De coronacrisis hakt stevig in op de kledingindustrie in Bangladesh en andere lageloonlanden. Verschillende westerse merken annuleren hun orders en weigeren bestellingen te betalen. Bangladesh tekent een daling aan orders van 84 procent op.

Bengaalse fabrieksbazen zitten met de handen in het haar. Ze hebben de stoffen aangekocht, de arbeiders aan het werk gezet en in sommige gevallen zelfs de bestellingen per boot richting de Europese of Amerikaanse afzetlanden verstuurd. Het geld werd dus al uitgegeven, maar er komt amper iets binnen. Sommige fabrieksbazen hebben de lonen van hun arbeiders de voorbije maanden uit wanhoop uit eigen zak betaald, of gingen een lening aan. Anderen hebben een deel van hun personeel op straat gezet of geen loon uitgekeerd.

Schending mensenrechten

De Bengaalse kledingarbeiders hebben sowieso al te kampen met een veel te laag minimumloon, maar door de coronacrisis is de situatie enorm achteruit gegaan. Wie op straat durft komen om te staken of protesteren, riskeert bovendien een boete of arrestatie.

De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch trok al meermaals aan de alarmbel. Het niet betalen van geplaatste orders is volgens HRW in strijd met de richtlijnen voor eerlijk zakendoen van zowel de Verenigde Naties als de OESO. HRW stelt dat de kledingmerken de verantwoordelijkheid hebben hun bestelde goederen af te nemen en te betalen.

Trackers houden bij wie betaald heeft en wie niet

De trackers van Worker Rights Consortium (WRC) en Remake houden bij welke merken de Bengaalse kledingarbeiders in de kou laten staan. Onder andere Topshop, C&A, Bestseller, Primark, GAP en Anthropologie worden genoemd. Er wordt gefocust op kledingproductie in Bangladesh, aangezien tachtig procent van de Bengaalse exportproducten uit de textielsector komt.

De retailer Anthropologie ligt niet alleen onder vuur omwille van de geannuleerde bestellingen, maar ook omdat er verschillende klachten rond racisme aan het licht kwamen naar aanleiding van de Black Lives Matter-protesten. Zo zou het codewoord 'Nick' gebruikt worden wanneer er zwarte klanten de winkel binnenkomen en zou er een gebrek zijn aan diversiteit binnen het bedrijf.

Protest op sociale media

'We hebben allemaal de foto's gezien van de rijen mensen voor de fast fashion-winkels toen die terug open mochten. Dit zijn dezelfde bedrijven die hun kledingarbeiders hebben laten stikken wanneer ze hen het meest nodig hadden. Merken worden niet verantwoordelijk gesteld voor dit soort gedrag. Je bestellingen betalen is geen vrijgevigheid. De merken hebben hun eigen inkomsten beschermd ten koste van miljoenen mensenlevens,' legt Meg Lewis van de Clean Clothes Campaign uit aan The Guardian.

Verschillende klanten trokken naar de Instagrampagina's van de merken die hun bestellingen niet betalen en delen er de hashtag #PayUp. De hashtag werd gelanceerd in april, rond de periode van Fashion Revolution Day. De herdenking van de ramp van Rana Plaza ging dit jaar gepaard met een oproep om ook de arbeiders die getroffen zijn door de coronacrisis te steunen. Ook op Twitter spreken mensen merken aan met #PayUp. Hiermee geven ze aan dat ze het niet pikken dat modemerken hun arbeiders in de kou laten staan. Heel wat mensen getuigen dat ze vroeger klant waren bij deze ketens, maar door dit soort gedrag geen voet meer in de winkels zullen binnen zetten. Op die manier krijgt het ontlopen van hun verantwoordelijkheid toch nog een staartje voor de merken.

De coronacrisis hakt stevig in op de kledingindustrie in Bangladesh en andere lageloonlanden. Verschillende westerse merken annuleren hun orders en weigeren bestellingen te betalen. Bangladesh tekent een daling aan orders van 84 procent op. Bengaalse fabrieksbazen zitten met de handen in het haar. Ze hebben de stoffen aangekocht, de arbeiders aan het werk gezet en in sommige gevallen zelfs de bestellingen per boot richting de Europese of Amerikaanse afzetlanden verstuurd. Het geld werd dus al uitgegeven, maar er komt amper iets binnen. Sommige fabrieksbazen hebben de lonen van hun arbeiders de voorbije maanden uit wanhoop uit eigen zak betaald, of gingen een lening aan. Anderen hebben een deel van hun personeel op straat gezet of geen loon uitgekeerd. Schending mensenrechten De Bengaalse kledingarbeiders hebben sowieso al te kampen met een veel te laag minimumloon, maar door de coronacrisis is de situatie enorm achteruit gegaan. Wie op straat durft komen om te staken of protesteren, riskeert bovendien een boete of arrestatie. De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch trok al meermaals aan de alarmbel. Het niet betalen van geplaatste orders is volgens HRW in strijd met de richtlijnen voor eerlijk zakendoen van zowel de Verenigde Naties als de OESO. HRW stelt dat de kledingmerken de verantwoordelijkheid hebben hun bestelde goederen af te nemen en te betalen.Trackers houden bij wie betaald heeft en wie nietDe trackers van Worker Rights Consortium (WRC) en Remake houden bij welke merken de Bengaalse kledingarbeiders in de kou laten staan. Onder andere Topshop, C&A, Bestseller, Primark, GAP en Anthropologie worden genoemd. Er wordt gefocust op kledingproductie in Bangladesh, aangezien tachtig procent van de Bengaalse exportproducten uit de textielsector komt. De retailer Anthropologie ligt niet alleen onder vuur omwille van de geannuleerde bestellingen, maar ook omdat er verschillende klachten rond racisme aan het licht kwamen naar aanleiding van de Black Lives Matter-protesten. Zo zou het codewoord 'Nick' gebruikt worden wanneer er zwarte klanten de winkel binnenkomen en zou er een gebrek zijn aan diversiteit binnen het bedrijf. Protest op sociale media'We hebben allemaal de foto's gezien van de rijen mensen voor de fast fashion-winkels toen die terug open mochten. Dit zijn dezelfde bedrijven die hun kledingarbeiders hebben laten stikken wanneer ze hen het meest nodig hadden. Merken worden niet verantwoordelijk gesteld voor dit soort gedrag. Je bestellingen betalen is geen vrijgevigheid. De merken hebben hun eigen inkomsten beschermd ten koste van miljoenen mensenlevens,' legt Meg Lewis van de Clean Clothes Campaign uit aan The Guardian. Verschillende klanten trokken naar de Instagrampagina's van de merken die hun bestellingen niet betalen en delen er de hashtag #PayUp. De hashtag werd gelanceerd in april, rond de periode van Fashion Revolution Day. De herdenking van de ramp van Rana Plaza ging dit jaar gepaard met een oproep om ook de arbeiders die getroffen zijn door de coronacrisis te steunen. Ook op Twitter spreken mensen merken aan met #PayUp. Hiermee geven ze aan dat ze het niet pikken dat modemerken hun arbeiders in de kou laten staan. Heel wat mensen getuigen dat ze vroeger klant waren bij deze ketens, maar door dit soort gedrag geen voet meer in de winkels zullen binnen zetten. Op die manier krijgt het ontlopen van hun verantwoordelijkheid toch nog een staartje voor de merken.