Duurzame mode: ‘Restjes canvas van Vuitton? Maken we isolatie van’

Sylvie Bénard © GF

Kan de modesector ooit duurzaam worden? Daar ben je als consument deels zelf verantwoordelijk voor, vindt Sylvie Bénard, directeur leefmilieu van ’s werelds belangrijkste luxegroep.

De textielindustrie heeft een kwalijke reputatie als het over het milieu gaat. Mode is in essentie niet groen. Dat de kledingsector de op één na vervuilendste industrie zou zijn, zoals vaak wordt beweerd, blijkt verkeerd. Maar dat neemt niet weg dat mode flink wat schade teweegbrengt. Dat kan ook moeilijk anders: er zijn 7,5 miljard mensen op aarde. Die allemaal kleden heeft verstrekkende gevolgen.

Dat meer dan 8% van de uitstoot van broeikasgassen in de wereld zou worden veroorzaakt door de kleding- en schoenenindustrie, is niet bepaald verrassend. Op de koop toe zou zo’n drie vijfde van alle gemaakte kleren binnen het jaar in verbrandingsovens of op storten terechtkomen.

Onze huizen hebben gemeenschappelijke doelen, bijvoorbeeld het verminderen van CO2. Maar elk huis is vrij om te kiezen hoe het die doelen bereikt.

We hebben allemaal kleren nodig. Maar tegelijk is het overaanbod enorm, in alle prijscategorieën. Er wordt vaak met een scheef oog gekeken naar de praktijken van fast fashion. Maar hoe staan de luxemerken tegenover de apocalyps? Groepen als LVMH en Kering blijven in eerste instantie gewoon zoveel mogelijk winst nastreven. Dat is hun voornaamste bestaansreden. Ze proberen wel, net als de winkelstraatmerken, steeds meer het goede voorbeeld te geven. En als zulke economische giganten hun gewicht in de schaal leggen, kunnen ze positieve veranderingen teweegbrengen.

Milieuacademie

Sylvie Bénard is directeur leefmilieu bij LVMH, de Franse luxekolossus die zo’n 75 merken controleert, van Louis Vuitton tot Dom Pérignon. Ze begon haar carrière in 1983, bij cognacmaker Hennessy, de H in LVMH. ‘Ik deed er onderzoek naar gist en bacteriën. Ik had landbouwkunde gestudeerd, met een specialisatie in microbiologie. Daarnaast was ik altijd al gefascineerd door het milieu. Ik ben de dochter van biologen. Ik ben opgegroeid met de verhalen van mijn ouders over alles waar we het vandaag over hebben. In 1992 kreeg ik de kans om de milieutop van Rio bij te wonen en daar gingen mijn ogen open. Op dat moment was het voor mij glashelder dat het milieu dé grote uitdaging van de toekomst was. Ik kon me absoluut niet voorstellen dat ik daar binnen de groep iets mee kon doen. Ik was van plan om ontslag te nemen en me te vestigen als onafhankelijke milieuconsultant. Voor het zover kwam, vroegen ze me of ik toch niet wou blijven.’

Ze maakte de overstap van Hennessy naar het moederbedrijf in 1992 en kreeg twee jaar om zichzelf te bewijzen. Intussen telt haar team twaalf mensen. ‘Mijn titel is al die jaren ongeveer dezelfde gebleven’, lacht ze. ‘De job zélf daarentegen, verandert voortdurend.’

Bénard zegt dat ze in theorie de macht heeft om maatregelen te implementeren, maar dat samenwerken efficiënter is. ‘Onze taak is informeren. We reiken onze collega’s instrumenten aan. We delen onze expertise. Mensen zijn in wezen intelligent. Als ze de juiste informatie krijgen, kunnen ze verder. Zij kennen hun job beter dan wij.’ Haar departement licht door, rapporteert, communiceert, informeert, stelt doelen.

