Valentijntje komt er weer aan en eenieder die aangetast is door de verrukkelijke ziekte die verliefdheid heet, kan weer op zoek gaan naar de liefste woorden, de tederste gebaren, de mooiste geschenken. Om de beminde ander te overtuigen van de oprechtheid van zijn of haar gevoelens. Of om de beminde ander te loven voor diens niet te overtreffen kwaliteiten.
...

Valentijntje komt er weer aan en eenieder die aangetast is door de verrukkelijke ziekte die verliefdheid heet, kan weer op zoek gaan naar de liefste woorden, de tederste gebaren, de mooiste geschenken. Om de beminde ander te overtuigen van de oprechtheid van zijn of haar gevoelens. Of om de beminde ander te loven voor diens niet te overtreffen kwaliteiten. Wie al meer dan één Valentijntje achter de rug heeft, weet wat het waard is: een zoete of pijnlijke herinnering, een jaarlijks terugkerend corvee, of gewoon een lieve attentie zonder tralala. Ach, als we de perverse commerciële trekjes rond het gedoe terzijde laten, vallen dit soort tradities eigenlijk best te verdedigen. Ze geven nog wat fleur aan ons bestaan. Misschien moeten de nostalgici onder ons zelfs gaan vrezen dat de generaties na ons de geneugten van dit soort spielereien ontzegd zal worden, want de wetenschap vordert met rasse schreden en dreigt op termijn alle romantiek de grond in te boren. Zo wordt in het januari-nummer van het Nederlandse magazine Psychologie het fenomeen verlangen geanalyseerd. Op de vraag of verlangen ontstaat op het ogenblik dat je een aantrekkelijk iemand ontmoet, zou een normaal mens antwoorden: uiteraard. Maar schrijfster Manon Uphoff zegt: "Nee. Ik geloof niet dat een ander die begeerte doet ontstaan. Ze is er al: een slapende hond in je buik die wordt wakker gemaakt." Docent klinische psychologie Igor van Krogten grijpt ook al naar een beeld uit de dierenwereld om diezelfde gedachte te onderbouwen. Volgens Van Krogten heeft iedereen een fundamenteel verlangen naar geborgenheid, genegenheid, zekerheid en seksuele bevrediging, en ligt die hunkering steeds op de loer. "Zodra er iemand voorbijkomt die de suggestie wekt in die elementaire behoeftes te kunnen voorzien, bespringt het verlangen de prooi als een roofdier." En die sprong heet in mensentaal verliefdheid: het verlangen richt zich op één persoon in wiens nabijheid men wil vertoeven. Er valt nog meer wijsheid uit de lessen biologie te halen. Dat een verliefd iemand lichamelijk intiem wil zijn met iemand die eigenlijk nog een vreemde is, is volgens sociaal-psychologe Pieternel Dijkstra te verklaren als "een truc van de natuur om de soort in stand te houden". Tijdens de verliefdheid wordt er namelijk in het lichaam een "opdrijvende, speed-achtige stof" aangemaakt: phenylethylamine. Volgens de deskundige draagt die stof ertoe bij dat je tijdelijk je nuchtere reflectie verliest en dat er een haast obsessioneel verlangen ontstaat om zo dicht mogelijk bij de ander in de buurt te zijn. Hallo, tortelduiven? Laat de illusie maar varen dat het de wonderlijke eigenschappen van de ander zijn - die onweerstaanbare blik of dat sexy lichaam - die je gek maken. Het is gewoon een speed-achtige stof met de niet te onthouden naam phenylethylamine die je hart en lijf op hol doet slaan, om je daar te brengen waar de evolutionair biologen je willen hebben: bij de voortplanting. Deze theorie heeft zelfs een verklaring voor het feit dat onbereikbaarheid van de geadoreerde een extra opzwepend effect heeft op de hunkerende. Volgens Dijkstra geeft iemand die niet makkelijk te versieren is signalen dat hij of zij selectief is. Vooral kieskeurige vrouwtjes zouden bijzonder aantrekkelijk zijn voor mannetjes: hun waarde als te bevruchten prooi stijgt omdat ze blijkbaar niet met de eerste de beste tevreden zijn. In de grotemensenwereld vertaalt zich dat als volgt: wijzen op een overvolle agenda of af en toe eens lonken naar een ander verhogen de kans op succes bij een verleidingspoging. Dit soort trucs zouden de begeerte bij de ander aanwakkeren. Ook wanneer een paartje eenmaal gesetteld is, kunnen enthousiaste verhalen over een nieuwe collega of het terloops vermelden dat alléén reizen ook wel iets heeft, zeer efficiënt zijn. "De ander bedreigen met het verlies van je liefde heeft voor de meest ingeslapen relaties een heilzaam effect", meent Igor van Krogten. En alweer heeft de biochemie een verklaring klaar voor dit fenomeen. Tijdens de verliefdheidsfase maakt het lichaam stoffen aan die het hechtingsproces versterken. Tijdens het samenzijn met de ander worden endorfines geproduceerd die voor een veilig en ontspannen gevoel zorgen. Die zorgen ervoor dat het ook na de ontnuchtering van de verliefdheidsroes moeilijk is een relatie te verbreken. Bovendien hebben deze stoffen een verslavende werking. Dreigt de geliefde ervandoor te gaan, dan ontstaan er ontwenningsverschijnselen die op hun beurt het verlangen weer de hoogte injagen. Zo simpel is het dus: gewoon phenyl-ethylamine en endorfine hun werk laten doen, voor de rest af en toe wat onverschilligheid veinzen, kwestie van het verlangen van de ander op peil te houden. En Valentijn kan niet meer stuk! Lang leve de biochemie!Jo Blommaert / Tekening Sandra Schrevens