Af en toe heeft Demna Gvasalia heimwee naar Antwerpen. 'Ik mis de creatieve vrijheid die ik had aan de academie, gewoon kunnen wegdromen en mijn zin doen. Ik wist niets van mode, ik had nog nooit een naaimachine van dichtbij gezien. Ik had weinig zelfvertrouwen, maar ik wist wat ik wilde doen. Tijdens die vier jaar heb ik mezelf gevonden. We waren heel, heel vrij. We mochten nog roken in de klas. We kregen kunstgeschiedenis in het Nederlands, een taal die ik niet begreep. Het was intens, het was geweldig. Maar toen ik ben afgestudeerd, wist ik niet wie ik was als ontwerper. Dat heb ik pas later geleerd, toen ik naar Parijs ben verhuisd en toen ik ben beginnen werken, eerst voor Margiela en daarna voor Louis Vuitton.' Hij zwijgt even. 'Ik mis de clubs, en de frieten.' Van Frituur N°1 in de Hoogstraat? 'Afgeblaft worden bij Frituur °1 om 3 uur 's ochtends, heerlijk toch?'
...

Af en toe heeft Demna Gvasalia heimwee naar Antwerpen. 'Ik mis de creatieve vrijheid die ik had aan de academie, gewoon kunnen wegdromen en mijn zin doen. Ik wist niets van mode, ik had nog nooit een naaimachine van dichtbij gezien. Ik had weinig zelfvertrouwen, maar ik wist wat ik wilde doen. Tijdens die vier jaar heb ik mezelf gevonden. We waren heel, heel vrij. We mochten nog roken in de klas. We kregen kunstgeschiedenis in het Nederlands, een taal die ik niet begreep. Het was intens, het was geweldig. Maar toen ik ben afgestudeerd, wist ik niet wie ik was als ontwerper. Dat heb ik pas later geleerd, toen ik naar Parijs ben verhuisd en toen ik ben beginnen werken, eerst voor Margiela en daarna voor Louis Vuitton.' Hij zwijgt even. 'Ik mis de clubs, en de frieten.' Van Frituur N°1 in de Hoogstraat? 'Afgeblaft worden bij Frituur °1 om 3 uur 's ochtends, heerlijk toch?' Gvasalia, 40, geboren in Georgië - destijds nog een Sovjet-republiek - en deels opgegroeid in Duitsland, heeft in relatief korte tijd een enorme weg afgelegd. Hij stichtte een eigen label, Vetements, en schreef daarmee modegeschiedenis. Amper een jaar later, in 2015, begon hij bij Balenciaga. Hij verhuisde deeltijds naar Zwitserland. Twee jaar geleden stopte hij bij Vetements. Het label wordt sindsdien geleid door zijn broer, Guram. In juli, tijdens de modeweek van Parijs, hield Balenciaga voor het eerst sinds 1968 een coutureshow. Er was geen muziek. De modellen, ongeveer evenveel mannen als vrouwen, stapten door de kamers in totale stilte. De outfits waren soms adembenemend, en vaak snugger, zoals een reeks felgekleurde oversized mantels die leken op badjassen die, als je goed keek, waren uitgevoerd in leer dat door een kaasrasp leek te zijn gehaald. Bont bleek geen bont, maar geborduurde zijde. De knopen van jeansbroeken waren gemaakt van zilver. Trompe-l'oeil is nooit ver weg bij Gvasalia. In de beginjaren van Vetements werd er van heinde en ver bericht over een eerder ordinair geel T-shirt met het logo van koerierbedrijf DHL. Het kostte 200 euro, wat in 2015 ongezien was. De 'greatest hits' van de show waarmee Gvasalia een seizoen eerder was doorgebroken in Le Dépôt, een notoire gay club, waren een subtiel verknipt Antwerps souvenir-T-shirt en een kopie van een trui van de Parijse brandweer. Bij Balenciaga scoorde Gvasalia onder meer met een leren herinterpretatie van de Ikea-shoppingtas en met de Triple S, een in de operatiezaal van dokter Frankenstein aan elkaar gelapte hybride van afzichtelijke 'dad sneakers'-- de belangrijkste schoen, tot nog toe, van dit millennium. De ontwerper is een genie in het sublimeren van ordinaire dingen, of beter: dingen die doorgaans als ordinair worden beschouwd. Zoals het joggingpak, of Crocs. Hij past in de traditie van Marcel Duchamp, die een urinoir in een galerie plaatste, en zo kunst maakte van een gewoon gebruiksvoorwerp. 'Ik heb voor het eerst van Duchamp gehoord tijdens de cursus kunstgeschiedenis aan de academie van Antwerpen', lacht hij. De coutureshow van Balenciaga vond trouwens plaats in een trompe-l'oeil: een nauwkeurige reproductie van de historische couturesalons van het merk in het oude hoofdkwartier van het merk. Balenciaga is jaren geleden verhuisd naar nieuwe kantoren, maar huurt nog winkelruimte in het gebouw langs avenue George V, alsook een verdieping die gebruikt werd als opslag, en waar de nieuwe salons zijn ondergebracht. 'Het was het juiste moment om dat historische adres terug te claimen voor het huis', zegt Gvasalia. 'Tussen deze muren heeft Cristóbal Balenciaga het erfgoed gecreëerd waar ik nu uit put. Dit huis is meer dan honderd jaar oud. Je zou kunnen zeggen: dat erfgoed kan mij niets schelen, maar bij Balenciaga is dat, wat mij betreft, onmogelijk.' Gvasalia liet de ruimte kunstmatig verouderen, alsof er sinds 1968 niemand meer was geweest. 'Alles moest er echt en authentiek uitzien', zegt hij. 'Met vergeelde plaaster, gekrast meubilair, vlekken op het tapijt en sporen op de muren van een lek dat er nooit is geweest.' Hij vertelt dat hij er op voorhand niet gerust op was. 'Ik geloof in de energie van kamers, en ik was niet helemaal zeker of we met een reconstructie de energie van het origineel zouden kunnen vatten. Maar toen ik het resultaat zag, werd ik emotioneel. Het voelde juist aan, als thuiskomen. Ik werd er heel sereen door.' 'Couture was altijd een onderdeel van mijn plan bij Balenciaga,' vertelt hij, 'maar er was nooit tijd. Anderhalf jaar geleden was ik er eindelijk klaar voor. Door de pandemie hebben we vertraging opgelopen. We hebben de lancering een seizoen uitgesteld. Dat was, in zekere zin, een geluk bij een ongeluk. Ik kreeg onverwacht meer tijd. Couture geeft me meer vrijheid, omdat ik er naar wens mee kan experimenteren. In prêt-à-porter moet je met veel meer rekening houden. Nu is de balans evenwichtiger.' De klanten van de prêt-à-porter van Balenciaga zijn gemiddeld jonger dan die van andere luxehuizen. En dus sublimeerde hij ook voor de couturecollectie wat je jongemensenkleren zou kunnen noemen, van hoody's tot T-shirts. 'Ik ben niet alléén in jongere klanten geïnteresseerd. Mijn couture heeft geen gender, geen leeftijd. Als ik iets maak, denk ik aan het product en het volume, en aan het lichaam en hoe dat lichaam past in het product. Ik heb gezocht naar een balans tussen de geschiedenis van het huis en waar ik voor sta. Ik wil moderne kledingstukken in de context van couture plaatsen.' Hij geeft jeans als voorbeeld. 'De uitdaging is: hoe maak je couture van een 5-pocket jeans, of van een denim jasje? Je werkt aan het silhouet en je verheft het materiaal. Authentiek denim wordt nog nauwelijks gemaakt. Zelfs de gespecialiseerde jeansmerken gebruiken flinterdun, stretchy materiaal. Wij hebben gewerkt met de Amerikaanse weefmachines van vroeger, die je nu alleen nog in Japan vindt. Dat denim kost 500 euro per meter: daarmee kun je geen prêt-à-porter maken. Voor de knopen gebruiken we zilver en aluminium. Ik ben ervan overtuigd dat zo'n jeansbroek relevant kan zijn. Maar je moet mensen wel laten begrijpen waarom die broek zo duur is.' 'Duurzaamheid heeft onder meer te maken met de manier waarop we mode consumeren,' vindt Gvasalia, 'en wat dat betreft is haute couture een soort masterclass.' De volumes zijn kleiner. Er wordt alleen op bestelling gewerkt, wat wil zeggen dat er geen stuk te veel wordt gemaakt. De productie gebeurt lokaal, in Parijs, zij het voor een internationaal publiek. Couture is ook handwerk. 'Natuurlijk vind ik duurzaamheid belangrijk. Er geen aandacht aan besteden, zou nalatig zijn en onverantwoord. Al blijft het hoe dan ook een moeilijke situatie. In onze business maken we producten. We kunnen mensen moeilijk vragen om minder te kopen, al probeer ik dat ergens wel te doen, op mijn manier.' Hij vertelt dat hij sinds twee seizoenen niet eens meer kijkt naar stoffen en materialen die niet gecertifieerd sustainable zijn. 