Hartje Brugge. Hier en daar zie je een paar oude geveltoppen en een kerktoren, fragmenten van een postkaart. Op vier hoog is er geen voeling meer met de straat en het stadsleven. Deze ivoren toren is omringd door groen, een oase van rust in een woelige stad. De bewoners leiden een druk leven en zoeken hier kalmte op. Toch wilden ze geen ouderwetse cocon. Vroeger woonden ze in een klein kasteel volgepropt met antiek, maar daar raakten ze op uitgekeken. Liever dan een Brugs huis met een trapgevel, wilden ze deze keer een ongewone woonst. Acht jaar lang zochten ze naar deze plek. Het liefst van al vonden ze een loft, maar omdat Brugge maar weinig pakhuizen telt, moesten ze deze droom laten varen. Het werd de bovenverdieping van een flatgebouw. Niet zomaar een verdieping, het appartement ligt onder een hoog dak met een flinke betonconstructie. Bij aankoop was de flat onafgewerkt, behalve de vensters waren er enkel ruwe muren. Maar precies dat viel in de smaak. Uiteindelijk is de woning een soort loft geworden met een enigszins ruwe afwerking en een industrieel karakter.

De architectuur op zich garandeert al spektakel: door de hoge dakconstructie met haar wisselende hoogtes is het ruimtegevoel onvoorspelbaar. Elke hoek laat je een ander perspectief zien en je kan alle richtingen uitkijken, naar boven en naar buiten, want de flat telt veel ramen, ongelijkmatig over de ruimtes verdeeld. Uit alle windstreken komt dan ook licht binnenvallen.

De bewoners waren meteen verliefd op de metershoge betonnen wanden en de kale, monumentale ruimte, die ze kost wat kost wilden bewaren. Niet eenvoudig, want de noodzakelijke inbreng van comfort en meubilair knaagt deze openheid aan. Aankleden houdt ook gevaren in voor de sfeer, die hier niet burgerlijk mocht zijn.

Daarom kozen ze voor minder evidente oplossingen. Voor de bekleding van vloeren en muren en voor de meubilering wilden ze niets wat gewoon in de handel te verkrijgen is. Als je de lift uitstapt, moet je het gevoel krijgen een andere, ongewone wereld te betreden. Dus is de stoffering puur maatwerk. Voor de bepleistering van sommige wanden en de zoldering werd - om een ruw oppervlak te creëren - zelfs geëxperimenteerd met gekleurde pleister vermengd met rijnzand. Er werd ook een sportvloer gelegd, speciaal ontwikkeld voor het buitendek van schepen en voor basketbalvelden, een bijzondere kunststof gegoten op beton, normaal gezien onvindbaar als gewoon bouwmateriaal.

Veel los meubilair is er niet, alles zit verstopt in muurkasten. Onder de vensterbank van de zithoek staan de televisie en de muziekinstallatie, verborgen achter een metalen klapdeur. Voor de aankleding werd trouwens overvloedig veel metaal gebruikt, van gegalvaniseerde platen tot en met inox voor de keuken. Precies die accenten geven de inrichting een wat industrieel aandoend accent.

Deuren zijn er nauwelijks. De meest opvallende scheiding tref je aan de slaapkamer: een paravent, die ter plaatse gegoten werd in polyesterhars. De slaapruimte is intiem van stijl, maar vrij groot, want ze omvat ook een dressing en een enorme badkuip. Een ideale plek om je in terug te trekken. Het bed lijkt op een volwaardige zeeschuit voorzien van een watermatras en een stevige rug, om te plooien tot schrijfblad voor een boek of computer. Net als de rest van het meubilair werd ook het bed door de bewoners ontworpen, samen met interieurarchitect Dominique Rosseel.

Vormelijk past alle meubilair in de sfeer van de jaren tachtig, toen experimenten met metaal erg in trek waren. Zo knipoogt het silhouet van de fauteuils in de zithoek naar de gekke sofa's van Paolo Deganello. Bijna alle meubels rusten op wielen, zodat ze snel kunnen worden verplaatst. Dat gebeurt ook dikwijls als de bewoners veel volk ontvangen, of gewoon even met volle teugen van de ruimte willen genieten. De zithoek kan trouwens helemaal in elkaar worden geschoven, als een blokkendoos.

De eethoek is het meest imposante deel van het huis. Aan de lange tafel staan zes enorme tronen met een hoge rug, die voortreffelijk zitten. De ontwerpers gingen niet over één nacht ijs en ontwikkelden eerst een prototype dat na proeftijd op maat werd aangepast. De grote verlichtingsarmen boven de tafel zijn de kroon op het werk.

Piet Swimberghe / Foto's Jan Verlinde