Als kind moest ik wel in een gymnastiekclub belanden. Wat overgewicht en een inspirerend stratenplan rond de ouderlijke woning volstonden. Op 't Kiel, een wijk ten zuiden van het Antwerpse stadscentrum, dragen de straten ook vandaag nog sportieve namen. De Atleten- en de Kampioenstraat, de Hockey- en de Polostraat, de Schijfwerpers- en de Speerstraat : in totaal verwijzen een twintigtal straten er naar de Olympische Spelen van 1920, de zevende olympiade waarvan de Antwerpse volkswijk van 20 april tot 12 september 1920 het kloppende hart vormde.
...

Als kind moest ik wel in een gymnastiekclub belanden. Wat overgewicht en een inspirerend stratenplan rond de ouderlijke woning volstonden. Op 't Kiel, een wijk ten zuiden van het Antwerpse stadscentrum, dragen de straten ook vandaag nog sportieve namen. De Atleten- en de Kampioenstraat, de Hockey- en de Polostraat, de Schijfwerpers- en de Speerstraat : in totaal verwijzen een twintigtal straten er naar de Olympische Spelen van 1920, de zevende olympiade waarvan de Antwerpse volkswijk van 20 april tot 12 september 1920 het kloppende hart vormde. Die turnclub hield ik niet lang vol - daarvoor spraken dansles en beenwarmers me te veel aan. Souvenirjagers hebben trouwens weinig te zoeken op 't Kiel. De olympische monumenten werden snel afgebroken, en het vaak aangekondigde olympische museum leidt een obscuur bestaan in het Beerschotstadion. De websites van Beerschot AC en de toeristische dienst zwijgen er in alle talen over, en het behoort evenmin tot het Olympic Museum Network, dat vorig jaar wel het Sportimonium in Hofstade opnam. Daar verscheen zes jaar geleden een olympische passage : vooralsnog de aangewezen plek om memorabilia van de Antwerpse Spelen te bekijken. Die olympiade, de eerste na WO I, was moeizaam op gang gekomen. Van het enthousiasme dat de Antwerpse kandidatuur in 1912 had losgemaakt, schoot na de oorlog weinig over. Het land en de stad waren uitgeput en de eerste minister, de gouverneur en de burgemeester kwamen eraan te pas om van Antwerpse reders en diamantairs een waarborg van één miljoen frank te krijgen. Met het budget ging het al fout bij de ombouw van het Beerschotstadion tot een olympische arena met tienduizend zit- en twintigduizend staanplaatsen. Mede door de inflatie bedroegen de kosten bijna 2,3 miljoen frank: meer dan het dubbele van de eerste raming. De organisatoren gingen diezelfde zomer nog failliet. Antwerpen bleef achter met de schulden en een hoop olympisch drukwerk, verzorgd door het reclamebedrijf van Willem Elsschot. Het volk morde ook over de hoge ticketprijzen en groef tunnels onder de omheining van het Beerschotstadion. Ergernis wekte ook de opstelling van slechts één Antwerpse speler toen de Rode Duivels Spanje trotseerden. Het overwegend Antwerpse publiek floot de ploeg genadeloos uit. Over de olympiade vallen wel meer anekdotes te vertellen. Zo werd er niet alleen gefietst in 't stad en geworsteld in de Antwerpse Zoo, ook het kanaal van Willebroek (roeien), het Brusselse Egmontpaleis (schermen) en de stad Oostende (zeilen) stonden op het programma. In de ranking van de medaillewinnaars eindigden de Belgen op de vijfde plaats met zesendertig plakken, onze vetste medailleoogst ooit. Zelfs de Rode Duivels wonnen goud - met dank aan de Tsjechen die het na drieënveertig minuten afstapten uit protest tegen de uitsluiting van een speler. Ook de atleten (slechts 78 vrouwen, op 2669 deelnemers) prikkelen nog altijd de verbeelding. Van de oudste winnaar ooit - de toen tweeënzeventigjarige schutter Oscar Swahn - tot Philip Noel-Baker, de enige medaillehouder die de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Andere bijzondere winnaars waren John Brendan Kelly, de vader van filmster Grace Kelly, en James Howard Snook, die nog op de elektrische stoel belandde in Ohio. Volgens historici redde Antwerpen het voortbestaan van het evenement. Bovendien onthulden de 'herboren Spelen' nieuwe symbolen. De aflegging van de olympische eed, de witte vredesduiven, het hijsen van de olympische vlag ontworpen door de Franse baron Pierre de Coubertin : ze kenden allemaal hun primeur op 't Kiel. Plannen voor een olympisch museum kwamen in 2009 weer op de agenda dankzij Olympia 2020, een denktank die de wijk inspraak wilde geven bij de toekomst van de olympische site. Destijds zag het er immers nog naar uit dat Beerschot AC zou verhuizen naar een nieuwe voetbaltempel op Petroleum-Zuid. Alleen lijkt dat aanslepende dossier ondertussen passé, nu burgemeester Patrick Janssens en oppositie zich hardop afvragen of de stad en het Havenbedrijf hun investering van vijftig miljoen euro niet beter kunnen besteden. Een fractie van dat bedrag kan Antwerpen een volwaardig olympisch museum bezorgen. Een troostprijs voor het gemiste EK zwemmen, dat de sinjoren dit voorjaar aan het Hongaarse Debrecen moesten afstaan wegens financiële problemen. Is de Scheldestad volgend jaar bovendien niet de Sporthoofdstad van Europa ? Laat dat olympisch memoriaal dus maar komen - dan wil ik wel een dansje maken. wim.denolf@knack.be Wim DenolfAntwerpen bleef achter met de schulden en een hoop olympisch drukwerk, verzorgd door het reclamebedrijf van Willem Elsschot.