De rebellen hebben dan toch de oorlog gewonnen, gelukkig, ik voel sympathie voor rebellen om het even haast waartegen zij rebelleren - hoewel ik moet toegeven dat ze mij vagelijk doen denken aan schoffies met snottebellen. Dat komt door die woorduitgang natuurlijk, die je verder alleen aantreft bij tuttebel, morsebel, hoppebel en kattebel, wat je met of zonder tussen-n kunt schrijven naargelang je een haastig neergekrabbeld berichtje bedoelt of een echt belletje dat middels een riempje aan de nek van een kat is bevestigd.
...

De rebellen hebben dan toch de oorlog gewonnen, gelukkig, ik voel sympathie voor rebellen om het even haast waartegen zij rebelleren - hoewel ik moet toegeven dat ze mij vagelijk doen denken aan schoffies met snottebellen. Dat komt door die woorduitgang natuurlijk, die je verder alleen aantreft bij tuttebel, morsebel, hoppebel en kattebel, wat je met of zonder tussen-n kunt schrijven naargelang je een haastig neergekrabbeld berichtje bedoelt of een echt belletje dat middels een riempje aan de nek van een kat is bevestigd. Kattebel of kattenbel : het is een favoriete instinker waarop de schoolfrik in mij zijn studenten vergast in de lessen Eindredactie. Stiekem hoop ik dat een bezorgde mama deze zinnen onderstreept en ze doorgeeft aan haar zoon of dochter die journalistiek gaat studeren in Gent, met de woorden : "Hier, kijk uit, dat je dat wéét van die kattenbel, als de lector Eindredactie het vraagt." Zouden ze dat nog doen, de mama's van tegenwoordig, hun zonen en dochters bestoken met nuttige briefjes en goedbedoelde raad ? De mijne doet het in elk geval nog altijd, al ben ik inmiddels de veertig voorbij, en hoewel ik zucht onder zoveel belering voel ik ook een zweem van vertedering als zij mij een lijst overhandigt met syndici van appartementsgebouwen die over een kwaliteitscertificaat beschikken, en syndici die dat moeten ontberen. De syndicus, vroeger kende ik dat woord zelfs niet en nu heb ik er haast wekelijks mee te maken. De cynische syndicus, het zou de titel van een Sus en Wis kunnen zijn. Mijn avonturen daarmee staan te lezen in het brievenboek dat ik eerstdaags samen met Diane Broeckhoven loslaat op de wereld. Hoed u voor namaak, zal het heten, en er worden confidenties en ontboezemingen in gedaan over Ludwig de loodgieter, de giftigheid van een Arsène, appelflauwtes op het openbaar vervoer, lachende derden, beursjes van gemarineerd konijn, koffiebonen uitgescheiden door katten, Pijpen Zonder Condoom, de veraugurking van Vitalski en het perfecte zuurdesembrood - om de laatste woorden van vaders niet te vergeten, het overtal aan mooie meisjes en het afscheid van geliefden die niet van plan lijken ooit nog herop te staan. Het boek kreeg een knalgele cover waarop aan Dianes kant een caddy staat afgebeeld en een kalasjnikov aan de mijne. Zij is dan ook 65 en zeer zen naar men zegt, terwijl ik nog rebels ben en weiger mij neer te leggen bij de stand van de wereld. Maar weerspannig of niet, wij hebben plezier beleefd aan die oneigentijdse bezigheid van het brieven schrijven, zij waren louterend en helend en vaak moesten wij lachen wanneer wij er achteraf een herlazen, reden waarom zij thans worden uitgegeven want om je eigen brieven lachen is aan de knullige kant. Dat kun je beter aan anderen overlaten. Aan het prikbord alhier hangen, als stille getuige van al dat gecorrespondeer, nog vijf vellen timbers. Ze raken maar niet op sinds ik rond de jaarwisseling naar het loket van Biepost trok en pas buiten vaststelde dat ik mij enkele dozijnen kerstzegels had laten aansmeren, waardoor ik nu timbers met rendieren en arrenslee moet blijven versturen wil ik ooit door mijn voorraad heen raken. Naar schrijfsters als Diane Broeckhoven doe je dat natuurlijk niet, maar ik moet toegeven dat ik de verlokking niet heb kunnen weerstaan om zo rond Pasen nog enkele kerstzegels te lozen door ze op brieven te plakken naar minder fijngevoelige instanties, zoals sociale kas en assurantie, met het zuinige plezier iets alsnog te kunnen opgebruiken waarvan de houdbaarheidsdatum eigenlijk al verstreken was. Nu het september is en mijn lievelingsdagen naderen, die van Allerzielen, de Boekenbeurs en de herfstvakantie, heb ik besloten de resterende zegels op te sparen tot de volgende Kerstmis. In afwachting daarvan kijk ik naar beelden van triomferende rebellen en naar de vlezige hand van een wildvreemde die met gespreide vingers de lens van de camera probeert te bedekken. Hoe vaak heb ik dat al niet gezien, zo'n klauw die iets aan de ogen van de wereld wil onttrekken ? Altijd al heb ik tegen dat soort hand een haast fysieke weerzin gevoeld, maar in dit geval ben ik hem dankbaar want het zijn geen opmonterende beelden, en minder dan vroeger heb ik de behoefte het leed van de wereld naar mij toe te zuigen. Geboren in de hoogdagen van de autosnelwegaanleg, voel ik daarentegen steeds vaker de drang om lange wandelingen te maken met in mijn neus de geur van verre vuren en boven mij, in sublieme formatie, trekvogels die klaaglijke geluiden slaken. jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders