Geschiedenis

De Itzá, een groep erg agressieve krijgers, veroverde de stad die vandaag deel uitmaakt van de Mexicaanse deelstaat Yucatan in 987. Ze noemden het gebied Chichén Itzá, ofwel “de mond van de bron van Itzá”. In plaats van één staatsleider heersten verschillende mannen tegelijk en stond de staat open voor mensen uit andere streken die veroverd werden. Zo groeide Chichén Itzá uit tot het centrum van een groter rijk dan de Maya’s tot dusver gekend hadden.

De Maya’s bouwden vele paleizen, tempels en monumenten in Chichén Itzá. Naast machtige krijgers waren ze ook wijze mannen die de sterren bestudeerden. Daarvoor lieten ze een sterrenwacht bouwen in de vorm van een schelp. Chichén Viego, het oude stadsgedeelte ten zuiden van Las Monjas dat nu enkel toegankelijk is voor archeologen, werd opgericht rond 400 door de Maya’s en beheerd door priesters. In de architectuur komt het beeld van Chaac, de regengod van de Maya’s, meermaals terug.

Chichén Nuevo of het nieuwere stadsgedeelte startte rond 850 met de aankomst van de Itzá uit Centraal-Mexico. De stad werd heropgebouwd en overal pronkten beeltenissen van de God Kukulcán, de gevederde slang. Rond 1150 nam een nieuwe golf van Itzá de stad over en heerste er voor nog eens 150 jaar, totdat Chichén Itzá eindelijk overgenomen werd door de rivaliserende stad Mayapan. In de glorietijd van Chichén Itzá, die ongeveer tot de 13de eeuw aanhield, woonden er ruim 35.000 mensen. Tot op een mooie dag in 1400, toen besloten de Maya’s van Chichén-Itzá hun stad in de jungle van Yucatán te verlaten. Niemand weet waarom, al doen vele theorieën de ronde over de oorzaak, van interne conflicten tot voedselgebrek.

Chichén Itzá kwam pas terug onder de publieke aandacht in 1843 met het boek “Incidents of Travel in Yucatan” van John Lloyd Stephens. Daarin vertelt de schrijver het verhaal van zijn bezoek aan Yucatan en zijn reis door Mayasteden, waaronder Chichén Itzá. In 1860 werden de eerste foto’s van de verborgen Mexicaanse parel gepubliceerd en tegen het einde van de 19de eeuw was de nieuwsgierigheid van de archeologische wereld naar Chichén Itzá eindelijk definitief gewekt.

Al tijdens de vroege jaren twintig begonnen de eerste officiële toeristenbussen vanuit Yucatan te rijden, zij het voor slechts zeven busreislustigen tijdens het eerste jaar. De toeristische aandacht voor de archeologische site kwam pas echt op gang met de opening van het Mayaland Hotel in 1927 vlakbij Chichén. Tijdens de jaren zeventig werden er al duizenden bezoekers per jaar geteld. Tien jaar later ontdekten toeristen de schaduwspektakels die te bezichtigen zijn tijdens de zonnewenden op de Tempel Van Kukulcan, met een enorme stroom op die dagen tot gevolg.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content