Kris Van Assche, 10 jaar bij Dior: ‘Hard werken, en hopen dat je het overleeft’

Kris Van Assche. © Foto's Alexander Popelier

Twintig jaar geleden trok Kris Van Assche naar Parijs, in eerste instantie voor een stage van vier maanden. De ontwerper viert intussen zijn tiende verjaardag aan het hoofd van Dior Homme.

Duurzaam succes in de luxesector ligt niet voor de hand. Ontwerpers zijn huursoldaten, en dus inwisselbaar. De Karl Lagerfelds (drie generaties and counting) zijn eerder uitzondering dan regel. Gaat de omzet lichtjes naar beneden? Verliest een merk buzz? Dan is de oplossing snel gevonden: nieuw creatief bloed aan de top. Kris Van Assche staat intussen tien jaar aan het hoofd van Dior Homme. Dat is, in modetermen, een halve eeuwigheid. Het is in zekere zin ook onverwacht.

Toen Van Assche in 2007 de scepter overnam van Hedi Slimane, zagen veel critici hem al op voorhand falen. Dat was niet fair, en allicht ook niet fijn. ‘Hedi werd verafgood in de mode’, zegt hij nu. ‘Ik wist dat het moeilijk zou worden. Ik ben daar nuchter bij gebleven. Het is altijd makkelijker om een huis over te nemen dat doodgebloed is, of niet meer draait. Dior Homme was een ongelooflijke hype. Ik stond voor een onmogelijke keuze. Meer van hetzelfde doen, dan word je daarvoor door iedereen gehaat, of alles veranderen, en dan is ook niemand tevreden. Wat doe je in zo’n geval? Je werkt hard, je kruist je vingers en je hoopt dat je het overleeft.’

Bloemenwinkel Odorantes. 'Mode en bloemen zijn verwant: je redt er geen levens mee, maar ze maken wel een verschil.'
Bloemenwinkel Odorantes. ‘Mode en bloemen zijn verwant: je redt er geen levens mee, maar ze maken wel een verschil.’© Foto’s Alexander Popelier

‘Ik heb gekozen voor evolutie’, zegt Van Assche. Hij zit aan de tafel van zijn studio in het hoofdkwartier van Dior Homme, een halve balzaal groot, minimaal ingericht, met witte muren en een reusachtige spiegel. Hij draagt Dior Homme, zwart van top tot teen: sweatshirt en sneakers. En voor de fotoshoot, op het trottoir van rue de Marignan, een lange mantel. Het is een koude, grijze winterdag. Hij drinkt thee.

‘Ik heb beetje bij beetje mijn stempel gedrukt op Dior,’ zegt hij, ‘het hoefde niet noodzakelijk Kris Van Assche te worden: ik had al mijn eigen label. Dior mocht Dior blijven. Maar dan wel op mijn manier. Ik was dertig. Ik wist dat ik veel zou leren. Ik wist dat er middelen waren, een atelier. Ik was niet naïef. Ik wist dat het hard zou worden. En dat is het ook geweest.’

Hij wordt soms nog ondergewaardeerd, niet het minst in eigen land. ‘België heeft een heel aparte kijk op mijn werk. Toen Raf Simons de vrouwencollecties kwam ontwerpen, werd hier en daar plotseling geschreven dat ik voor Raf werkte, terwijl ik hier toch al een paar jaar aan de slag was. En ook: er is geen land in de wereld dat nog niets heeft geschreven over mijn tien jaar hier, behalve België. Dit is mijn allerlaatste verjaardagsinterview. Dat is toch vreemd?’

Is dat frustrerend?

‘Zelf lig ik daar niet wakker van. Maar voor de familie, de buren, de nicht en de achternicht is het niet aangenaam, want die lezen natuurlijk alleen de Belgische pers.’

Je hebt ook nog geen tentoonstelling gekregen in het MoMu.

‘Antwerpen is vooruitstrevend. Maar een mannenlabel van een groot huis, dat vinden ze blijkbaar toch niet zo interessant. Dan denk ik: goed, doe maar.’

Hij kwam naar Parijs vers van de academie. ‘Ik kreeg een aanbod om vier maanden stage te lopen bij Yves Saint Laurent in Parijs, op de mannenafdeling. Ik ben afgestudeerd als vrouwenontwerper. Ik nam die stage aan omdat ik dacht: dan ben ik in Parijs en kan ik ander werk zoeken. Ik was ervan overtuigd dat ik vier maanden dassen en sokken zou ontwerpen, en dat er tijd genoeg zou zijn voor sollicitatiegesprekken bij andere huizen. Maar de praktijk bleek heel anders. Bij Yves Saint Laurent was er, vanuit creatief oogpunt, weinig of geen verschil tussen mannen- en vrouwenmode.’

Het atelier van Dior Homme kreeg onlangs een eigen adres en daarmee een eigen identiteit. 'Dat betekent: we geloven erin.'
Het atelier van Dior Homme kreeg onlangs een eigen adres en daarmee een eigen identiteit. ‘Dat betekent: we geloven erin.’© Foto’s Alexander Popelier

Dat was een openbaring?

‘Een openbaring én een verandering van parcours. Die eerste vier maanden zijn verlengd met nog eens zes maanden, en uiteindelijk ben ik twee jaar gebleven. In 2000 is Saint Laurent overgenomen door Gucci. Hedi Slimane ( die toen artistiek directeur was van de mannencollectie van YSL, red.) is naar Dior gegaan om daar de mannenlijn uit de grond te stampen: Dior Homme. En hij vroeg me mee. In 2004 ben ik weggegaan om mijn eigen label te starten. Geen haar op mijn hoofd dat er toen aan dacht dat ik ooit zou terugkeren naar Dior. Het was ook niet zo’n prettig moment. Ik ben langs de achterdeur vertrokken. Toen ik mijn eigen label begon, was dat met het idee: dit is voor altijd. Twee jaar later boden ze me de baan aan.

We vieren nu wel mijn tiende verjaardag bij Dior, maar ik heb het gevoel dat ik sinds een jaar of twee voor een nieuw huis werk. Toen is er beslist om de mannencollecties verder te ontwikkelen. Er werd ook voor het eerst een toegewijde directeur benoemd. Er is meer ambitie, en zelf concentreer ik me nu ook voor honderd procent op Dior. Twee jaar geleden heb ik ook mijn eigen label op pauze gezet. Financieel ging dat zo moeilijk dat ik er creatief onder leed. Ik had er geen zin meer in.’

Kijk je soms terug naar je eigen werk?

‘Weinig. Ik bedenk voor elke collectie een verhaal, met personages, muziek, decor. Die verhalen zitten wel in mijn hoofd. De kleren veel minder. Terugkijken is verlammend: ik zie de fouten. Waarom beginnen we in de mode vier keer per jaar aan een nieuw verhaal? Omdat we elke keer denken dat we het beter gaan doen.

In een buitenwijk van Parijs heb ik een pand met de archieven van mijn label. Ik ben er zelf nog nooit geweest. De kleren hangen daar, en eigenlijk hangen ze er vooral omdat ik niet wil dat iemand anders ze in handen krijgt.’

Waarom?

( lacht) ‘Omdat dat dat van mij is.’

Welk verhaal heb je willen vertellen met de zomercollectie?

‘Dior vierde vorig jaar zijn zeventigste verjaardag. Daar is veel over te doen geweest, maar het ging zelden over Dior Homme. Ik dacht: wij hebben in ons atelier toch ook de nodige knowhow en savoir-faire? Die verjaardag viel dan ook nog eens samen met mijn tien jaar hier. En het atelier was, echt waar, misschien wel de belangrijkste reden waarom ik naar Dior ben gekomen. Daarom ligt de nadruk dit seizoen op tailoring, op het metier.

Frans design uit de jaren vijftig in Galerie Downtown.
Frans design uit de jaren vijftig in Galerie Downtown.© Foto’s Alexander Popelier

Je hoort de hele tijd dat pakken voorbij zijn, dat het in de mannenmode nu allemaal draait om streetwear. Maar ik ben het daar absoluut niet mee eens. De jonge modellen en acteurs met wie ik werk voelen zich uitstekend in een pak. Maar het moet wel het juiste pak zijn.

Er is ook een link met meneer Dior. Zijn grootste bijdrage aan de modegeschiedenis is de veste-bar, en die heeft zijn oorsprong in de mannengarderobe. Bij mij draait sowieso alles om contrast. Hoe klassieker de collectie, hoe meer elementen uit de street- en sportswear ik erbij wil. Er moet een evenwicht zijn. Pakken, maar ook sweatshirts, sneakers en blousons.’

En heel korte shorts.

‘Héél korte shorts.’

Mis je je eigen label soms? Je gebruikte het woord pauze. Dat klinkt niet definitief?

