Donderdag 23 juni 2006. De Olifant van de Sultan, vier verdiepingen hoog, 42 ton aan hout en leer, logeert al op de Scheldekaaien, zij het in gedemonteerde staat. Maar Royal de Luxe, een gezelschap van acteurs, jongleurs, acrobaten en potsenmakers is nog op tournee in Frankrijk met Soldes ! Deux spectacles pour le prix d'un, een dolle farce met dank aan Molière en Shakespeare die ze vorig jaar al tijdens de Zomer van Antwerpen speelden. Vandaag strijken ze neer in Le Bessat, 'het hoogste dorp van het Massif du Pilat', op twintig kilometer van Saint-Etienne.
...

Donderdag 23 juni 2006. De Olifant van de Sultan, vier verdiepingen hoog, 42 ton aan hout en leer, logeert al op de Scheldekaaien, zij het in gedemonteerde staat. Maar Royal de Luxe, een gezelschap van acteurs, jongleurs, acrobaten en potsenmakers is nog op tournee in Frankrijk met Soldes ! Deux spectacles pour le prix d'un, een dolle farce met dank aan Molière en Shakespeare die ze vorig jaar al tijdens de Zomer van Antwerpen speelden. Vandaag strijken ze neer in Le Bessat, 'het hoogste dorp van het Massif du Pilat', op twintig kilometer van Saint-Etienne. Het heeft iets van een vroege Fellini : het stille dorp waar een kleurrijke troep komedianten neerstrijkt. Voorbijschuifelende oudjes kijken hun ogen uit : pezige mannen met karakterkoppen, een mooi zwart meisje met multipele vlechtjes, een ietwat buikig heerschap met een vijfhoekige rode bril, vuurrode schoenen met losse veters en een zwierige panama op zijn hoofd. Jean-Luc Courcoult is duidelijk de chef d'orchestre van de bende en het type mens dat bij de geboorte een hoog gehalte aan compromisloze excentriciteit meekreeg. Het gezelschap neemt zijn intrek in Hotel Fondue. "Heeft iemand mij vergeten te vertellen dat we vandaag in Zwitserland optreden ?" bromt de chef. Even is er consternatie : in het bescheiden logies heeft niet elke kamer een televisietoestel. En de volgende dag speelt in het WK Frankrijk tegen Togo. Actrice Anne-Marie, de zatte koningin uit Soldes !, staat genereus haar kamer met télé af aan een mannelijke collega. " Sinon il pique une crise de nerfs." Courcoult strijkt peinzend door zijn grijze borsthaar. "We zullen morgenavond wat sneller spelen. Dat ook de toeschouwers die van ver komen thuis raken vóór de match." Hij bestelt een dubbele whisky-cola. Het bleke meisje achter de bar trekt een zorgelijke groef tussen haar wenkbrauwen. Ik zie het haar denken : "Hoeveel whisky zit er in een dubbele whisky ?"Ter verduidelijking : ik ben een grote fan van Royal de Luxe, al van toen ze in 1993 voor het eerst naar Antwerpen kwamen. Er is de ongebreidelde fantasie en de deregulerende humor van auto's waaruit bomen groeien, een katapult voor piano's, een machine die je leert lopen zoals de oude Egyptenaren. In 1999 herschiepen ze de Konijnewei, nu vol bulldozers, in een Afrikaans dorp waar zowel oude mythen als schrijnend (neo)koloniaal onrecht tot leven kwam. Een jaar eerder al deden de Grote en de Kleine Reus hun intrede, mysterieuze gevaarten die ademden en traag met de ogen knipperden. 's Nachts weerklonk hun zacht gesnurk op de Scheldekaaien. De hele stad sprak erover. En nu komt de Olifant van de Sultan die door de tijd kan reizen en in het land van de dromen op zoek gaat naar een Kleine Reuzin die de Sultan kwade dromen bezorgt. Noem mij een groot kind, maar ik kan bijna niet wachten. Het is allemaal de schuld van Jules Verne. Die was verleden jaar 100 jaar overleden en het was ondenkbaar dat ik die verjaardag zomaar zou laten voorbijgaan. Ik ben gek op Jules Verne, altijd geweest. Als kind verslond ik zijn boeken, het zijn de enige die ik als kwajongen in de boekwinkel ging jatten. Geen levende mens heeft mij zo sterk beïnvloed als hij. Verne was een kind van de industriële revolutie ; als er één constante is in mijn theater, dan is het de confrontatie tussen mens en machine. En verder is dit spektakel zoals zo vaak geboren uit het toeval. Ik werk al heel lang samen met François Delarozière, die ook de Grote en de Kleine Reus en de Giraffen ontwierp. Hij had een aantal tekeningen gemaakt en een daarvan was die van een enorme olifant met een huis op zijn rug. Zes maanden later word ik wakker met in mijn hoofd een ongelooflijk verhaal van een sultan die op de rug van een olifant reist, niet alleen rond de wereldbol, maar ook door de tijd. Meteen trok er zich een heel mechanisme op gang voor een spektakel van een dag of drie dat zijn plaats zou vinden in de sage van de Reuzen. De olifant zou monumentaal zijn, veel indrukwekkender nog dan de giraffen. Alles begint dus met een beeld dat zich opdringt en dat een heel sterke emotie bij mij oproept waaruit al de rest voortkomt. Raar maar waar, toen ik het hele verhaal rond had, vond ik een boek van Verne met een verhaal over een metalen olifant dat zich in India afspeelt... Voor de rest heeft het er helemaal niets mee te maken en maar goed ook, want romans adapteren interesseert me niet. Maar het toont wel aan in hoeverre ik qua verbeeldingswereld op dezelfde golflengte zit. Net als Verne ben ik een dromer die ook andere mensen wil doen dromen. Toch wel zo'n drie jaar. Technisch was het heel zwaar om die mechanische olifant alles te laten doen wat je van een olifant kunt verwachten en nog een paar dingen meer, waarover ik niets kwijt wil om het verrassingseffect niet te bederven. Al bij al zijn er bij dit project zo'n honderd mensen betrokken, dat is geen kattenpis. In de eerste plaats is het al niet simpel om de juiste vakmensen te vinden die kunnen uitvoeren wat François en ik in ons hoofd hebben. Wij engageren die mensen vaak ter plaatse en dan reizen ze mee met de voorstelling. En vanzelf worden die technici dan ook een beetje acteur, ze spelen kleine rolletjes. Of we wel eens dingen bedenken die in de praktijk niet realiseerbaar blijken ? Tja, je kunt natuurlijk altijd dromen, maar de truc is dingen te verzinnen die er onmogelijk uitzien, maar die toch te verwezenlijken zijn. Anderzijds, om alle ideeën uit te voeren waarmee ik rondloop, zou ik verschillende levens nodig hebben. ( grijnzend) Je mag mij ook le père Noël noemen. Ik vind het goed en rechtvaardig dat onze spektakels met belastinggeld gefinancierd worden. Wij zijn gesubsidieerd, net zoals gezelschappen die wél toegangsgeld vragen. Maar in een schouwburg heb je te maken met een publiek dat al een drempel overschreden heeft, je speelt voor de overtuigden. Door gratis en op openbare plaatsen te spelen, bereik je iedereen, volwassenen en kinderen, mensen uit alle socioculturele milieus. Bij de voorstelling Deux spectacles pour le prix d'un hielden we een tombola. Wie wilde, gaf één euro, de winnaar ging met een emmertje vol geld naar huis. Theater waar de toeschouwer rijk van wordt, nog beter ! Met de Reuzen en de Olifant bespelen we een hele stad, iedereen wordt toeschouwer, zelfs toevallige voorbijgangers. Ik vind er een kinderlijk plezier in om anderen een plezier te doen, te verrassen. Het