De kleren maken de man: ‘Ik ben dan niet die kerel in een rolstoel, maar die coole gast’

Guillaume Rambert. © Foto Damon De Backer

Kleren kopen is een hele uitdaging wanneer je lichaam afwijkt van de norm. Maar wat blijkt? Net dan kan een eigen look bijdragen aan een goed gevoel en je tonnen zelfvertrouwen geven.

‘Het is een manier om de rolstoel te doen verdwijnen’

Guillaume Rambert (33) belandde na een ongeval tien jaar geleden in een rolstoel. Al de eerste weken in het revalidatiecentrum besefte hij hoe belangrijk zijn kleding is voor zijn zelfbeeld.

‘Om bloedklonters te voorkomen moest ik er loszittende sportkleding dragen, en schoenen die twee maten te groot waren. Doodongelukkig werd ik daarvan. Thuis heb ik die kleren meteen weggegooid. Nooit zul je me in mijn rolstoel op pantoffels en in een trainingsbroek zien – of het moet al een coole tracksuit zijn.

De eerste maanden na het ongeval gaf een opvallende look me het zelfvertrouwen dat ik nodig had om de wereld onder ogen te komen. Ik ben niet de meest zelfverzekerde gast, en dat was ik zeker toen niet, maar wanneer ik me goed voel in wat ik draag, sta ik er. Het is een manier om de rolstoel te doen verdwijnen: ik ben dan niet die kerel in de rolstoel, maar die coole gast. (lacht)

Mijn stijl omschrijven vind ik moeilijk. Ik draag waar ik zin in heb, afhankelijk van hoe ik me voel en wat er op de agenda staat, zolang het maar nét iets anders is dan wat de rest doet. De rolstoel heeft niet erg veel veranderd aan mijn kledingkeuze, al kom ik niet meer met alles weg. Een baggy jeans, bijvoorbeeld, is geen gezicht als je altijd neerzit: dat is alsof je een patattenzak om je lijf hebt hangen.

Ik ben niet de meest zelfverzekerde gast, en dat was ik zeker toen niet, maar wanneer ik me goed voel in wat ik draag, sta ik er.

Shoppen is moeilijker geworden, nu ik rekening moet houden met mijn lichaam en zijn beperkingen. Ik apprecieer het heel erg als een verkoper met me meedenkt. Mijn favoriete winkel is wat dat betreft Vier in Antwerpen. Je vindt er skatekleding, maar evengoed Dries Van Noten of bijzondere stukken van high fashion-merken als Prada. De eigenaar is een vriend geworden. Af en toe krijg ik een bericht: ‘Ik heb echt iets voor jou binnen.’ Ik koop ook veel tweedehands, online, of eenmaal per jaar op citytrip in Londen of Parijs. Een stijlicoon heb ik niet, of het moest mijn vrouw Hannah zijn. Ze heeft een fantastische smaak. Samen kiezen we vaak uitzonderlijke stukken uit.

Een luxe die ik mezelf vroeger niet gunde, maar nu ik in een rolstoel zit wel, is een kostuum op maat. Mijn eerste pak van Café Costume was een geschenk van mijn vrouw. Dat kostuum aantrekken was fantastisch: het was de eerste keer sinds het ongeval dat ik me zo goed en zo zelfverzekerd voelde. Voor ons huwelijk vorig jaar heb ik er nog eens twee laten maken: eentje voor de ceremonie en eentje voor het feest. Ondertussen heb ik er vijf.

Het zou niet zo mogen zijn, maar het is niet anders: hoe beter je gekleed bent, hoe ‘normaler’ mensen je behandelen. Mensen zijn vaak net iets té vriendelijk tegen me. Ze behandelen me alsof ik ziek ben, gaan trager of luider praten. Dat was de eerste periode na het ongeval een serieuze knauw in mijn zelfvertrouwen. Nu kan ik erom lachen wanneer het gebeurt. Het is als in een rolstoel terechtkomen: je kunt het niet veranderen, dus kun je het maar beter accepteren.’

‘Ik heb lang gedacht dat een écht goed zittend kostuum niet voor mij was weggelegd’

Jean-Christophe Hoste (46) moest als kind altijd een trainingsbroek aan, vandaag rolt hij elke dag strak in het pak de straat op. Zijn outfits deelt hij op Instagram onder de hashtag #wheelchairgentleman.

‘In mijn puberteit wilde ik die eeuwige trainingsbroek niet meer aan. Ik trok met vrienden naar tweedehandswinkels, kocht er mijn eerste jeans en leren jasje. Het was de tijd van de grunge: alles kon en alles mocht. Toen ik later de kleerkast van mijn grootouders ontdekte, begon ik te experimenteren met een eigen stijl. Ik combineerde de kleren die ik tweedehands vond dan bijvoorbeeld met een zijden sjaaltje of manchetknopen van mijn grootvader.

Jean-Christophe Hoste
Jean-Christophe Hoste© Foto Damon De Backer

Mijn eerste tailormade stukken kocht ik, amper achttien, in Firenze. In de etalage van Brioni had ik handgemaakte hemden in prachtige stoffen zien liggen, ik had nog nooit zoiets moois gezien. Met een vriendelijk maar kordaat ‘hier gaan jullie niks vinden voor jullie budget’ verwees de verkoper ons door naar de zaak van twee stokoude kleermakers een paar straten verder. Ik liet er twee hemden maken die ik jarenlang heb gekoesterd, tot ze onvermijdelijk stukgingen. Het was de allereerste keer dat ik een kledingstuk droeg dat écht goed paste. Ik werd prompt verliefd op het gevoel van luxe en comfort van maatwerk. Jammer genoeg ontbrak het me op dat moment aan budget. Mijn grootmoeder heeft jarenlang al mijn vintage vondsten versteld, zo goed en zo kwaad als ze kon, maar zo comfortabel als die twee hemden werd dat nooit. Ik heb lang gedacht dat een echt goed kostuum niet voor mij weggelegd was. Als je een beperking hebt, is je lichaam een obstakel; kleren die gemaakt zijn voor een ‘gewoon’ lichaam zitten nooit helemaal zoals je zou willen. Toen in Gent Café Costume opende in 2010, ging er een wereld voor mij open. Ik leerde er Koen Van Weverberg kennen, die ik erna als trouwe klant volgde toen hij zijn eigen zaak Schaap Tailors oprichtte. We vonden elkaar in onze liefde voor het ambacht. Hij maakt sindsdien al mijn kostuums. Koen weet perfect wat ik nodig heb, van pasvorm tot stof. Een pak op maat laten maken is als een verhaal zonder grenzen: het is fijn om uit al die mogelijkheden je eigen keuze te kunnen maken, zonder te moeten inboeten aan comfort.

Ik ben een opvallende verschijning, dat besef ik. Zo zelfverzekerd ben ik nochtans niet, integendeel. Experimenteren met kleren begon als puberale spielerei, maar werd al snel een vorm van zelfbescherming. Ik weet niet wat het is om onzichtbaar te zijn – al mijn hele leven kijken mensen mij na. Op een gegeven moment heb ik gedacht: wel, ik zal ze eens iets geven om naar te kijken, maar dan on my terms.’

‘Ik draag vooral sobere basics. Ik wil niet nóg meer de aandacht trekken’

Stijn Keuleers (44) volgde jarenlang opleidingen om zelf zijn kleding te retoucheren naar zijn maat en figuur.

‘Kleren zijn voor mij een manier om erboven uit te steken, figuurlijk dan. Ik vind het belangrijk om goed voor de dag te komen. Dat kreeg ik mee van mijn moeder. Zij zag er altijd onberispelijk uit en zou haar zoon – dwerggroei of niet – nooit in een joggingbroek het huis hebben laten verlaten.

Ik besef wel dat ik van geluk mag spreken dat ik fysiek in goede conditie ben. Ik kan alles doen wat ik wil en mezelf ook gemakkelijk aan- en uitkleden. Als je het lichamelijk moeilijker hebt, kies je sneller voor comfort.

Stijn Keuleers
Stijn Keuleers© Foto Damon De Backer

Mijn bovenlichaam is relatief kort en vrij smal, waardoor ik bovenkleding in de tienerafdeling koop. Dat is soms wat zoeken, als je er niet als een tiener bij wilt lopen in baggy kleren en hoody’s met felle prints of opvallende opdrukken. Een man van normale lengte kan daar al eens mee experimenteren, maar ik moet opletten dat ik er niet lachwekkend of te kinderlijk uitzie. Ik kies meestal voor sobere basics, want opvallen doe ik sowieso. Mensen kijken me altijd na wanneer ik over straat loop, ik wil niet nóg meer de aandacht trekken. Het enige wat van mij mag opvallen is mijn pet: ik heb een hele verzameling. Mensen vragen me weleens of ik mijn inspiratie haal uit Peaky Blinders, zeker wanneer ik ook mijn kostuum aanheb.

Ik draag meestal een hemd of een T-shirt met lange mouwen op een jeans of een geklede broek. Als ik iets vind dat me aanstaat, koop ik het, of het nu duur is of goedkoop. Evengoed vind ik erna weer een paar maanden niks naar mijn smaak en maat. Ik zoek bijvoorbeeld al jaren een tof leren jasje, onmogelijk te vinden voor een man van mijn postuur. Ik heb in het verleden al wel een eenvoudige jas in stof voor mezelf gemaakt, maar een jas in leer, dat is naaien voor gevorderden én je hebt er een speciale machine voor nodig.

Schoenen zijn ook niet gemakkelijk: ik heb maat 34, maar wel brede voeten en een hoge wreef.

Wat broeken betreft weet ik ondertussen welk model relatief makkelijk te vermaken is en niet te lomp valt. Broeken moeten niet enkel ingekort worden, maar ook naar onderen toe wat versmald. Ik volgde een paar jaar lessen om zelf mijn kleren te kunnen retoucheren. Dat leek me op den duur gewoon praktischer: bij een goede kleermaker is het al snel een paar weken wachten voor je kleren klaar zijn. Bovendien betaalde ik soms meer voor de retouches dan voor het kledingstuk zelf. Dan doe ik het beter zelf, dacht ik.’

Partner Content