Een steentje, nog eentje, vijfenveertig miljoen steentjes, klassiek wit en rood, ook andere kleuren, de blokken van Legoland veranderen Denemarken in een miniatuurkosmos van gebouwen en landschappen uit het kleinste Scandinavische land. Hoofdstad Kopenhagen met de kade van Nyhavn, bruggen die eilanden verbinden, rurale taferelen en Skagen in Jutland, maar ook kastelen die in het lage land liggen uitgestrooid. Midden in dat steentjesuniversum, zelfs sprookjesschrijver Andersen zit levensgroot op een bank, ligt het wat onooglijke Billund, dat met Legoland Park een van de topattracties op de toeristische kaart is geworden. " Leg godt" of "speel goed", zei timmerman Ole Kirk Christiansen, die de fameuze blokken maakte, van hout nog, maar merknaam Lego was geboren.
...

Een steentje, nog eentje, vijfenveertig miljoen steentjes, klassiek wit en rood, ook andere kleuren, de blokken van Legoland veranderen Denemarken in een miniatuurkosmos van gebouwen en landschappen uit het kleinste Scandinavische land. Hoofdstad Kopenhagen met de kade van Nyhavn, bruggen die eilanden verbinden, rurale taferelen en Skagen in Jutland, maar ook kastelen die in het lage land liggen uitgestrooid. Midden in dat steentjesuniversum, zelfs sprookjesschrijver Andersen zit levensgroot op een bank, ligt het wat onooglijke Billund, dat met Legoland Park een van de topattracties op de toeristische kaart is geworden. " Leg godt" of "speel goed", zei timmerman Ole Kirk Christiansen, die de fameuze blokken maakte, van hout nog, maar merknaam Lego was geboren. Niet dat het stadje bijzonder is, maar het park lokt tienduizenden bezoekers, oud en vooral jong, die hier het meeste van Denemarken in één dag kunnen zien. Die kastelen en middeleeuwse stadjes liggen ook in het echt op Jutland, dat door vier zeeën omspoelde schiereiland dat is vergroeid met Duitsland. Met die grote buur en hertogdom Schleswig zijn sinds de Vikingtijd oorlogen gevoerd. Pas met een referendum in 1920 behoort dit deel van Jutland tot Denemarken. Vandaar die burchten over de grens, vaak ingericht als museum. In marktstad Aabenraa, met de enige Duitstalige krant in het land, ligt aan een vijver het Brundlund Slot met tentoonstellingen van moderne kunst. Of Kolding dat pronkt met een bakstenen toren van de Reuzen, fraai gerestaureerd met trappen en zuilen in de ruïneuze vertrekken ingebouwd, soms feeëriek verlicht met kandelaars en lampen. En in het binnenland is Ribe op intieme wijze behoed voor het verval door de tijd : met vakwerkhuizen is het een middeleeuws dorp gebleven. De Domkirke, waar de gereformeerde bisschop Hans Tausen de bijbel voor het eerst in het Deens vertaalde, is statig oud. Voorbij de Romaanse toegangspoort schitteren glasramen van Carl-Henning Pedersen, een lid van de Cobrabeweging. En 's avonds vertrekt de nachtwacht voor haar rondgang bij de Weis Stue, de herberg waar ik een kamer met krakende vloeren krijg aangeboden. Moderniteit : zoals overal in Denemarken staan elektrische windmolens wiekend in het land. Esthetisch perfect veranderen ze voor altijd de vertrouwde landschappen van weidelanden en ruige kustlijnen. De kustdijk aan de Duitse grens is een verdedigingswal tegen storm en ontij, tegen wind, getijden en vloed van de Waddenzee, een vijfhonderd kilometer lange strook van water en eilanden, modderplaten, opwaaiend zand, heide en duinen, zandbanken en stranden tussen Nederland en de vuurtoren van Blåvandshug. De dijk heeft de kust twee kilometer naar het westen