'Daarmee leg ik mezelf in zekere zin beperkingen op, maar zo voelt dat niet aan. Ik vind dat verandering bij mezelf moet beginnen. Vijf jaar geleden was er veel minder keuze. Alles wat als eco-friendly werd neergezet, zag er een beetje raar uit. De kleuren waren nooit honderd procent, de kwaliteit was vaak minder. Maar intussen is er veel veranderd.' De coutureshow in juli was Gvasalia's eerste teken van leven 'in real life' sinds maart 2020, toen Gvasalia voor het laatst showde met Balenciaga, in een apocalyptisch, deels onder water gezet decor. Maar de ontwerper is, zo bleek intussen, ook digitaal een virtuoze communicator. Voor de lentecollectie van dit jaar maakte hij een video die even simpel als efficiënt was: modellen die 's nachts door Parijs lopen, met op de soundtrack een coverversie van Corey Harts I Wear My Sunglasses At Night. Voor de herfstcollectie, die nu in de winkels ligt, was er een videogame, Afterworld: The Age Of Tomorrow, waarvoor modellen werden gefilmd en getransformeerd tot avatars. Tussendoor spande hij samen met Alessandro Michele van Gucci, Kanye West en Justin Bieber. Met Micheles Gucci, dat net als Balenciaga eigendom is van luxegroep Kering, deed hij een opvallend, eenmalig experiment: het ene merk gebruikte elementen uit het erfgoed van het andere en vice versa. Team Gucci recycleerde vooral de vormentaal van Gvasalia, terwijl team Balenciaga onder meer Gucci-tassen maakte waarop het GG-monogram is vervangen door BB's. 'Het was Alessandro's idee om samen iets te doen. Ik vond het een fijn idee omdat we esthetisch heel verschillend zijn. Bovendien zijn wij in vergelijking met Gucci een klein, experimenteel laboratorium. We hebben elkaar carte blanche gegeven. Neem wat je wil en doe er je zin mee. We begrepen elkaar onmiddellijk.' Het was een beetje het mode-equivalent van Godzilla versus Kong, een spectaculaire, en ook wel hilarische mash-up, want de kleren en tassen leken van ver en van dichtbij op door quasi-analfabeten in elkaar geflanst namaakspul. Je ging erdoor nadenken: wat betekent luxe in 2021? In augustus werd Gvasalia ingehuurd als artdirector voor het lanceringsevenement van Kanye Wests nieuwe album Donda, in een sportstadion in Atlanta. De popster, van wie je zou verwachten dat hij zijn nieuwe YZY-lijn voor Gap zou promoten, droeg een jasje van Balenciaga, en werd op het eind van de performance aan een koord naar het plafond van de arena gehesen. Justin Bieber dook op, tegelijk met actrice Isabelle Huppert, in de jongste reclamecampagne van Balenciaga, de eerste waarin zowel celebs als modellen worden opgevoerd. 'Waarom ook niet? Justin droeg al vaak Balenciaga. En Isabelle is een actrice die ik al langer graag wou kleden. Ik hou van de personages die ze speelt. Huppert, Bieber en de modellen met wie ik keer op keer samenwerk vertegenwoordigen de verschillende soorten mensen die Balenciaga aanspreekt. Een modern luxemerk moet met alle mensen in dialoog gaan.' Ongeveer alles wat hij doet met Balenciaga doet, gaat onmiddellijk viraal. Is hij daar bewust mee bezig? 'Nee, nooit. Ik zou het erg vulgair vinden om op die manier te werken. Het gebeurt natuurlijk wel. En ik denk ook vaak op voorhand: god, dit gaat zeker viraal. Is dat een reden om het niet te doen? Nee. Ik doe het toch, want ik doe waar ik in geloof. Als ik mezelf blijf, dan is viraal gaan goed. Als je iets doet alleen maar met de intentie om brokken te maken, dan is het niet goed.' Hij vindt al het geschreeuw om aandacht in de mode 'behoorlijk vermoeiend'. 'Dat is een van de redenen waarom ik geen muziek heb gebruikt in de coutureshow', lacht hij. 'Ik vond dat de kleren voor zichzelf moesten spreken. Maar zelfs over die keuze is veel geschreven. Een minuut stilte klinkt tegenwoordig luider dan 24 uur geschreeuw.' Denkt hij dat de mode post-covid nog luider gaat schreeuwen? 'Is covid dan voorbij? Ik weet het niet. Ik zie het een beetje als een drankverslaafde die twee jaar lang niet heeft gedronken. Dan mag het plots weer, en voor je het weet is het hek van de dam. Ik houd mijn hart vast. Maar wat doe je eraan?' 'Ik kijk graag naar de toekomst,' zegt hij nog, 'maar net zo graag naar het verleden. Het verleden is waar we van gemaakt zijn. Je kunt niet doen alsof dat niet belangrijk is. Er zit schoonheid in dingen die er niet meer zijn. Ja, ik ben soms nostalgisch. Al gaat het uiteindelijk niet over gisteren of over morgen, maar over nu. Nu is altijd het belangrijkste moment.'