‘Kijk, als de juiste partner aan de deur klopt, dan kan die deur altijd terug open. Mis ik mijn label? Neen, want het heeft me de laatste jaren vooral met problemen en frustraties opgezadeld. Ik hoef niet meer zo nodig twee shows tijdens de modeweek, met 24 uur ertussen. Ik heb dat niet nodig om gelukkig te zijn. Ik kan mijn ei perfect kwijt bij Dior. Ik geniet er nu meer van dan vroeger. Maar stel dat de juiste middelen op tafel worden gelegd, ja, waarom niet. En het moet aangenaam zijn. Op het eind van Kris Van Assche was ik ongelukkig. Dat wil ik niet meer.’

Hoe is je leven in Parijs geëvolueerd?

‘Mijn eerste jaren hier, met bijna geen loon als stagiair, waren hard. Ik heb alle clichés meegemaakt. Dat heeft best een tijd geduurd. Ik kreeg telkens contracten van korte duur, en daar huur je geen deftig appartement mee. Achteraf heeft het iets romantisch, dat wel. De eerste maand kon ik terecht in een studentenhuis in Savigny-sur-Orge, in de banlieue. Later heb ik een vreselijke zolderkamer gevonden in rue Cognacq Jay, in het zevende arrondissement. Het was een hel: kakkerlakken, een buur die altijd dronken was. Ik heb in het jaar dat ik daar woonde walgelijke, mens-onwaardige toestanden meegemaakt. Mijn ouders wisten dat niet. Anders hadden ze me zeker geholpen om iets beters te vinden. Maar daar was ik dan weer te trots voor: je woont hier nu, zoek het zelf maar uit. Uiteindelijk kreeg ik een vast contract bij Saint Laurent, en kon ik iets fatsoenlijkers huren. Zo zijn er vierkante meters bij gekomen, en aangenamere ervaringen. Tegenwoordig woon ik in de buurt van l’Etoile, in het zeventiende arrondissement, niet ver van hier. In betere omstandigheden, ja.’

De contrasten die Van Assche in zijn werk opzoekt, vindt hij ook in voorstellingen in Palais Garnier.
De contrasten die Van Assche in zijn werk opzoekt, vindt hij ook in voorstellingen in Palais Garnier.© Foto’s Alexander Popelier

HET PARIJS VAN KRIS VAN ASSCHE

1. 3 Rue de Marignan

‘3 Rue de Marignan is het adres van Dior Homme. Ik heb dat dit seizoen voor het eerst ook op de kleren gezet, en we gaan daarmee door. Ik wou de mannenafdeling een eigen adres geven. Iedereen heeft het altijd over 30 avenue de Montaigne, over Dior. En dan denk ik: wij bestaan toch ook al een tijdje? Wat betekent Dior Homme? Waarom ben ik hier al tien jaar? Dankzij wie? Het atelier speelt een centrale rol in mijn verhaal. Dat atelier een eigen adres geven, is het een eigen identiteit geven. Ons nieuwe hoofdkwartier, los van de damesafdeling van Dior, was enkele jaren geleden ook de eerste stap van de hernieuwde ambitie van LVMH voor Dior Homme. Een eigen adres, dat betekende: we geloven erin.’

3 rue de Marignan, 75008 Parijs


2. Galerie Thomas Fritsch

‘Thomas Fritsch is gespecialiseerd in keramiek, vooral Frans werk uit de jaren vijftig. Ik kom niet uit een artistieke familie. In mijn schooltijd heb ik misschien vijf keer een museum bezocht. Aan de academie ben ik een inhaalbeweging begonnen, en dat leerproces is nog altijd niet voorbij: mode, fotografie, modefotografie, kunst, design, keramiek. Deze galerie is voor mij het paradijs op aarde. Ik heb sinds een paar jaar echt een passie voor Pol Chambost, maar ik hou ook van moderne keramiek. Van Kristin McKirdy, een Amerikaanse keramiste met wie ik een paar keer heb samengewerkt. Rinus Van de Velde ( die model was in een recente campagne van Dior, red.) maakt ook keramiek, en daar ben ik helemaal knetter van.’