De nieuwe verpakking van Veuve Clicquot is gemaakt van restafval van wijndruiven.
De nieuwe verpakking van Veuve Clicquot is gemaakt van restafval van wijndruiven.© GF

Er is een interne milieuacademie. ‘Daar buigen we ons zowel over basisvragen als over heel specifieke materie. Wat zijn de gevolgen van de erosie van biodiversiteit? De opwarming van de aarde, wat betekent dat precies? Maar het gaat bijvoorbeeld ook over de milieuwetgeving in Italië. Het doel is dat onze medewerkers nadenken over de impact van hun beslissingen op het milieu, zodat ze betere beslissingen nemen.’

Negen punten

Bénard werkt met een lijst van negen punten, waarvan elk merk er twee of drie uitkiest. Wat relevant is voor een champagnehuis, is dat niet voor een leerlooierij. ‘Onze huizen hebben een gemeenschappelijk doel. Maar verder is elk huis vrij om te kiezen hoe het dat doel bereikt. De weg ernaartoe hoeft niet identiek te zijn.’

Een van de klassieke doelstellingen is het verminderen van CO2-emissie, in eerste instantie bij de meer dan driehonderd eigen ateliers en fabrieken van LVMH. De groep hoopt tegen begin dit jaar haar emissies met 25 % verminderd te hebben tegenover 2016 (dat doel geldt niet voor externe leveranciers). Een andere focus is waterverbruik. Er wordt gemikt op min 10%. Maar dat streefdoel blijkt moeilijk haalbaar omdat LVMH bijzonder actief is in de sector van wijn en sterkedrank. ‘Door de klimaatverandering wordt het op veel plekken droger en dat betekent dat er meer water gebruikt wordt in wijngaarden in bijvoorbeeld Californië en Argentinië. In Frankrijk, waar irrigatie verboden is, was de oogst de voorbije jaren dan weer uitzonderlijk laag, met name in de Champagnestreek. Ook dat is een gevolg van de opwarming van de aarde.’

De groep heeft wereldwijd meer dan 4500 winkels. ‘Daar is het belangrijk dat we het energieverbruik verminderen’, zegt Bénard. ‘Hoe is het gesteld met de positie van de ramen? Is er genoeg natuurlijk licht? Hoe zit het met airconditioning? We stellen alle vragen die ons kunnen helpen om de impact van een winkel op het leefmilieu zo laag mogelijk te houden.’ LVMH heeft een toegewijd verlichtingsbedrijf, LVMH Lighting, en de tweejaarlijkse Store Awards belonen de milieuvriendelijkste winkels van de groep.

Bij de parfum- en beautymerken ligt de focus op verpakking. Bénard geeft een aantal voorbeelden van hoe het beter kan, al is er nog veel werk aan de winkel: ‘Bij Guerlain is het gewicht en het volume van de verzorgingscrème Orchidée Impériale met 60% verminderd. De nieuwe verpakking is net zo mooi, maar kleiner en lichter. Parfums Dior werkt met navullingen voor de lijn Capture Total, in de luxesector is dat nieuw. Je vindt hervulbare parfumflacons bij zowel Guerlain als Louis Vuitton. En dan zijn er nog de gepersonaliseerde flacons die je je hele leven blijft gebruiken, het toppunt van luxe.’

Logo’s verknippen

Iets anders. Bénard tovert een kartonnen doos tevoorschijn met het logo van champagnemerk Veuve Clicquot. ‘We zijn vanzelfsprekend geïnteresseerd in nieuwe materialen. Deze doos is gemaakt van de plantaardige resten van wijndruiven. Dat zie je er écht niet aan, toch?’

De bomen die Dior voor zijn defilé liet aanrukken, kregen nadien een plekje in Parijse bodem.
De bomen die Dior voor zijn defilé liet aanrukken, kregen nadien een plekje in Parijse bodem.© IMAXTREE

Afval van druiven heeft LVMH in overvloed. ‘Het is veruit onze belangrijkste bron van afval, qua volume. Het is weliswaar organisch afval, maar het blijft afval. Je moet er ergens mee naartoe.’ Je kunt er, zoals in dit geval, papier van maken, of je kunt er gebouwen mee verwarmen. ‘De pulp wordt gemethaniseerd’, zegt Bénard.

