Er zijn mensen van wie je al heel vroeg kunt vermoeden hoe ze er als bejaarde zullen uitzien. In anderen is het kind nog zeer zichtbaar. Wat niets met naïviteit of een kleine gestalte, maar des te meer met hun ontwapenende directheid te maken heeft. Het is niet toevallig dat ik met Antje De Boeck in het Antwerpse café Hopper heb afgesproken om over troost te praten. "Niet dat ik hier mijn verdriet kom verdrinken", glimlacht ze. "Nee, het heeft meer met de sfeer te maken. Open en licht is het hier, je kunt ver over het plein kijken. Voor mij is het ook geen 'café-café', als je begrijpt wat ik bedoel, maar een plek waar je je goed omringd weet. Mensen komen hier om rust te vinden: om te lezen, met vrienden te praten of naar de muziek te luisteren. De vleugelpiano, daar draait het allemaal om. Muziek kan een grote troost zijn; een heel ruim scala van muziek in mijn geval. Niet dat ik stilte vervelend of bedreigend vind. Nu ja, stilte... Dan heb ik het over regen die op bladeren valt, het ruisen van een waterloop of het opvliegen van een eend. Daarom doet 'troost' mij aan de Schelde of de zee denken. Absolute stilte, zonder een teken van leven: ja, dàt kan angstaanjagend zijn."
...

Er zijn mensen van wie je al heel vroeg kunt vermoeden hoe ze er als bejaarde zullen uitzien. In anderen is het kind nog zeer zichtbaar. Wat niets met naïviteit of een kleine gestalte, maar des te meer met hun ontwapenende directheid te maken heeft. Het is niet toevallig dat ik met Antje De Boeck in het Antwerpse café Hopper heb afgesproken om over troost te praten. "Niet dat ik hier mijn verdriet kom verdrinken", glimlacht ze. "Nee, het heeft meer met de sfeer te maken. Open en licht is het hier, je kunt ver over het plein kijken. Voor mij is het ook geen 'café-café', als je begrijpt wat ik bedoel, maar een plek waar je je goed omringd weet. Mensen komen hier om rust te vinden: om te lezen, met vrienden te praten of naar de muziek te luisteren. De vleugelpiano, daar draait het allemaal om. Muziek kan een grote troost zijn; een heel ruim scala van muziek in mijn geval. Niet dat ik stilte vervelend of bedreigend vind. Nu ja, stilte... Dan heb ik het over regen die op bladeren valt, het ruisen van een waterloop of het opvliegen van een eend. Daarom doet 'troost' mij aan de Schelde of de zee denken. Absolute stilte, zonder een teken van leven: ja, dàt kan angstaanjagend zijn." Of ze in haar leven al veel troost nodig had, wil ik weten. "Ik denk het wel. Maar er is een verschil tussen troost en bijstand. Troosten is heel maken wat kapot was. Of een kind sussen dat iets kwijt is. Als ik in de put zit, zoek ik niet zozeer troost, maar bijstand. Ik hoor vaak dat mensen gêne voelen bij het verdriet van een ander. Daar heb ik absoluut geen last van.Vind je het makkelijker om te troosten dan getroost te worden?Antje De Boeck: Absoluut. Als iemand zijn verdriet toont, heb ik het gevoel dat alle barrières wegvallen. Precies omdat mensen zich alleen laten gaan in een omgeving die ze vertrouwen. Zo'n kwetsbare mens, ontdaan van alle remmingen... Nee, het kost mij geen enkele moeite om daarop in te gaan. Voel je dan toch niet een zekere onmacht? Je kunt wel proberen iemands pijn te delen, maar je kunt ze niet overnemen.Nee, maar je kunt ze wel toestaan. Dat is voor mij de essentie van troosten: verdriet laten bestaan in plaats van het te doen overgaan. Niet zeggen: "Och, het komt wel weer goed." Praat voor de vaak, vind ik zoiets. Plus dat een mens zelf moet kunnen beslissen wanneer hij of zij opgelucht is, daar kun je als trooster volgens mij niet over oordelen. Troosten betekent ook niet iets weg aaien. Aanwezig zijn, daar komt het op aan, en toestaan dat iemand zijn verdriet in alle facetten voelt en uitdrukt en er diep in wegduikt. Ik zal niet makkelijk tegen