Ik ben geen echte fotograaf. Sommigen lopen rond met hun camera en fotograferen wat ze zien, ik fotografeer hoe mijn geest de dingen vertaalt. Hoe dan ook interesseert de wereld van de innerlijke beleving me meer dan de uiterlijke wereld. Schilders vertalen hun ideeën met een penseel, ik met mijn camera. Ik teken op voorhand wat ik in mijn hoofd heb, en dan ga ik op zoek naar alle elementen die nodig zijn om die beelden te ensceneren.
...

Ik ben geen echte fotograaf. Sommigen lopen rond met hun camera en fotograferen wat ze zien, ik fotografeer hoe mijn geest de dingen vertaalt. Hoe dan ook interesseert de wereld van de innerlijke beleving me meer dan de uiterlijke wereld. Schilders vertalen hun ideeën met een penseel, ik met mijn camera. Ik teken op voorhand wat ik in mijn hoofd heb, en dan ga ik op zoek naar alle elementen die nodig zijn om die beelden te ensceneren. Ik heb mijn roeping te danken aan de literatuur en de film. Aan schrijvers als Jorge Luis Borges, Gabriel García Márquez en Tarjei Vesaas en filmmakers als Ingmar Bergman en Federico Fellini. Ik herkende in hun werk de gevoelens van verwarring en vervreemding die ik als kind had, en ik bewonderde hoe ze soms met weinig woorden en dialogen een staat van zijn oproepen en de verbeelding prikkelden. Dankzij de fotografie had ik als introvert een uitlaatklep voor mijn gevoelens, maar het ging me nooit om het medium op zich. De basis verandert niet. Ik heb de voorbije twee jaar in mijn archief gewroet en massa's beelden ontdekt die ik al lang vergeten was. Opdrachtwerk voor school, modecampagnes, catalogi en publicaties voor Vogue en zo veel anderen, maar ook gedichten die ik in mijn jonge jaren schreef en een oude bijdrage voor het Franse Zoom. Het was prettig om vast te stellen hoe ik en ook mijn beelden geëvolueerd zijn, maar dat de inhoud en ondergrond van mijn werk hetzelfde gebleven zijn. Geen voorbeelden hebben heeft zijn voordelen. Je staart je niet blind op andere dingen, waardoor je een eigen stijl ontwikkelt. Om die reden ben ik ook nooit assistent-fotograaf geweest. Werk van collega's bekijk ik maar met mate. Een boek zet je aan het fantaseren, daar voeg je als lezer iets aan toe, terwijl een beeld is wat het is. Ik ben af en toe graag alleen. Als nakomertje zat ik als kind vaak in mijn eentje in de natuur, en ook vandaag geniet ik ervan om me terug te trekken. Het voedt mijn werk, maar ook mij, als mens. Onze verslaving aan consumptie en communicatietechnologie zie ik als een enorme geestelijke verarming. Alles gaat makkelijker wanneer je weet wie je bent en wat echt belangrijk is, wat begint met verstilling en de confrontatie met jezelf aangaan. Van de kunstfotografie alleen kon ik in de jaren 70 niet leven. Ik maakte in 1977 mijn eerste modebeelden, en enkele jaren later raakte ik bevriend met Martin Margiela. We werkten samen voor het Antwerpse cultmagazine Winners, en daarna volgden allerlei projecten met tijdgenoten en binnen- en buitenlandse labels en magazines. Een heel ander tijdperk, maar ook vandaag is veel mogelijk: alle rangen van de mode-industrie beseffen stilaan dat het systeem moet en zal veranderen. Kleren hebben me nooit zo geïnteresseerd. Als modefotograaf wilde ik een verhaal vertellen, en dan zochten we outfits die erbij pasten. Bij de Franse Vogue gingen we letterlijk zo te werk. Ik heb vaak hoogoplopende discussies gehad met opdrachtgevers in de reclame- en de modewereld, sommige ontwerpers waren geschoffeerd toen ik hun haute couture in een verlaten Parijse banlieue fotografeerde en de modellen met slijk besmeurde. Maar daarom kreeg ik ook kansen: omdat ik niet aan klassieke modefotografie deed. Ik legde mijn ideeën erin en gaf er een draai aan, waardoor de beelden een zekere dimensie en uitstraling kregen. Gevierd worden, vergeten zijn: dat heeft geen belang. Er zijn genoeg nobele onbekenden die fantastische dingen doen. Ik heb de erkenning altijd gewaardeerd - het ging om wat mijn werk betekende voor de buitenwereld, niet om de centen - maar mijn grootste trots is niet dat ik voor Vogue of de Belgische modewereld heb gewerkt. Wel dat ik erin geslaagd ben om mezelf te blijven, zonder veel toegevingen. Ik wantrouw creatieve opleidingen die studenten aanmoedigen om marktgericht te denken. Laat dat los, volg je buikgevoel, dan vindt het zijn weg wel.