Philip Laffer is de hoofdwijnmaker van Orlando met standplaats in de Barossavallei. Hij is ervan overtuigd dat in de nabije toekomst de Australische wijnbouw wat van de soortwijnen zal afstappen en meer zal evolueren naar een type "wijn met streekkarakter". Hiermee gaat hij een stapje in de richting van een appellation. Australië en ook Californië hebben een hele weg afgelegd. Vertrekkend in de jaren 1970-80 van een haast exclusieve focus op de wijnstoksoort, gaande over de wat infantiele ophemeling van de wijnmakers (in Frankrijk zweert men bij de eigenaars), is men tot de ontdekking gekomen dat het eigenlijk op het veld in de...

Philip Laffer is de hoofdwijnmaker van Orlando met standplaats in de Barossavallei. Hij is ervan overtuigd dat in de nabije toekomst de Australische wijnbouw wat van de soortwijnen zal afstappen en meer zal evolueren naar een type "wijn met streekkarakter". Hiermee gaat hij een stapje in de richting van een appellation. Australië en ook Californië hebben een hele weg afgelegd. Vertrekkend in de jaren 1970-80 van een haast exclusieve focus op de wijnstoksoort, gaande over de wat infantiele ophemeling van de wijnmakers (in Frankrijk zweert men bij de eigenaars), is men tot de ontdekking gekomen dat het eigenlijk op het veld in de wijngaard te doen is. Zo ook Philip Laffer. Maar er blijven essentiële verschillen. Onze Frans-georiënteerde wijnwereld is opgegroeid met het dogma dat kleine rendementen automatisch leiden tot grote kwaliteit en omgekeerd. In de nieuwe wijngaarden van Australië (en ook van Californië) werd het rendement ervaren als één van de vele kultuurparameters die het druivenoptimum bepalen. Ze dachten niet, zoals in Bordeaux, aan vijf- tot zesduizend wijnstokken per hektare, omdat grote sneldraaiende machines die veel plaats nodig hebben dan niet in de velden kunnen komen, maar ze plantten op een hektare hoogstens tweeduizend stokken. Ze dachten er niet aan om bevloeiing af te zweren (in Frankrijk verboden), maar namen de hoeveelheid toegevoegd water weer gewoon als één van de vele parameters van het optimum. "We werken naar tien ton druiven per hektare, " aldus Philip Laffer, "meer zou de kwaliteit doen dalen, maar minder ook. In het geval van geïrrigeerde wijngaarden antwoordt de plant op een teveel aan water door bladzetting, er zijn dan haast geen vruchten meer. Ook moeten wij in Australië ervoor zorgen dat het irrigatiewater afgevoerd wordt, desnoods door grote bomen in de wijngaarden te planten. Anders stijgt het grondwater, en dan komt er zout boven. " Als men dus in de "nieuwe wereld" het belang van bodem en terroir begint te onderkennen, moet men toch geen evolutie verwachten naar het mikroskopisch perceelsysteem van Bourgogne of de terroirsublimatie van Bordeaux. "De konsument verwacht van de Australische wijnen kleur, rijkdom en gekoncentreerd fruit, we zullen het hem geven voor een redelijke prijs. Dat is onze opvatting van wijnen met zogenaamd regionaal karakter", spreekt Philip Laffer, "en we zullen ze op de markt brengen onder de naam Richmond Groove, een soort marque contrôlée". Richmond Groove is een wijndomein van 12.000 ton druiven per jaar dat onlangs door de Orlando-Wyndhamgroep werd overgenomen en dat midden de Huntervallei ligt. Het kroonjuweel van het Wyndhamgedeelte van Orlando is echter de wijngaard van Cowra in New South Wales. Hier is de computergestuurde technologie aan de spits : in de bodem zijn sensoren geplaatst die de verdamping van het vocht meten. Het is duidelijk een cru die klaarstaat voor het gunstige marktmoment. De 1992 Cowra Chardonnay is getekend door een stevige en toch frisse elegante smaak, mooi door hout gedragen. Hier wordt op grote schaal individuele wijn gemaakt, wat men weleens boutique wines noemt : karaktervolle en door de bodemorigine gedetermineerd.