Gids in de dierentuinEr gaat niets boven de échte confrontatie. Natuurbeelden op tv, hoe mooi en gesofisticeerd ook, wegen niet op tegen van dicht bij een olifant zien, horen en ruiken. Verwonderd worden en onder de indruk raken van zo'n dier, dát is de aantrekkingskracht van de Zoo.

Je doet hier enorm veel mensenkennis op. De intense sociale interactie zou ik moeilijk kunnen missen. De dierentuin is een aparte biotoop. Een stad in de stad. Weg van het lawaai en de onrust. Sommige habitués komen elke dag in het park wandelen, weer of geen weer. Zij hebben een grote genegenheid voor de dieren, maar toch is dat niet het enige dat ze hier zoeken. Dit is een ontmoetingsplaats. Er is hier al menig koppeltje gevormd.

90.000 euro kost het om de Zoo en Planckendael één dag open te houden. Dat is een echt bedrijf, met 350 werknemers. En dat moet je ook efficiënt runnen.

Wij mogen ons lesje niet aframmelen, zoals sommige museumgidsen. Onze rondleidingen moeten dynamisch zijn. Een gids in de Zoo is flexibel. Hij moet aanvoelen welk type mensen hij voor zich heeft. Wat hij vertelt, mag niet boven hun petje gaan. Een dartsclub heeft geen boodschap aan de chemische samenstelling van het water in het aquarium. Een groep die met waterkwaliteitszorg bezig is, wil net wél de zuurtegraad van dat water kennen.

De natuurkennis van de kinderen is er zeker op vooruitgegaan. Met dank aan NationalGeographic. Tot de eerste graad van het secundaire onderwijs zijn kinderen vol van dieren. Maar rond hun vijftiende weten ze plots niet meer hoe een kikker eruitziet. Door de hormonen die opspelen, krijgen ze dan andere interesses.

Ik heb geleerd jonge bezoekers niet tegen te spreken als ze met sterke verhalen voor de pinnen komen. Ik herinner me een gastje dat vroeg of Japanse makaken vis eten. "Nee, enkel fruit, een vogelei en insecten", antwoordde ik. Diezelfde avond zag ik in een tv-documentaire een Japanse makaak aan de kust een vis vangen ( lacht). In de natuur gebeuren de onwaarschijnlijkste dingen. Ooit zag ik een wilde eend een sprot verorberen en een hert een dooie duif oppeuzelen : zéér ongewoon.

Je kunt nooit alles weten over de dierenwereld. De diversiteit is eindeloos. En dat is net het mooie eraan.

Ik heb tien jaar in het lager onderwijs gestaan. Toen ik met mijn toenmalige leerlingen een rondleiding in de Zoo kreeg, dacht ik bij mezelf : "Dat lijkt me een droomjob." Wat later vroeg ik verlof zonder wedde en klopte ik hier aan. Hoewel ik het statuut van freelancer had, kon ik hier al snel voltijds aan het werk. Nooit heb ik spijt gekregen van die carrière- switch.

Op school dreigde ik vast te roesten. Tien jaar lang herhaalde zich hetzelfde scenario : telkens weer dezelfde boeken, telkens weer dezelfde schoolfeesten. Daar was geen uitdaging meer aan. Ik hou van de afwisseling van mijn huidige job. Ik ben verplicht voortdurend bij te studeren. Dat houdt het spannend.

Ik kom uit het verdwenen polderdorp Oorderen, dat moest wijken voor de uitbreiding van het zesde havendok. Ik werd daar meer met de natuur geconfronteerd dan échte stadskinderen.

Ik verzamelde de kleurenprentjes van beestjes die in de wikkels van Jacqueschocolade zaten. Boeken kleefde ik daar vol mee. Ik zocht informatie over die dieren op en typte die eronder. Het dierenrijk fascineerde me van klein af.

Vroeger stond een dierentuin enkel voor vermaak. Tegenwoordig is onze opdracht veel breder. Het wetenschappelijk onderzoek in onze laboratoria, de internationaal gestuurde kweekprogramma's en het natuurbehoud worden almaar belangrijker. Een dierentuin moet evolueren met de tijd. De inzichten veranderen.

We houden nu veel meer rekening met de behoeften van de dieren. Onze verouderde verblijven - de Zoo bestaat al 164 jaar - beantwoorden niet altijd aan de nieuwe richtlijnen. Door de aankoop van huizen in de Ommeganckstraat krijgen we er anderhalve hectare bij. Met het oog op royalere perken hebben we ook, tegen onze zin, een aantal publiekstrekkers, zoals de dolfijnen, de bruine beer en de ijsbeer, moeten laten vertrekken.

Hubert Luypaers (55) is al 25 jaar gids in de Zoo van Antwerpen.

Door Peter Van Dyck / Foto Michel Vaerewijck