6 rue de Seine, 75006 Parijs


3. Galerie Downtown

‘Ik ben net terug van Art Basel Miami, waar we een diner hebben georganiseerd met François Laffanour, de eigenaar. Hij is gespecialiseerd in Frans design uit de jaren vijftig, heel gepas-sioneerd. Hij ging met zijn galerie naar Art Basel Miami, en wij gingen op hetzelfde moment onze Black Carpet-collectie tonen, ook in Miami. Vandaar het idee om iets samen te doen. François wou meer dan alleen een diner, en hij kwam met het idee om mij te laten werken met een aantal lampen van Isamu Noguchi. Dat was een uitdaging. Mijn eerste gedachte was: die lampen zijn perfect, ik moet daar afblijven. Uiteindelijk heb ik er de bloemen-foto’s van mijn Instagram mee verweven. Mijn poëtische kijk op Noguchi’s poëtische lampen.’

18 rue de Seine, 75006 Parijs


4. Palais Garnier

‘Mijn leerproces heeft me nog niet naar de klassieke opera geleid. ( lacht) Dat komt misschien nog. Le Palais Garnier programmeert vooral ballet en dans. Pina Bausch of Anne Teresa De Keersmaeker zien, dat vind ik fantastisch. De contrasten die ik zelf in mijn werk opzoek, vind je bij hen ook. Ik zag laatst een stuk van Bausch in Garnier. Dan komen ze aanzetten met die grote vuilnisbakken, en gaat alle aarde tegen het podium. Dat is – wow – een visuele schok. Op het moment zelf is dat letterlijk adembenemend. Van zo’n voorstelling kan ik echt wel uit mijn dak gaan.’

8 rue Scribe, 75009 Parijs


5. Fondation Louis Vuitton

‘Ik heb vanmorgen mijn team naar de Fondation Louis Vuitton gestuurd, met een gids. Ik vind het fantastisch hoe dat gebouw in korte tijd een van dé trekpleisters van Parijs is geworden. Meneer Arnault ( de sterke man achter Vuitton en Dior, red.) mag daar trots op zijn. Het gebouw van Frank Gehry is op zich al de moeite, en de tentoonstellingen zijn altijd sterk.’

8 avenue du Mahatma Gandhi, 75116 Parijs


6. Restaurant Loulou

‘Ik ben heel trouw als het over restaurants gaat. Ik heb vier of vijf adressen. Daar kennen ze me, en daar heb ik een vaste tafel. Als ik de hele dag hard heb gewerkt, wil ik dat mijn avondmaal een aangenaam moment is. Het moet lekker zijn, en ik wil vooral niet lastig gevallen worden. Loulou is comfortabel. Het terras, op de binnenplaats van het Louvre, is fantastisch. Die plek kun je in Parijs niet overtreffen. Maar ’s winters is het binnen ook fijn.’

107 rue de Rivoli, 75001 Parijs


7. Odorantes

‘Odorantes is een kleine winkel in het zesde arrondissement, gespecialiseerd in bloemen die geuren. Ik heb niet altijd de moed om helemaal tot daar te gaan, maar als ik een bijzonder cadeau wil geven, dan wel. Bloemen zijn belangrijk. In mijn werk, maar ook in mijn privéleven. Ik neem foto’s van bloemen, en die zet ik soms op Instagram. En mijn tattoos zijn bloemen. Op mijn linkerarm heb ik orchideeën, op mijn rechterarm tulpen. De bloemen van het zuiden versus de bloemen van het noorden. Meer zit daar niet achter. Als ik niet in de mode was beland, was ik een bloemenwinkel begonnen. Mode en bloemen zijn verwant. Je hebt geen van beide nodig, maar ze maken wel een verschil.’

9 rue Madame, 75006 Parijs


8. Klay

‘Sport is belangrijk om het ritme vol te houden. Ik ga drie keer per week naar de gym, van negen tot tien. Ik heb al twaalf jaar dezelfde coach, en ik mis bijna nooit een afspraak. Die regelmaat is belangrijk voor mij. Ik verplicht mezelf. Ik ga echt niet voor mijn plezier. Maar sport houdt me wel recht. Goed georganiseerd zijn is essentieel. Ik haat te laat komen. Mijn agenda is cruciaal. Dat is de enige manier om het vol te houden in de mode. Die discipline maakt het leven ook aangenamer. Iedereen kan om één uur gaan lunchen, en om zeven of acht uur naar huis. Ik heb een hekel aan de clichés van melodrama en paniek in de aanloop naar een defilé. Ik vergelijk ons graag met sporters van olympisch niveau. Die trainen elke dag, het hele jaar door. De druk neemt toe, maar ik doe mijn job ook beter. Ik heb meer ervaring, en dat geldt ook voor mijn teams. Ik vind die toenemende druk niet negatief. Ik ga heel goed om met de stress.’

4 bis rue Saint-Sauveur, 75002 Parijs

Partner Content