mijn kinderen zeggen dat ze niet moeten huilen. Nee, als ik zie dat ze het nodig hebben, zal ik veeleer zeggen: "Kom hier en ween maar eens goed." Het loslaten, dat is volgens mij de eerste stap tot het verwerken van verdriet. Dat je zo vaak en zo diep op je verdriet kunt ingaan als je zelf nodig vindt.In het begin hebben mensen begrip voor een groot verdriet, maar het mag wel niet te lang duren.In zo'n situatie leer je je vrienden kennen. Dat hoor je vaak van mensen die erge dingen meegemaakt hebben. Je moet al verdraaid dichtbij iemand staan om je in zijn verdriet te kunnen engageren, om jezelf erin op te lossen bijna. Een koppel dat een kind verloren heeft, wat kun je daar tegen zeggen? Niks, helemaal niks. Vaak merk je dat de omgeving het thema hardnekkig ontwijkt. Uit ongemak of uit angst het verkeerde te zeggen. Omdat ze het zelf niet meegemaakt hebben en dus geen recht van spreken hebben. Een misverstand, denk ik. Want iedereen is anders, geen twee mensen gaan op dezelfde manier om met verlies. Maar het gaat niet om wat jij zegt of wat je zelf ooit hebt meegemaakt, maar om wat de ander over zijn verdriet wil zeggen en moét zeggen, keer op keer. En om het bij elkaar zijn, natuurlijk en zo goed mogelijk bevatten wat er in de ander omgaat.Maar zelf zoek je dus niet makkelijk troost bij anderen?Er moet mij al iets heel ergs overkomen, voor ik vind dat ik recht op troost heb. Een kwaal van deze tijd: "Doe niet zo flauw. We moeten doorgaan, er zijn veel ergere dingen dan dit..." Maar met de jaren ben ik gaan beseffen dat ik mij op bepaalde momenten au sérieux moet nemen, en toegeven dat wat mij dan overkomt het allerergste is. De confrontatie met dat gevoel wil ik nu meer en meer aangaan, vanuit het besef dat ik anders in de knoei kom. Want je emoties halen je in, er zijn situaties waarin de rede je gevoel niet kan overwinnen. Dat is iets dat ik mijzelf heb moeten leren, enfin, waar ik mee bezig ben."Er is geen hiërarchie in leed", zei Reginald Moreels mij lang geleden in een interview.Dat is heel juist. Er zijn momenten in het leven waarop wat jou overkomt gewoon het ergste is. Mijn frank is gevallen toen het niet goed ging met een van mijn vrienden. Iemand deed daar toen nogal luchtig over: "Ja zeg, zo erg is dat toch ook weer niet ..." Terwijl hij de persoon in kwestie niet eens goed kende. Toen ben ik zo kwaad geworden dat ik mij ineens realiseerde: "Ha, daar zit ik dus ook mee. Ik zoek ook naar mijn recht op groot verdriet." Waarom ik mij stoer probeer te houden? Uit angst, zeker? Want het zou mij geweldig kwetsen als mensen op het moment dat ik mij het minst weerbaar toon, mijn verdriet zouden minimaliseren, het van de tafel vegen. "Komaan, zet je er overheen, het leven gaat door." Nee, het leven mag ook al eens stilstaan.De onzekerheid die er nu heerst op wereldvlak, heeft dat een invloed op jou?Wat mij altijd verbaast, is dat na zo'n verschrikkelijke gebeurtenissen als elf september, het leven gewoon doorgaat. We drinken koffie, we luisteren naar het weerbericht, we kopen de krant, alsof er niets gebeurd is. Mij raakt het heel diep; niet alleen elf september, maar ook de hele nasleep. Waarom gebeurt dit? Als ik om mij heen kijk, zie ik heel gewone, gezonde, redelijke mensen die dit allemaal niet willen. Dan denk ik: wij zijn toch de meerderheid die dit nooit heeft gewenst? Al eeuwenlang, trouwens. Hoe komt het dan dat het blijft gebeuren? Actie en reactie. Het ene is niet goed, maar het andere ook niet. Ik versta er niets van. En het maakt me bang. Nu ebt dat weer wat weg, omdat het hoe dan ook anoniem blijft. Er worden vrouwen, jonge mannen en kinderen afgemaakt, daar komt het op neer. Maar ik ben angstig, ja. Omwille van mijn twee kleine kinderen. En bij uitbreiding: àlle kleine kinderen. Als een kind ziet dat de