theater is een cadeau waarmee ik de alledaagse realiteit probeer te saboteren. Volwassenen dromen te weinig ; als je groot bent, droom je niet, je rekent. Zo'n kleine die op de schouders van zijn vader zit en uitroept : "Kijk papa, daar komt mijn olifant", daar doe ik het voor. Ik hoop dan maar dat die kleine die herinnering in zich meedraagt, dat hij daar als volwassene nog wel eens aan terugdenkt. Soms zijn de herinneringen zelfs sterker dan de realiteit. Zo heb ik al verschillende mensen horen beweren dat ze de Kleine Reuzin hebben zien huilen. Wel, die hebben meer gezien dan ik... ( glimlacht) Zo krijgt een spektakel mythische dimensies. Die reizen zijn een noodzakelijk onderdeel van ons productieproces. Ik hou ervan om mij in andere samenlevingen te verliezen en elementen uit verschillende culturen op een hoop te gooien ; dat is pas echt mondialisering. In 1997 hebben we zes maanden in een klein dorpje in het noorden van Kameroen doorgebracht. We bedachten er verhalen, repeteerden, knutselden samen met mensen van ginder rekwisieten in elkaar. Om rustig te kunnen werken hadden we een soort rieten omheining gemaakt, maar dat was buiten de kinderen gerekend, die de hele dag in de bomen hingen om te kijken wat we uitspookten en luidkeels commentaar gaven. Soms waren we dagen onderweg om in een ander dorp te gaan spelen ; bij onze thuiskomst werden we ingehaald als een voetbalploeg na een overwinning. Toen we uiteindelijk vertrokken zeiden de mensen : "Generatie na generatie zullen we vertellen dat er hier ooit een Kleine Reus neerstreek." Moeders noemden hun baby Petit Géant. Afrika heeft mij enorm veranderd. De aanleg had ik misschien altijd al, maar ik ben daar een teder mens geworden. Die tederheid probeer ik in elk spektakel mee te geven, naast de soms wat baldadige humor en een zekere anarchie. In Afrika heb ik geleerd dat driekwart van de problemen waar wij westerlingen ons hoofd over breken helemaal geen problemen zijn. Ik heb er leren lachen, ik lach nu de hele tijd. Je weet nooit hoe je onthaald zult worden, maar dat hoort erbij. Zonder risico is er ook geen creatie. In China brachten we drie maanden door in de provincie Shanxi. We hadden er een speciale toestemming voor nodig, voor de rest kwamen daar nauwelijks buitenlanders. Qua theater had de lokale bevolking maar één referentiepunt : Chinese opera's. Daarvan zijn er een beperkt aantal in omloop, de mensen kennen die uit hun hoofd. Aan ons spektakel konden ze kop noch staart krijgen, alleen op de marionetten reageerden ze. Maar voor de rest bleef het angstwekkend stil. ( lachend) Om van de nood een deugd te maken hebben we toen de applausmachine uitgevonden, nu zeer gegeerd door minder populaire staatslieden. ( De applausmachine is een fiets met klapperende handjes aan de spaken) In Chili speelden we op festivals in Santiago en Valparaiso, maar ook in een nietig dorpje in de Atacamawoestijn. Daar woonden 65 indianen die allemaal naar de voorstelling kwamen, plus een lama. Al die onbewogen gezichten, met op de achtergrond een vulkaan waar een sliertje rook uitkwam, dat beeld zal ik nooit vergeten. Wij gaan overal waar we met liefde ontvangen worden. In Antwerpen hebben we vooral een band met Patrick De Groot en zijn ploeg van de Zomer van Antwerpen. Het is een festival met een prettige sfeer, het publiek staat open voor allerlei cultuurvormen. Bij de mensen die ons van vorige voorstellingen kennen is er nu ook een duidelijke verwachting : "Waar komen ze nu