We zijn weleens jaloers op de rijkdommen van de Franse en de Italiaanse keuken, op de ongekende diversiteit aan lokale lekkernijen. We steken de loftrompet over hun plaatselijke marktjes, over hun heerlijk eenvoudige gerechten, met topingrediënten die ze gewoon bij de boer om de hoek halen. Al dat heerlijks kruidt onze vakanties, brengt onze conversaties op smaak, en vult eindeloos veel pagina's in boeken, kranten en tijdschriften.
...

We zijn weleens jaloers op de rijkdommen van de Franse en de Italiaanse keuken, op de ongekende diversiteit aan lokale lekkernijen. We steken de loftrompet over hun plaatselijke marktjes, over hun heerlijk eenvoudige gerechten, met topingrediënten die ze gewoon bij de boer om de hoek halen. Al dat heerlijks kruidt onze vakanties, brengt onze conversaties op smaak, en vult eindeloos veel pagina's in boeken, kranten en tijdschriften. En tegelijk lopen we best hoog op met onze eigen keuken, met onze zogezegd bourgondische levensstijl. Dat we fijnproevers zijn, vinden we, en levensgenieters. Maar is dat nog wel zo ? Hoeveel culinaire specialiteiten uit eigen streek kunt u nog opnoemen ? En hoeveel kleine, ambachtelijke producenten kent u in uw buurt ? Gevraagd naar wat typisch is voor België, komen we meestal niet veel verder dan bier en friet, waterzooi, witlof en chocola. Al bij al een wat magere balans voor de nazaten van de notoire lekkerbek Lamme Goedzak. Gelukkig zijn er nog onze streekbieren, die koppig standhouden tegen de pletwals van de biermultinationals. In de winkelrekken vinden we steeds meer officieel erkende streekproducten terug. Nog tot 14 juni loopt bovendien de Bioweek, die kleine producenten van biologische voeding in de kijker zet. In onze steden duiken er alsmaar meer winkels en kleine supermarkten op die enkel of voornamelijk lokale boerderijproducten verkopen. Met mijn gezin ben ik sinds enkele jaren lid van een voedselteam, een groep mensen die samen biologische of milieuvriendelijk geteelde producten aankopen van lokale producenten. Sinds kort zijn we ook betrokken bij een opstartende zelfoogstboerderij : de leden kopen bij het begin van het jaar een oogstaandeel, en kunnen vanaf dan zelf groenten gaan oogsten op het veld. De voordelen zijn legio. Het zijn allebei manieren om aan gezonde en smakelijke seizoenproducten te komen tegen een betaalbare prijs. De voedselkilometers, een belangrijke oorzaak van vervuiling, worden tot een absoluut minimum beperkt. En we hebben weer meer contact met de bron van ons voedsel, niet onbelangrijk in een steeds meer verstedelijkte omgeving. Zo was ik laatst na enkele mooie dagen nog aan het hopen op regen, opdat 'onze' groenten niet zouden verpieteren. Goed voor de gezondheid, het milieu, de smaakpapillen... maar voor mezelf was er nog een belangrijke reden om weer sterk te gaan geloven in lokale voedselproductie. Enkele jaren geleden las ik het boek De hongerige stad (NAi Uitgevers, 2011)van Carolyn Steel, waarin ze duidelijk maakt hoe onwaarschijnlijk uitgerekt en kwetsbaar onze voedselketen is geworden. Niet alleen hebben slechts een handvol multinationals het gros van onze voedselvoorziening in handen, ontzettend veel van wat we eten wordt bovendien van over de halve wereldbol aangesleept. Een onwaarschijnlijk ingewikkeld raderwerk is het geworden, dat veel sneller kan stokken dan we ooit durven te geloven. Als dat gebeurt, is er in onze supermarkten nog eten voor... drie dagen. Op dat moment zal het een opluchting zijn dat er niet enkel mais groeit rond onze steden en dorpen. Dat ook kleine, gezonde bedrijven met een veelheid aan teelten de lokale markt bedienen. En voor blijheid zorgen in potten en pannen. Info : www.bioweek.be, www.voedselteams.be, www.csa-netwerk.be. jan.haeverans@knack.be Jan HaeveransIn onze steden duiken er alsmaar meer winkels en kleine supermarkten op die voornamelijk lokale boerderijproducten verkopen