Het Nederlandse feministische maandblad Opzij wijdt zijn januari-nummer aan het thema succes. Hoofdredactrice Cisca Dresselhuys leidt het belang van succes in onze tijden onder meer af uit het feit dat ze je tegenwoordig zelfs bij de aankoop van een truitje ?veel succes? ermee wensen. Opgevoerd worden een aantal vrouwen die via de harde weg opgeklommen zijn, het met andere woorden gemaakt hebben, in zaken en in de academische wereld. Natuurlijk volgt er dan ook een artikel over kinderloosheid omdat je als carrièrevrouw te laat bedenkt dat een baby ?erbij? toch wel leuk zou zijn, en dat dan niet altijd meer lu...

Het Nederlandse feministische maandblad Opzij wijdt zijn januari-nummer aan het thema succes. Hoofdredactrice Cisca Dresselhuys leidt het belang van succes in onze tijden onder meer af uit het feit dat ze je tegenwoordig zelfs bij de aankoop van een truitje ?veel succes? ermee wensen. Opgevoerd worden een aantal vrouwen die via de harde weg opgeklommen zijn, het met andere woorden gemaakt hebben, in zaken en in de academische wereld. Natuurlijk volgt er dan ook een artikel over kinderloosheid omdat je als carrièrevrouw te laat bedenkt dat een baby ?erbij? toch wel leuk zou zijn, en dat dan niet altijd meer lukt. En een dissertatie over de verongelijkte mannen van of het gebrek aan mannen bij geslaagde vrouwen. Opzij komt met dit succes-nummer precies op het moment dat op alle fronten de waarde van materieel en carrière-gewijs slagen behoorlijk in twijfel wordt getrokken. Het zou kunnen natuurlijk dat Nederland op het gebied van vrouwelijk succes nog aan een inhaalbeweging bezig is. Onze noorderburen hebben immers altijd een heel laag percentage buitenshuiswerkende vrouwen gehad. Zij zitten misschien nog met het gras-is-altijd-groener-over-de-heuvel syndroom. Maar toch... Toevallig las ik in de NRC van 31 december dat uit een onderzoek, in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, blijkt dat 2 miljoen Nederlanders klagen over tijdnood en combinatieproblemen. In Vlaanderen bekloegen kinderen er zich niet zo lang geleden op een congres heftig over dat hun hardwerkende ouders niet genoeg tijd voor ze hadden. Er blijft zo weinig ruimte over om samen niets te doen, zeiden ze. En dat laatste vonden zij nu precies heel belangrijk. De Amerikaanse econome, Juliet Schor, verbonden aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg, stelt vast dat heel wat Amerikanen uit de rush naar het succes stappen. Downshiften noemt zij dat. Natuurlijk kan je alleen een trapje naar beneden als je al behoorlijk hoog op de ladder zat. En je kan enkel bewust met minder gaan leven als je toch al genoeg had, en tijd hebt gehad om het zekerheid gevende appeltje voor de dorst bij elkaar te sparen. Sommige Amerikaanse bedrijven belonen hun werknemers tegenwoordig met een paar extra dagen vakantie, in plaats van met loonsverhoging. Niet zo'n kwaad idee in tijden waarin het burn-out-fenomeen in alle beroepen voorkomt. Op het moment waarop dit soort ideeën de geesten beheerst, als iedereen wat dichter bij elkaar kruipt, omdat dat veel veiliger aanvoelt dan helemaal alleen bovenop de ladder te staan, is succes een haast buitenaards thema. Als ik maar succes heb, word ik gelukkiger, zo schalt het van alle pagina's van het januari-nummer van Opzij. De weg naar boven is hard, moeilijk en eenzaam, maar wel rechtlijnig. Het grappige is, dat violist André Rieu, die precies op die manier het succes heeft bereikt, in datzelfde nummer van Opzij in de interviewreeks Langs De Feministische Meetlat slechts een plus één haalt. Toch een beetje een dubbele standaard ? Het gaat niet om het scoren, maar om het plezier in het spel. Het gaat om de tijd van leven die tussen je vingers vliedt, terwijl je druk bezig bent om naar de bovenste sport te klimmen. Ach, mevrouw Dresselhuys, succes is echt wel een beetje passé. Tessa Vermeiren