wereld niet vergaat van zoveel gruwel, dat wij gewoon doorleven met dit soort oorlogen, wat krijgt het dan mee? Ik vrees dat het een sluipend gif is, die mentaliteit. We leven veel te geïsoleerd: als je je goed omgeven weet in een gemeenschap, ben je veel minder bang voor het onbekende. Pas op, dit klinkt nu allemaal heel zwaar, maar die dramatische gebeurtenissen hebben ook een positieve impact. Je hebt de neiging om je wereld heel klein te maken en zo heb je ook meer oog voor het goede om je heen. Laat ons maar bij onszelf beginnen, de rest is toch onvatbaar.Iedereen zoekt naar een houvast, weinig mensen kunnen leven zonder een vorm van troost voor het feit dat we allemaal doodgaan.Is dat zoeken naar troost? Of naar zingeving? Ik denk weinig na over de dood. Mijn eigen dood, bedoel ik. Die van mijn geliefden, dat is een ander paar mouwen. Vooralsnog neem ik het niet persoonlijk, die tijd zal wel komen.Put je troost uit een bepaalde filosofie? Nogal wat mensen zoeken hun toevlucht bij de dalai lama of Deepak Chopra.Mijn ouders zijn gelovig, ze leven volgens eenvoudige, elementaire regels. Regels die je in veel ideologieën terugvindt. Doe niet aan een ander wat je niet wil dat jezelf overkomt, bijvoorbeeld. En die andere regel, hoe gaat die ook alweer? De andere wang aanbieden als ze je slaan? Je zou dat een soort omgekeerd extremisme kunnen noemen, maar bij de extreme gebeurtenissen van de laatste maanden had het volgens mij veel kunnen oplossen. En voor de rest? Het helpt als je je bewust bent van een groter geheel waarin de onderdelen elkaar ondersteunen. Ik heb dat op het water of in de natuur. In de zee op je rug drijven... Voelen dat je omringd bent, dat je opgaat in dat gigantisch universum. Ja, dat kan mij echt optillen. Ik ben ook nooit bang geweest buiten in het donker. Althans niet van de geluiden die daar horen te zijn. In die zin denk ik dat sterven niet erg kan zijn.Je had het daarnet over je kinderen troosten. Maar vind jij ook troost bij hen?Absoluut. Ik heb kinderen die heel goed zijn in troosten. Mijn man en ik verstoppen onze gevoelens niet voor hen. Ook niet als er ruzie is. Maar we ruziën wel op een decente manier, want ik wil niet dat ze bang zijn dat het verkeerd zou aflopen tussen ons. Precies omdat ze zo primair in het leven staan. Ze hebben nog geen enkele gêne tegenover gevoel, ook niet in de waarneming ervan. Een kind is heel intuïtief, emoties horen er gewoon bij. Later maakt men hen wijs dat je je niet mag laten gaan, dat je je gevoel op een of andere manier aan banden moet leggen. Goed, een kind mag nog huilen. Maar in de puberteit wordt het al belachelijk. Daarna komen de jaren van verstand. En als je nog later opnieuw begint te twijfelen en in de knoop ligt met je emoties, is dat een midlifecrisis. Men heeft daar maatschappelijke termen voor gezocht, wat bewijst hoe onmachtig wij met emoties omgaan. Terwijl een mens volgens mij een geniale combinatie van gevoel en ratio is die elkaar wederzijds beïnvloeden en tot een grote vindingrijkheid leiden. De mens heeft van nature een enorm improvisatievermogen, maar die zelfregulering wordt door de maatschappij heel laag ingeschat. Voor alles bestaan er voorschriften en wetten. Daarom is het volgens mij heilzaam om vaak in het bijzijn van kinderen te zijn. Kinderen staan alles toe. Daarom ook dat ze zo erg beschadigd raken als ouders daar bewust of onbewust misbruik van maken.Je hebt als ouder ook maar een beperkte impact, er is de invloed van de buitenwereld, van leeftijdgenoten.Maar ik heb vertrouwen in de mensen, daarom beangstigt mij dat niet zozeer. Wat je nodig hebt, is een nest: een plek om heel dicht bij elkaar te zijn en waar je leert omgaan met wat de buitenwereld je toestoot. Het klinkt misschien pragmatisch, maar kun je met persoonlijk leed