verlegd, het is natuur op de zee veroverd. Margrethe Kog is een formidabele plek voor de observatie van miljoenen wadvogels en migranten. Tussen kanalen, weiden, het wad en de zee trekken in voor- en najaar miljoenen vogels voorbij. Ik kom in de vooravond voor het spektakel van de sort sol, als ontelbare spreeuwen als een zwarte bol door het zwerk wervelen op zoek naar een overnachtingsplaats, alsof een asteroïde binnen handbereik voorbij scheert. Hitchcocks vogels lijken een volière bij zoveel elegant, harmonieus vogelgeraas. Bij diepzeehaven Esbjerg, met het moderne Musikhuset dat is ontworpen door Jørn Utzon (die ook de opera van Sydney tekende), staan de vreemde gestalten van Mennesket ved Havet van Svend Wiig Hansen : vier negen meter hoge figuren in spookachtig wit zitten als kolossen uit het Egyptische Thebe op rij. De zwijgzame Mannen ontmoeten de Zee, ze staren trots naar de getemde golven, die met de winden al sinds mensenheugenis het leven van de Jutten beheersen. Ook kunst is nodig om het harde leven te trotseren, of om de soms troosteloze stadjes op te vrolijken. Eerst oude herinneringen : in het gehucht Jelling liggen twee grafheuvels van koning Gorm en echtgenote Thyre. De kerk uit 960 is gebouwd door hun zoon Harald Blauwtand, toen hij zich tot het christendom bekeerde. Op een grasperk zijn de Stenen met runentekens gekerfd : de ene brengt een eerbetoon van de koning aan zijn vrouw, de andere is een lofrede van Harald op zijn ouders. Hij beroept zich ook op de stichting van Denemarken. Zomaar een klein dorp in Jutland, maar met historische betekenis. En dan nieuwe kunst : het stadje Herning lokt met de monumentale sculptuur Elia, terwijl Holstebro pronkt met moderne kunst in het straatbeeld. Nergens staan meer sculpturen, op banken en hotels, op speelplaatsen, aan kruispunten of langs een rivier. Denen hebben iets met kunst : in havenstad Århus, dat met universiteit, kroegen, eethuisjes en terrassen vol borden smørrebrød een rijk nachtleven heeft, staat kunstmuseum ARoS als een bakstenen monoliet. De reuzengrote Boy van Ron Mueck kijkt gehurkt naar bezoekers. Zeven verdiepingen zijn verbonden door een spiraaltrap, die het lichtrijke interieur aan elkaar weeft. De collectie Deense kunst toont portretten, romantische landschappen en internationaal gewaardeerde kunstenaars als Asger Jorn, Richard Mortensen en Bjørn Nørgaard. Maar het indringendst is de Man van Tollund in het nabije Silkeborg Museum : in een donkere ruimte rust geconserveerd een bruin veenlijk, met expressieve gelaatstrekken, een koord om de hals, een hoedje op en op zijn kin een paar haartjes. Oogleden gesloten, allicht gewurgd om de goden gunstig te stemmen, maar de man uit het turfmoeras blijft gehuld in mysteries. Verbijsterend, dit is misschien het best bewaarde lichaam op aarde. Nooit een schoner lijk gezien. Natuur, met haar water en wind, blijft de lokroep van Jutland. Ten noordoosten van Århus ligt Djursland met de Mols Bjerge, de hoogste heuvels van het schiereiland. Wegeltjes lopen door velden en heideland, wandelaars zoeken vlinders en bloemen. Vlakbij ligt Ebeltoft, een dorp met kasseistraten en houten huizen, pittoresk stadhuis en kerk, gevels begroeid met bloemen, vakwerk en vensters van gemoedelijkheid. Ook het Himmerland met het woud van Rold Skov woekert van wandel- en mountainbikepaden, maar ook met sporen uit de Vikingtijd. Bij Hobro staat in Fyrkat een nederzetting in een cirkel van meer dan honderd meter, ooit omgeven door houten