In de periode waarin de halve mensheid het land uit is, kom ik op het idee mijn administratie te klasseren in van die handige ordners in frisse kleurtjes die contrasteren met de dorheid van hun inhoud, tantièmes en om te slane belasting. Mijn vriendin ziet mijn geworstel met lede ogen aan, hoofdschuddend zegt zij : "Gij hebt nul levenskunst Mulders, geef toch een schop in die papierwinkel en geniet van de dingen."
...

In de periode waarin de halve mensheid het land uit is, kom ik op het idee mijn administratie te klasseren in van die handige ordners in frisse kleurtjes die contrasteren met de dorheid van hun inhoud, tantièmes en om te slane belasting. Mijn vriendin ziet mijn geworstel met lede ogen aan, hoofdschuddend zegt zij : "Gij hebt nul levenskunst Mulders, geef toch een schop in die papierwinkel en geniet van de dingen." Het woord genieten alleen al doet het haar op mijn armen overeind staan. Ik ben zo'n uit taak en plicht opgetrokken kerel die bàng is voor vakantie. De leegte weet u wel, de shorts met foute prints alsook de teensletsen, de haren op die tenen die je met wat geluk zowel bij mannen als bij vrouwen aantreft. Ik ben het prototype van de vent die aan zijn viool nog smartelijke geluiden zou ontlokken als de staartvin van de Titanic al hoog boven het water uitstak, gereed om zich in de zwarte diepte te boren - hoewel ik niet goed weet of de Titanic effectief over een staartvin beschikte. Hebben schepen dat, of is het een voorrecht van vissen en zeppelins ? Een koélvin bestaat in elk geval wel, dat weet ik zeker, ik weet zelfs nog waar en uit wiens mond ik dat woord voor de eerste keer hoorde, misschien omdat ik het half man and half machine en derhalve best grappig vond. Te spreken ben ik trouwens ook over woorden die met voorzetsels zijn samengesmolten, zoals aanvinken, insluipen, ophokken. Lang geleden dat ik dat laatste hoorde, van toen de vogelgriep dreigde en de bijbehorende ophokplicht. De vogelgriep, ach. Hoe zou het daar nog mee zijn ? En met SARS, de millenniumbug, de EHEC-bacterie ? Men zou een museum moeten openen om alle rampspoed bij te zetten waaraan de mensheid is ontsnapt. De echte gevaren worden meestal niet aangekondigd maar springen op een onverdachte woensdagmorgen om 10 u. 45 uur uit het struikgewas. Dat verzin ik niet, het staat in The Sun-screen Song, dat nummer van Baz Luhrmann dat je omstreeks 1999 vaak hoorde. De tekst, naar het schijnt afkomstig van een onbekende Amerikaanse columniste die meisjes zag zonnen op weg naar haar werk, wisselt welgemeende goede raad af met tongue in cheek opmerkingen. Do one thing everyday that scares you (...) Do NOT read beauty magazines, they will only make you feel ugly (...) Accept certain inalienable truths : prices will rise, politicians will philander, you too will get old. And when you do, you'll fantasize that when you were young, prices were reasonable, politicians were noble and children respected their elders. Het was de soundtrack bij onze trip naar de Mont-Saint-Michel in de gloednieuwe 620i, kleur British Racing Green, in die zinderende zomer die bestond uit korenvelden, eindeloze luchten en een vinnig gaspedaal. Het was de tijd van de dotcombubbel, de enige periode in mijn leven waarin men niet zei dat het crisis was. Lang heeft dat niet geduurd, in de plaats kwam wat we nu om ons heen zien. De fabrikant van de 620i ging over in Aziatische handen, zoals vorige week ook Delvaux. Het Westen schijnt nog niet ten volle te beseffen dat het wegdeemstert, en dat de Chinezen ook wel eens iets anders zullen willen dan goedkope spullen voor ons maken. Gelukkig is er nonkel Ibrahim, de oom van mijn vriendin die uit Guinee is overgekomen voor een verblijf van enkele weken. Hij is wijs en eerbiedwaardig op een manier die oudere mannen hier te lande kwijtgespeeld zijn. Tegelijk heeft hij een frisse verwondering die zich uit in het slaken van kreetjes bij het opmerken van dingen die onze doffe lodderogen gewoon geworden zijn maar die je daarginds, in Afrika, zelden ziet. Het Gravensteen, bijvoorbeeld, of auto's die in twee verdiepingen worden vervoerd op een vrachtwagen. Omgekeerd luister ik geboeid als Ibrahim spreekt over de zwarte kunst van de tovenaars, of over een gifslang die tot helemaal boven in zijn broekspijp is gekropen zonder hem te schaden. Haarfijn legt hij uit waar je een buffel moet raken, niet in de kop maar zijlings naast de schouder. Ik hang aan zijn lippen als hij over het nachtelijk besluipen van luipaarden spreekt, hoe je aan de reflectie van hun ogen kan zien of ze zwanger zijn en hoeveel maanden. Katachtigen afknallen, is nooit mijn ambitie geweest. Maar voor een excursie naar Guinee met als gids die venerabele jager, zou ik bereid zijn mijn ordners en mijn land van melk en honing een kwartaal van een aanslagjaar achter te laten. jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders