtes van Fabrice en Séverine. Het Franse gezin, oorspronkelijk uit de Haute-Savoie, kocht en renoveerde het kasteel een paar jaar geleden omdat de Aveyron voor hen vele zomers lang de ideale vakantiebestemming was, weg van het massatoerisme van de Provence en Côte d’Azur. Het kasteel, dat vroeger bij de abdij van Conques hoorde, is een knap staaltje erfgoed en telt drie gastenkamers. Twee kamers bevinden zich in het hoofdgebouw, een derde kamer met eigen terras in de vroegere smederij van het kasteel. De eigenaars organiseren er ook exposities, wijnproeverijen en gastentafels.

Vanaf 109 euro per nacht, chateaudelunel.com

Partner Content