Mijn eerste opstoot van milieubewust leven dateert van de late jaren '70. In de kringen die ik destijds frequenteerde, stond er altijd wel een grote pan met ongepelde rijst op de houtkachel te pruttelen, en het minste wat je kon doen om je geloof in een betere toekomst uit te drukken, was de nylon zakken uit je ribfluwelen broek knippen. Ik ben zelfs nog een tijd verslaafd geweest. Niet aan wiet - iets in je mond steken dat in brand staat leek mij altijd al een dom idee -, maar aan zevengranenkoeken. Die betrok ik in enigszins muf ruikende winkeltjes die De Dovenetel of De Bloemkool of iets van die strekking heetten. Ze werden onveranderlijk gedreven door bleke meisjes met oranje haar die zich Bie, Maaike of Rozemarijn lieten noemen.
...