Methaan de lucht in pompen? ‘Nee, dat doen de koeien,’ lacht ze, ‘wij transformeren afval tot energie.’

De restjes van Louis Vuitton komen dan weer in isolatiemateriaal terecht. ‘Ongebruikte rollen neutraal canvas kunnen eventueel opnieuw worden verkocht’, aldus Bénard. ‘Maar als dat canvas bedrukt is met logo’s, moet je oppassen. Je wilt immers niet dat je materiaal op de parallelle markt terechtkomt. Stoffen met logo’s worden in kleine reepjes gesneden en getransformeerd tot vezel.’

Onverkochte luxeproducten worden niet langer verbrand. ‘Vroeger was dat wel zo. We waren ervan overtuigd dat we een slimmere oplossing konden vinden en zo zijn we bij Nordéchets terechtgekomen, een afvalverwerkingsbedrijf waarmee we nauw samenwerken. Aanvankelijk gebruikten we dat platform alleen voor parfums en cosmetica, nu kan de hele groep er gebruik van maken. Er wordt per geval bekeken wat de efficiëntste manier is om afval te verwerken.’

‘In vergelijking met de fast fashion zijn de afvalvolumes in de luxesector verwaarloosbaar’, verzekert Bénard. ‘Voor de grote jongens van de winkelstraten is onze oplossing niet interessant. Maar voor ons is één afvalverwerkingsbedrijf ideaal. We doen er in zekere zin aan de haute couture van recyclage’, lacht ze.

Recycleerbare decors

Bénard en haar team werken vooral achter de schermen. Het topje van de ijsberg – de zaken waar je als consument echt iets van merkt – blijft klein, zeker in de mode. Bij Loewe lanceerde Jonathan Anderson vorig jaar een duurzame lijn, Eye/Loewe/Nature. Bij Givenchy showde Clare Waight Keller voor dit seizoen een aantal stukken van gerecycleerd denim.

LVMH investeerde recent in de bedrijven van Stella McCartney en Gabriela Hearst, ontwerpers die duurzaamheid heel ernstig nemen. ‘Het zijn twee vrouwen die ons kunnen uitdagen om het op bepaalde vlakken nog beter te doen en die wij misschien kunnen helpen met andere zaken. We leren hen nog kennen.’

Het triplex decor van de laatste show van Louis Vuitton was volledig recycleerbaar, zoals dat sinds een paar jaar wel vaker het geval is voor grote modespektakels (decorstukken worden vaak hergebruikt voor vitrines). Maria Grazia Chiuri liet voor de show van Dior 164 bomen overkomen uit heel Europa. Na de show werden ze in Parijs herplant.

Guerlain reduceerde het volume en gewicht van Orchidée Impériale met 60%.
Guerlain reduceerde het volume en gewicht van Orchidée Impériale met 60%.© GF

‘Als we niets zeggen,’ zegt Bénard, ‘is het alsof we niets doen. En als we wél communiceren over de maatregelen die we nemen, worden we van greenwashing* beschuldigd.’ Er klinkt uit groene hoek sowieso veel kritiek op defilés, en dan vooral op de geïsoleerde cruiseshows waarvoor gasten uit de hele wereld naar Havana, Rio of het Japanse platteland worden gevlogen voor een stukje entertainment dat uiteindelijk amper tien minuten duurt. De gewone modeweken hebben nog een zekere relevantie: professionals zien er in korte tijd in één stad tientallen shows, en buyers doen tijdens dezelfde reis hun aankopen. ‘Daar wordt over gediscussieerd’, zegt Bénard. Intussen wordt aan de merken gevraagd om rekening te houden met de richtlijnen van haar team: recycleerbare decors, lokale en seizoensgebonden catering, enzovoort. Transport blijft een moeilijke vraag.

