Ik hou van al wat afbladdert en roest, vertelde een jongedame me, die aan het rondneuzen was op de Parijse Puces. Ze is niet alleen, want nogal wat jongelui zijn weer tuk op al wat er oud en versleten uitziet. Denk maar aan de hype van de verlaten ruïnes, de abandoned places waar fotografen als Henk van Rensbergen beelden van maken. Tegenwoordig mogen meubels, lampen en objecten weer wat oud en stoer ogen. De charme van de versleten antiquiteiten is bijna terug. En het woord antiek ook. Je mocht het een tijdlang niet gebruiken, maar nu ontmoett...

Ik hou van al wat afbladdert en roest, vertelde een jongedame me, die aan het rondneuzen was op de Parijse Puces. Ze is niet alleen, want nogal wat jongelui zijn weer tuk op al wat er oud en versleten uitziet. Denk maar aan de hype van de verlaten ruïnes, de abandoned places waar fotografen als Henk van Rensbergen beelden van maken. Tegenwoordig mogen meubels, lampen en objecten weer wat oud en stoer ogen. De charme van de versleten antiquiteiten is bijna terug. En het woord antiek ook. Je mocht het een tijdlang niet gebruiken, maar nu ontmoette ik op de Puces zelfs twintigers die zich wat graag 'antiquair' noemen. Is dat dan een reactie op al dat nette en gestroomlijnde design ? Wellicht wel. Zo hoor ik nu en dan ook weleens de uitspraak dat al die druppelvormige auto's van tegenwoordig er zo soft uitzien en te veel op elkaar gelijken. Klopt ook wel. Velen willen niet langer hun interieur aankleden met dezelfde spullen als de buurman. Wil je dus wat origineels, kies dan iets ouds dat niet langer in productie is, zoals een oude school- of fabrieksstoel. Wie de vinger aan de pols wil houden inzake interieurstyling, struint even rond op de Parijse vlooienmarkt, waar de antiquairs, vintagehandelaren en brocanteurs de trendsetters zijn. Het is een beetje de omgekeerde wereld, iedereen denkt dat de decorateurs en interieurontwerpers zelf nieuwe trends bedenken. Soms wel, maar zij gaan ook kijken naar wat die handelaren hen aanbieden. En omdat die speurneuzen steeds wat nieuws ontdekken, brengen ze hun klanten ook nieuwe ideeën bij. Bovendien exposeren ze hun koopwaar op stijlvolle wijze in garage- boxen die als miniatuurinterieurs worden ingericht. De trend die je er nu merkt, is een mix van oud en nieuw, glad en ruw, strak en druk. Vrijwel iedereen heeft wat van die oude industriële spullen in de aanbieding, zoals stoeltjes of fabriekslampen. En als je iets kopen wil, durf maar afdingen, want daar is de eerste vraagprijs toch op berekend. Er is ook heel wat te doen rond het nieuwe kantoorleven, dat zo'n evolutie doormaakt. Onze werkplek is niet langer het saaie bureau. Net zoals je thuis overal in de weer bent met de tablet, wordt ook de werkplek mobiel. Nu heb je zelfs rijdende kantoren voor flexwerkers. Ook in deze sector maken we een va-et-vient mee van 'werkstijlen'. In dit nummer bekijken we enkele van die nieuwe kantoren. Daarnaast glippen we ook even binnen in enkele schitterende interieurs, zoals een flat van Renaat Braem, de laatste villa die door de Gentse architect Eddy François werd ontworpen, en we ronden af met een interieur van de immer verrassende en verfrissende Studio Simple. piet.swimberghe@knack.be PIET SWIMBERGHETegenwoordig mogen meubels, lampen en objecten weer wat oud en stoer ogen