iets doen in je werk?Alleen in de zin dat iedereen moeilijke ervaringen kan verwerken en er iets goeds uithalen. Als je als mens rijper wordt, straalt dat hoe dan ook af op je werk. Maar het is niet zo dat ik mijn eigen verdriet in mijn werk ventileer. Mij in mijn eigen miserie verdiepen om het leed van een personage te spelen? Nee, dat gaat niet, dat blokkeert compleet bij mij.Het moet toch ergens vandaan komen?Ja, maar dat heeft met inleving te maken. Het publiek begint ook te huilen als het iets droevigs ziet. Dat is het begin van alle acteren: meeleven, proberen te begrijpen wat er in de ander omgaat. Omdat het mijn beroep is, ga ik daar wat verder in dan de toeschouwers. Maar aan mijn eigen verdriet terugdenken, nee, dat leidt alleen maar af, dan sluit ik mij juist af van mijn werk. Dat is een intuïtieve reflex, omdat het ene niets met het andere te maken heeft. Het is een ander soort verdriet.Maar je zult toch wel eens moeten acteren op momenten dat het je niet goed gaat.Ja natuurlijk. Maar dat is geen probleem. Als je je slecht voelt, sta je als mens heel erg open. Alle ballast valt weg en je ervaart een soort helderheid. Waar je ook mee bezig bent, het wordt allemaal veel gerichter.Kan werk op zo'n moment een troost zijn?In elk geval een betere afleiding dan in een ander beroep. Omdat je hoe dan ook met emoties bezig bent. Ik kan mij jobs voorstellen waar absoluut geen plaats is voor gevoelens. Of waar je je goed moét voelen om te kunnen functioneren. Nee, dan liever acteren, precies omdat je - als je je slecht voelt - receptiever bent voor allerlei impulsen.Maakt een groot verdriet je achteraf milder?Milder is niet het juiste woord. Want het kan mij ook heel boos maken. Hangt ervan af hoezeer het verdriet verwerkt is. Soms merk ik dat bepaalde zaken terugkomen, dat die zeker nog niet verwerkt zijn. Verdriet kan mij ook scherper maken. Als ik voel dat mij onrecht is aangedaan. Of als ik merk dat mensen met een te grote willekeur in het leven staan. Daar kan ik mij erg over opwinden. Maar leed kan je leven ook completer maken; je krijgt meer voeling met anderen en met de totaliteit van het leven. Verdriet intensiveert, doet alles tintelen, maakt dat je je voelsprieten meer uitsteekt. Dat kan alle richtingen uitgaan, en zich zowel uiten als woede, mildheid, dankbaarheid of blijdschap.Volgens Alain de Botton zegt Seneca dat een mens minder behoefte aan troost heeft als hij van het leven geen al te grote verwachtingen koestert.Zo zou ik het niet uitdrukken, maar er zit zeker een grond van waarheid in. Volgens mij heeft een mens in wezen heel weinig behoeften: een minimum aan eten en drinken en geborgenheid. Zoals een baby genoeg heeft aan melk en de armen van zijn moeder. Maar heel onze maatschappij is gericht op het creëren van artificiële behoeften, waardoor bij de mens meteen ook een gemis gewekt wordt: ik kan niet mee, ik voldoe niet om te leven. Terwijl zelfbewustzijn het begin van het leven is: ik, mens van vlees en bloed bén hier, ik weet het wel zeker. Maar nee, tegenwoordig moet je dat in twijfel trekken en je geest vertroebelen met vragen over wat je ooit wil bereiken en over de zin van wat je gedaan hebt. Dan wordt het wel heel moeilijk om te genieten van het hier en nu, uiteindelijk het enige waar je zeker van kunt zijn. Kijk, ik zit hier nu in dit café met jou te praten. Wat ik morgen zal doen? Daar kan niemand zeker van zijn. Sommige mensen hebben het daar moeilijk mee, die willen hun leven geregeld en gestuurd zien en raken dan ook uit hun evenwicht als er iets onverwachts gebeurt of het tegenzit. Ik vind het juist een geruststelling dat ik niet precies weet wat ik straks ga doen. Als je niets verhoopt en geniet van het hier en nu, sta je veel meer open voor het leven.Linda Asselbergs / foto Lieve Blancquaert