weer mee af ?" We proberen altijd een verrassingseffect te bereiken, een vorm van mysterie ook, maar dat is niet altijd simpel. Een The making of Royal de Luxe, daar zal ik me altijd tegen verzetten. We vermijden het ook om met één spektakel te veel steden aan te doen, dan is voor ons de lol er ook af. Maar de media verspreiden beelden, we kunnen dat niet tegenhouden. Vorig jaar was er in Antwerpen wel een spijtig incident, toen drie kerels in een cabriolet de Malinese actrice Fatou Mata na een voorstelling van haar fiets probeerden te rijden en haar op een scheldtirade en opgestoken middenvingers onthaalden. In een drukke straat, vlak bij het festivalterrein. Je mag er niet aan denken wat er op een afgelegen plek had kunnen gebeuren. Ze was erg van streek, zoiets was haar op geen enkele andere plek ter wereld overkomen. Kijk, dat soort mensen bereiken we waarschijnlijk niet met ons theater en het is maar de vraag of we dat willen. Daar komt het ook op neer. Ik heb geen enkele vorming als acteur, maar ik kon me niet voorstellen dat ik ooit iets anders zou doen, ook toen ik nog op het lycée zat. Omdat ik in geen enkel theatergezelschap mijn draai vond, heb ik er dan maar zelf één opgericht. In 1979 was dat, in Aix-en-Provence, met twee andere acteurs. De eerste jaren speelden we op straat en gingen rond met de pet, in 1989 waren we een volwaardige compagnie en kozen we Nantes als uitvalsbasis. Royal de Luxe is niet zomaar een paar acteurs die een toneelstuk opvoeren. Het engagement is groter dan dat, het gaat om een levend organisme van mensen die samen een eind weg afleggen. Elke productie is in de eerste plaats een avontuur op menselijk vlak, om iets magisch te creëren is er een complicité nodig, anders ben je gewoon een slechte voetbalploeg. Hoelang ik dit nog wil doen ? Zolang als onzelieveheer, in wie ik niet geloof, mij laat begaan. Wat zou ik anders moeten doen ? Als je niet doodmoe bent, is het inderdaad fabelachtig. Ik sta erop om bij elke voorstelling aanwezig te zijn. Het contact met het publiek, daar draait het toch allemaal om. Je wilt die mensen iets doen geloven en zien hoever je daarin kunt gaan. Maar je rukt ze brutaal uit hun dagelijkse realiteit, uit hun problemen. Je moet ze dan ook voorbereiden op hun intrede in een ander universum, zodat ze op de juiste golflengte zitten voor het ontvangen van de eerste prikkels. De muziek tijdens het wachten, de beweging van de menigte, de manier waarop ze op de tribune zitten, bij voorkeur niet met de zon in hun ogen, allemaal dingen die belangrijk zijn om de mensen in de juiste stemming te brengen, zonder dat ze zich daarvan bewust zijn. Het zijn die ontmoetingen die me energie geven. Natuurlijk kun je niet elk jaar een spektakel brengen zoals de Reuzen en de Olifant. Het vraagt ook van de steden een grote inzet : er moeten trottoirs opgebroken worden, tramdraden tijdelijk verwijderd, takken van bomen afgezaagd. Nee, binnenkort moet ik afscheid nemen van de Reuzen, zij het met pijn in het hart. Maar een groots of een meer bescheiden spektakel, het plezier van het creëren, de opwinding die je voelt als een idee vaste vorm begint te krijgen, is altijd even groot. Dromen waar maken, hoeveel mensen krijgen daar subsidies voor ? Bezoek van de Sultan der Indiën op zijn Olifant die door de tijd kan reizen. Van 6 tot 9 juli in de hele stad Antwerpen. Info Zomer van Antwerpen 03 202 91 50 en www.zva.be Volgende week in Knack: de olifant in Antwerpen. Door Linda Asselbergs