KATOEN
...

Katoen is een van de meest gebruikte textielsoorten op aarde. De mens maakt er al vijfduizend jaar kleding van en twee derde van onze kleding bevat katoen. Het is goedkoop om te produceren, voelt aangenaam op de huid en is relatief stevig. Ook hoeven er geen dieren voor misbruikt te worden. Tot daar het goede nieuws over dit materiaal. Om katoen te kunnen telen moet het land van herkomst warm genoeg zijn. Idealiter is het er zes maanden lang warmer dan eenentwintig graden. Zonder deze warmte wordt er geen cellulose gevormd. Het grootste deel van de katoenteelt vindt plaats in Azië en Amerika. Anderzijds is er ook erg veel water nodig om deze plant te telen, wat niet evident is in warme streken. Zo heeft jarenlange inefficiënte katoenteelt bijgedragen aan het opdrogen van het Aralmeer. De katoenplant heeft altijd dorst. Er is ongeveer tienduizend liter water nodig om een kilo katoen te verbouwen. Met die kilo kan je slechts een T-shirt en een jeans produceren. De beste kwaliteit katoen is handgeplukt katoen met lange vezels. Meerwaardezoekers kennen dit soort katoen onder deze noemers: long-staple, extralong-staple (ELS) cotton, Pima, Supima, Egyptisch katoen of Sea Island.Moderne slavernij en kinderarbeid zijn schering en inslag in de katoenteelt en -productie. Bovendien worden er erg veel pesticides gebruikt, die niet alleen schadelijk zijn voor het milieu, maar ook voor de handarbeiders die ermee moeten werken. De katoenlandbouw is verantwoordelijk voor een tiende van het gebruik van pesticiden en een vierde van insecticiden wereldwijd. Dat is erg opvallend als je weet dat slechts tweeënhalf procent van de landbouwgrond opgesoupeerd wordt aan het telen van katoen. Zelfdoding komt erg veel voor bij katoenarbeiders, omwille van de lage lonen, het harde werk en de giftige stoffen. Antikrimpbehandelingen en het verven van de stoffen voegen nog meer chemische stoffen en waterverspilling toe aan het lijstje. Als je graag katoen koopt, kies dan voor biokatoen. Zeker wanneer je een nieuwe jeans wil aanschaffen, want dat is een van de dorstigste kledingstukken in onze garderobe. Biologisch katoen wordt verbouwd zonder gifstoffen, kunst­mest, pesticiden en insecticiden. Genetische manipulatie is verboden in de biolandbouw. Er is ook heel wat minder water nodig voor biologisch katoen. Ook Fairtrade gecertificeerd katoen moet regels rond pesticiden en gif volgen. Een studie van de Britse organisatie Pesticides Action Network (PAN), Solidaridad en WWF over biokatoen bracht in 2016 opvallende resultaten aan het licht. De productie van biokatoen groeide de voorbije jaren enorm, maar modemerken kopen niet genoeg op of verkopen het als gewoon katoen. slechts zeventien procent van het duurzame katoen wordt verkocht onder deze noemer. De overige drieëntachtig procent wordt niet erkend als biokatoen en gaat de markt op als conventioneel katoen. De reden hiervoor is dat er niet genoeg merken zijn die met biokatoen werken of de belofte doen om meer met biokatoen te werken. De overschot aan biokatoen wordt dus afgevoerd naar de conventionele markt, waar de afnemers niet vragen naar de afkomst van het katoen.Kan je in de winkel geen items uit biokatoen vinden? Zoek dan naar een label met Better Cotton. Dat katoen is iets minder ecologisch als biokatoen, maar gebruikt ook minder water en gifstoffen. Het hergebruik van katoen wordt aangemoedigd omdat er geen nieuwe grondstoffen voor geteeld moeten worden. Het recycleren van katoen is niet simpel, omdat de kwaliteit erdoor achteruitgaat. De voorbije jaren werden er door verschillende actoren gelukkig innovaties doorgevoerd waardoor de mogelijkheid van het aandeel gerecycleerd katoen in een kledingstuk de hoogte in is geschoten. Het Antwerpse merk HNST werkt momenteel aan jeans met