Blijven zoeken

LVMH doet vooralsnog niet mee aan het Fashion Pact, een op de recente G7 van Biarritz gelanceerd initiatief tegen klimaatopwarming van concurrent Kering (onder meer Gucci, Saint Laurent en Bottega Veneta), dat door 56 andere modegiganten wordt gesteund. Bénard heeft haar verdediging klaar: ‘LVMH heeft niet alleen mode. 59% van de omzet komt van merken die niets met lederwaren of mode te maken hebben. De uitdagingen voor een distilleerderij zijn heel anders dan die voor een modelabel.’ Maar er wordt wel gepraat met de concurrentie? ‘Voortdurend.’

Bénard gaat binnen afzienbare tijd met pensioen. ‘De route eindigt eind dit jaar.’ Wat rest haar te doen? Komen er nieuwe uitdagingen op ons af? Ze zucht. ‘Er is weinig opbeurend nieuws. Volgens het recentste wetenschappelijk onderzoek gaat de klimaatverandering sneller dan verwacht. We moeten blijven zoeken naar oplossingen.’

‘Een van de grote uitdagingen is wat mij betreft de manier waarop we praten met de klant. Want die heeft uiteindelijk ook een rol in het verhaal. Communiceren is ingewikkeld. Je moet de juiste manier vinden om de mensen te informeren, op een manier die gemakkelijk te begrijpen is. Dat is echt niet eenvoudig. Hoe kunnen we onze klanten helpen de juiste vragen te stellen? Hoe krijgen we ze mee? Dat blijft voor mij een van de grootste uitdagingen.’

* Greenwashing is het zich groener voordoen dan een bedrijf of organisatie daadwerkelijk is.

Sylvie Bénard

  • Bénard is landbouwingenieur. Na een specialisatie voedingsindustrie aan de universiteit van Cornell in de VS doctoreert ze als ingenieur in landbouwwetenschappen in 1983.
  • Ze begint haar carrière bij drankenfabrikant Hennessy als onderzoeker in alimentaire microbiologie.
  • In 1992 richt ze het Departement Leefmilieu op bij luxegroep LVMH. Ze is directrice Leefmilieu van de holding .
  • Ze is actief in verscheidene milieuverenigingen.

Wat doet de concurrentie?

LVMH is natuurlijk niet de enige luxegigant die een voortrekkersrol tracht te spelen op het vlak van milieubescherming. Concurrent Kering, de groep achter onder meer Gucci, Balenciaga, Saint Laurent en Bottega Veneta, is allicht de pionier ter zake. Zij namen onder andere het initiatief voor het Fashion Pact, een alliantie van meer dan vijftig mode- en textielbedrijven die zich inzetten voor het klimaat. Het pact, dat er kwam op vraag van de Franse president Macron, werd voorgesteld op de vooravond van de G7 in het Franse Biarritz eind augustus. De alliantie heeft drie doelstellingen: de opwarming van de aarde tegengaan door tegen 2050 de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de biodiversiteit herstellen en de oceanen beschermen tegen plastic.

Marie-Claire Daveu, chief sustainability officer van Kering, zei eind januari op een persconferentie in Parijs dat de groep haar impact op het milieu tussen 2015 en 2018 met 14% heeft verminderd. Het systeem van Kering om de milieukosten van hun activiteiten te berekenen is de voorbije jaren veelgeprezen, en haalde verschillende keren de top van de Dow Jones Sustainability Index. De groep zegt dat ze goed op weg is om haar impact tegen 2025 met 40% te verminderen. Kering focust daarvoor onder meer op ruw materiaal en de transformatie van dat materiaal tot de kleren die we dragen. Maar er wordt bijvoorbeeld ook op gelet dat het goud dat wordt gebruikt voor de afdeling horloges en juwelen ethisch zuiver is.

Partner Content