wallen op een aarden dijk. Binnen stonden langhuizen, zoals er een als stapel- en woonhuis is gereconstrueerd. In het Vikingecenter is het leven op een boerderij nagebootst : een kleine uitstap met de tijdmachine. Wandelen en fietsen, dit lijkt de rustigste vakantie in Europa. Langs heide en pijnboombos rijd ik naar de Limfjord en het land van Thy, op een zonnig terras in Thisted proef ik een lokale Thy Pilsner, die geldt als een van de beste tapbieren. Een meisje trotseert de wind : het beeld van Thisted Pigen kijkt uit over het water van de desolate westkust, die haast onophoudelijk door de Noordzeewinden wordt gegeseld. Nergens is Denemarken leger, wilder en ruiger. In Nørre Vorupør liggen bootjes op het strand, omdat de schippers geen aanlegsteiger hebben : een stuk archaïsch Jutland. In een røgeriet koop ik gerookte vis voor een hap en maak nog een ommetje naar de kathedraal van Viborg, waar van de elfde tot de zeventiende eeuw de Deense koningen gekroond werden. Tussen opstuivende duinen komt het verste noorden nu echt dichterbij. De noordelijke driehoek van Jutland heet Vendsyssel, het is land waar het licht almaar feller straalt. De zeeën komen dichter bij elkaar. En in dit land tussen de laatste twee wateren is het spektakel van bewegende duinen uniek. Naast een kapel op de rand van de afgrond raakt de vuurtoren van Rubjerg Knude langzaam door het zand verzwolgen. Bij de bouw in 1900 stond hij op tweehonderd meter van de zee, nu staat hij in een duin vlak bij de zee en straks wordt hij door de onverbiddelijke kracht van het water verzwolgen. Ook de Tilsandede Kirke is door zand om-spoeld, al kan ik de kerk met haar veertiende-eeuwse toren beklimmen. De Råbjerg Mile is een wandelende duin van zo'n vierkante kilometer, die vijftien meter per jaar opschuift en rond 2050 in het Skagerrak zal verdwijnen. Omdat de kusten van Kattegat en Skagerrak met hun lichtspel naar elkaar groeien, trokken eind negentiende eeuw de zogeheten Skagenkunstenaars naar dit magische oord vol wolken, zon, storm en verblindend licht. Het dorp Skagen met z'n eidooiergele gevels was hun toevluchtsoord, ze kwamen bijeen in de bar van het Brondum's Hotel, waar ik een kamer kan bemachtigen. Vlakbij ligt in een tuin het Skagens Museum, dat met schilderijen de wisseling van negentiende en twintigste eeuw vereeuwigt : hard vissersleven, portretten, rijke heren en kokette dames op het strand, kinderen, dode vissers en hun treurende vrouwen. En overal licht, helder fel licht. Het is de beste collectie die je in Denemarken kunt zien. Eetbarakken in de haven zitten afgeladen vol voor een portie garnalen of mosselen, voor verse vis of kreeft, het liefst met een kloeke pint bier. Dan stap ik naar de punt van Grenen, voorbij de vuurtoren. Land en zee zijn bijna even hoog. Op het topje van de zandbank vloeien Skagerrak en Kattegat in elkaar, het is rustig, maar als het stormt zijn de parende zeeën wild en gevaarlijk. Het is niet meer dan een punt op de lijn van zevenduizend kilometer kust, niets dan een strand waar golven in elkaar vloeien, het priemt diep in de zeeën tot het opgaat in het hemellicht van het hoge noorden. Achter me bewegen alle levende wezens in Denemarken, behalve de twee zeehonden die nieuwsgierig komen kijken. De kaap is de meest magische plek van Denemarken. TEKST EN FOTO'S MARK GIELENDE ZWIJGZAME MANNEN ONTMOETEN DE ZEE, ZE STAREN TROTS NAAR DE GETEMDE GOLVEN, DIE MET DE WINDEN AL SINDS MENSENHEUGENIS HET LEVEN VAN DE JUTTEN BEHEERSEN.