Het was een doordeweekse avond en mijn vriendin had een 'vieze goesting'. In de auto, op de terugweg van ergens, bekende zij schoorvoetend dat zij al geruime tijd verlangde naar een tijdschrift dat luistert naar de naam Happibody. Het is het soort outing waar je een ogenblik stil van wordt.
...

Het was een doordeweekse avond en mijn vriendin had een 'vieze goesting'. In de auto, op de terugweg van ergens, bekende zij schoorvoetend dat zij al geruime tijd verlangde naar een tijdschrift dat luistert naar de naam Happibody. Het is het soort outing waar je een ogenblik stil van wordt. Maar happy is een toverwoord tegenwoordig, want gelukkig willen we zijn, ondanks de drama's in de sneeuw, in het water en in onze immer malende bovenkamers. De geluksindustrie kende al de Happinez, de Happikidz en de Happifood, dat ik de eerste keer dat ik het hoorde verwarde met Happifoot, want waarom zou het geluk ontzegd moeten worden aan onze nederigste dienaren ? Nu had je dus ook de Happibody. Ik deed daar wat flauw over, maar stopte niettemin bij de krantenwinkel. Alles voor het meisje. "Wil jij even gaan ?", vroeg zij met een poeslief stemmetje dat geen tegenspraak duldde. Er kon maar beter iemand in de wagen blijven, want we stonden voor een garage waar een sticker op zat met de bekende takelwagen die mij altijd even aan Pluk van de Petteflet doet denken. Ik dus alleen naar binnen. Het was die megakrantenwinkel waar ze alles hebben, tijdschriften in alle talen over de meest bizarre onderwerpen, tot zelfs een blad dat geheel gewijd is aan de vliegdekschepen die de Japanners gebruikten in de Pacific. Drie keer doorliep ik de rekken op de verschillende verdiepingen, zag publicaties over samoeraizwaarden en bleef haken aan een glossy over sinds lang uitgestorven motorfietsmerken. Maar natuurlijk nergens het gezochte. Er liep geen hond in de winkel aan wie het gevraagd kon worden. Beneden stond een kerel achter de kassa, waarbij een handvol slechtgewassen mansvolk aanschoof. Eén ervan had tribal tattoos die over zijn bovenarmen kronkelden als een leeggeschud bord zwarte spaghetti. Een andere loerde kauwend in mijn richting, alsof hij nog twijfelde of hij zich zou beperken tot een kopstoot. Op de achtergrond braakte een televisietoestel voetbalgeluiden uit. Nu ben ik doorgaans van geen kleintje vervaard, maar ik voelde toch een soort onbehagen om het woord Happibody te moeten laten vallen in dit gezelschap dat in mannelijk geslachtshormoon gesopt was. Dus bleef ik in de winkel drentelen tot iedereen weg was. Een beetje zoals vroeger, toen ik als student een weddenschap had afgesloten om een tijdschrift te kopen dat Big tits getiteld was. Natuurlijk kwam er voortdurend vers ruig volk binnen, alsof de zachtere kant van de wereld onopgemerkt uitgeroeid was. "Heeft u toevallig ook de Happibody ?", vroeg ik aan de man achter de toonbank zodra ik mijn kans zag. Ik probeerde mijn stem te doen klinken alsof ik iets wou weten over beleggingen. Hij liet één wenkbrauw in de hoogte wippen, zoals sommige mensen dat kunnen, maar haalde dan de schouders op en vergezelde mij naar de afdeling in kwestie. Het blad bleek er niet te liggen. Wel kon je er geluksarmbanden vinden en kleurboeken voor volwassenen. "Het is voor mijn vriendin", zei ik schaapachtig - het soort uitleg waardoor je je er doorgaans alleen maar dieper indraait. Maar deze vent bleek van het type dat weleens ruwe-bolster-blanke-pit genoemd wordt. "Zal ik een briefje voor je schrijven ?", knipoogde hij, "ten bewijze dat je hier geweest bent ?" Ten bewijze, zo zei hij dat. Het contrasteerde prettig met de stretch in zijn oorlel, waar neonlicht doorheen sijpelde. "Graag", grijnsde ik. "Met de stempel van de winkel." We grinnikten. Hij had vast ook een teergeliefde met vieze goestingen. "Kon je het niet bestellen ?", vroeg mijn vriendin toen ik terug was in de auto. "Misschien dat ik een volgende keer toch maar beter zelf ga. Er stond een reportage in over de helende kracht van half-edelstenen." Het blijven ongrijpbare wezens, met complexe gevoelens en moeilijk te satureren verlangens. Toch voelde ik liefde in mijn hart opwellen, zoals voor veel in deze donkere tijden dat niet sarcastisch maar rein van hart is. jp.mulders@skynet.be Jean-Paul MuldersDe andere kerel loerde kauwend in mijn richting, alsof hij nog twijfelde of hij zich zou beperken tot een kopstoot