De doorsnee designliefhebber kent namen als Eames, Saarinen of Jacobsen. Maar nauwelijks die van Belgische ontwerpers die belangrijk waren in de jaren 1950 en '60, zoals Willy Van Der Meeren, Alfred Hendrickx, Jos De Mey en Lucien Engels. Hun oeuvre is beter bekend bij collectioneurs van vintage die gaan snuffelen bij antiquairs of op markten, maar dat is een klein groepje. Bovendien zijn de meubels en lampen die de Belgische tenoren ontwierpen vrij zeldzaam. Daarom vatte de Gentse vintageantiquair Frederic Rozier het plan op om een nieuw productiehuis op te starten, LostnFound, dat design van onze belangrijkste ontwerpers uit de fifties en sixties weer op de markt wil brengen.
...

De doorsnee designliefhebber kent namen als Eames, Saarinen of Jacobsen. Maar nauwelijks die van Belgische ontwerpers die belangrijk waren in de jaren 1950 en '60, zoals Willy Van Der Meeren, Alfred Hendrickx, Jos De Mey en Lucien Engels. Hun oeuvre is beter bekend bij collectioneurs van vintage die gaan snuffelen bij antiquairs of op markten, maar dat is een klein groepje. Bovendien zijn de meubels en lampen die de Belgische tenoren ontwierpen vrij zeldzaam. Daarom vatte de Gentse vintageantiquair Frederic Rozier het plan op om een nieuw productiehuis op te starten, LostnFound, dat design van onze belangrijkste ontwerpers uit de fifties en sixties weer op de markt wil brengen. LostnFound start met een iconisch ontwerp : de Boomerangtafels T3 van Willy Van Der Meeren uit 1954. Dit setje van drie bijzettafels - zwart, rood en grijs - die je in elkaar kunt schuiven, is op en top fifties. De tafeltjes zijn op vlooienmarkten bij de meest gezochte designiconen. Voor een origineel exemplaar betaal je al snel 1000 euro of meer. "Maar de tafeltjes zijn zo zeldzaam en zo mooi, dat we het waardevol vinden om ze weer in productie te brengen. Ze zijn te goed om zeldzaam te zijn, iedereen wil ze, in binnen- en buitenland. Bovendien passen ze perfect in een hedendaags interieur", zegt Frederic. Van Der Meeren (1923-2002) mag dan niet zo bekend zijn in eigen land, in de internationale handel van vintagedesign zijn zijn ontwerpen wel gezocht. "Met de heruitgave van dit uitstekend design van bij ons willen we de Belgen een betere plaats geven in de internationale designgeschiedenis", zegt Rozier. Daarmee raakt hij een gevoelig punt. Want ook grote namen uit Frankrijk en Nederland, zoals Pierre Paulin, Cees Braakman en Friso Kramer, zijn bij ons behoorlijk bekend maar niet onze eigen ontwerpers - die overigens door de Belgische musea amper worden verdedigd. Het is dan ook leuk dat het initiatief voor het opnieuw produceren van hun design uit de hoek van de vintageantiquairs komt. Frederic Rozier is sinds zijn jonge jaren verzamelaar en handelaar. Het LostnFoundproject begint met Willy Van Der Meeren. Na de Boomerangtafeltjes worden ook eettafels, lampen en kasten van de architect-designer heruitgebracht. Brusselaar Van Der Meeren was vrij productief, maar veel van zijn meubels werden nooit op grote schaal geproduceerd. Hij studeerde in 1948 af als architect, net toen de moderne bouwkunst en stedenbouw doorbraken. Hij was in de ban van hedendaags design. Zijn eerste meubels van hout en metaal verschenen in enkele magazines en stonden al in 1951 in de toen toonaangevende meubelafdeling van de Brusselse Innovation. Daar trok zijn collectie de aandacht van het Vilvoordse metaalbedrijf Tubax, waarvoor hij een collectie mocht ontwerpen. Zijn designdebuut was een feit. Zijn grote voorbeeld was de Fransman Jean Prouvé die eind de jaren veertig furore maakte met industrieel design. Prouvé experimenteerde met moderne technieken, prefab en betonijzer om onder meer paviljoenen en meubels te bouwen. Sommige meubels van Van Der Meeren, zoals de kasten met schuifdeuren, lijken bijna van de hand van Prouvé. Van Der Meeren ontwierp zijn woningen ook als 'kasten', zoals de Cecahuizen die hij in 1954 presenteerde met medeontwerper architect Léon Palm, met wie hij tot 1964 samenwerkte. Deze goedkope familiewoningen met een metalen geraamte werden als een meccanosysteem in elkaar gezet. Ze kenden succes, want ze waren vrij ruim, goedkoop en luchtig. In het Vierwindenbinnenhof in Tervuren zijn er nog een reeks van bewaard, maar ze verkeren in slechte staat - ze waren ook niet voor de eeuwigheid bestemd. In Evere ontwierp Van Der Meeren een markant flatgebouw voor sociale huisvesting. Het bestaat nog steeds, maar is ondertussen onbewoond en wacht op restauratie. Het gebouw staat op palen en doet helemaal denken aan wat Le Corbusier destijds ontwierp. De bekende Franse architect was door de burgemeester van Evere ook gevraagd om een flatgebouw te realiseren voor de Unité d'Habitation, maar hij haakte af en Van Der Meeren mocht dit project afwerken. In de jaren 1960 ontwierp hij nog enkele originele huizen, zoals een woning in de vorm van een betonnen schrijfmachine voor auteur Maurits Roelants. Van Der Meeren was gefascineerd door goedkope en makkelijke bouwtechnieken en experimenteerde graag, onder meer met zeildoek, daken van triplex en gewapend polyester. Voor meubels werkte hij onder meer met geplooid betonijzer en formica. Met dat laatste materiaal bedacht hij kastmodules voor Meurop. Van zijn meubels worden vooral de ontwerpen uit de jaren vijftig in wat de 'Atomiumstijl' of 'Spoetnikstijl' wordt genoemd, gewaardeerd. In de jaren zestig bouwde Van Der Meeren onder meer in Antwerpen de HBK-bank en het studentenhuis van de VUB in Etterbeek. In 1988 trok hij zich terug op het eiland Leros in Griekenland, waar hij nog enkele kleine projecten realiseerde. In 1994 keerde hij terug naar België en legde hij zich toe op de publicatie van een naslagwerk over zijn oeuvre. Deze publicatie bracht hem opnieuw in kijker, net op het ogenblik dat de herontdekking van de jaren vijftig en zestig op gang kwam. Voor Tubax ontwierp Van Der Meeren nogal wat meubels, waaronder elegante metalen stoelen (1954) met een zit van plywood, al dan niet gestoffeerd. In datzelfde jaar bracht Tubax ook metalen kasten met schuifdeuren uit. De originele modellen rusten op geplooide poten en hebben gekleurde deuren : uitgesproken fifties, net als de Boomerangtafeltjes. Van Der Meeren ontwierp ook tafels, rechte en trapeziumvormige, die je tegen elkaar kunt schuiven. Veel van deze ontwerpen werden als schoolmeubilair geproduceerd. De ontwerper was ook geboeid door verlichtingselementen en maakte enkele uitzonderlijke lampen, onder meer voor zijn eigen woning, die nooit op grote schaal werden geproduceerd.DOOR PIET SWIMBERGHE & FOTO'S JAN VERLINDE"Met de heruitgaven willen we Belgische topontwerpers uit de fifties een betere plaats geven in de internationale designgeschiedenis"