maar liefst vijftig procent gerecyleerd materiaal. Sommige merken werken ook met restkatoen: restjes die overblijven tijdens de productie. Meestal worden die in de vuilnisbak gegooid, maar ze kunnen eigenlijk nog dienst doen. Hoe minder textiel er op de vuilnisbelt belandt, hoe beter. Lees hier meer over de waterverspilling van katoen. Hennep wordt vaak genoemd als ecologisch alternatief voor katoen. Het groeit snel en gemakkelijker dan katoen, waardoor het geen kunstmest of insecticiden nodig heeft. De hennepvezel wordt één tot vier meter. Je kunt het ook in een West-Europees kli­maat produceren. Het is erg sterk en duurzaam, maar wel vrij stug. Om het aangenaam te laten aanvoelen op de huid mengt men hennep dus meestal met andere materialen. Het telen van de hennepplant kent een lange geschiedenis, maar is de voorbije tachtig jaar minder populair geworden door de wetgeving in verband met drugs in de Verenigde Staten en de opkomst van synthetische vezels. Ondanks dat de hennepplant minder dan een procent THC bevat, wordt hennep toch geassocieerd met drugs. De marihuanaplant bevat nochtans veel meer THC (twintig procent). Stilaan wordt hennep geherintroduceerd in Amerika. Obama keurde goed dat universiteiten, landbouwscholen en landbouwdepartementen van de overheid opnieuw hennep mogen telen voor research doeleinden. Het enige nadeel aan hennep is dat het behandelen van de vezel en het produceren van garen veel energie vragen. Tijdens het productieproces moeten de arbeiders ook goed hun luchtwegen beschermen, net zoals bij de katoenproductie. Biologische hennep scoort beter dan biologisch katoen en is dus een interessant alternatief. Een linnen broek, hemd of jurk: wie heeft het niet de kast hangen. Het is een aangenaam en luchtig materiaal, maar kreukt wel erg snel en is redelijk stijf. Linnen is erg sterk en behoeft niet veel gifstoffen tijdens de teelt. Kies wel steeds voor de biologische variant, want de vlasplant krijgt tijdens de conventionele landbouwfase toch nog gif te slikken. Linnen is net zoals katoen een van de oudste textielvezels. Momenteel wordt linnen niet meer zo veel geproduceerd, omdat het duurder is in productie dan katoen. Een groot voordeel van linnen is dat het niet snel gaat pillen (het pluizen van textiel, wat slecht is voor ons milieu). Bamboe groeit snel zonder toevoeging van pesticides, meststoffen en herbiciden en wordt daarom als een duurzame grondstof gezien. Het textiel dat afkomstig is van bamboe is aangenaam en zacht. Bamboe is geen officiële textielbenaming in de EU, maar wordt wel vaak vermeld op etiketten (vaak om aan greenwashing te doen). Er zit helaas een addertje onder het gras als we spreken over bamboetextiel. Er zijn immers twee types bamboevezel en de meest voorkomende is niet per se duurzaam. Enerzijds heb je bamboetextiel dat gemaakt wordt van de vezel die in de stam van de bamboeplant groeit. Dit is een duurzame textielvezel, die van nature een antibacteriële en hypoallergene werking heeft. Helaas komt de tweede variant veel vaker voor en dat is een geregenereerde textielvezel die gemaakt wordt van houtpulp van bamboe. Deze pulp wordt bewerkt met heel wat chemicaliën waardoor er bamboeviscose/bamboerayon ontstaat. Het kan echter wel duurzaam geproduceerd worden. Een voorbeeld van duurzaam semisynthetisch duurzaam bamboetextiel is Monocel (een Lyocell-textiel gemaakt van bamboe). Als je een kledingstuk van bamboevezel koopt, kijk dan naar de labels of vraag informatie aan de verkoper. Kies voor biologisch, geproduceerd in een gesloten systeem of een textielvezel die gemaakt wordt van de natuurlijk voorkomende vezels van de stam van een bamboeplant. Het is ook nuttig om na te gaan of de bamboeplantage een FSC of PEFC certificaat heeft en de leefomgeving en habitat respecteert.