Sinds jaren stuur ik al wie verzot is op de constructivistische architectuur van de jaren twintig naar de Parijse randgemeente Auteuil. Daar kun je enkele van de belangrijkste monumenten van het modernisme bewonderen, gebouwd door onder meer Le Corbusier en Robert Mallet-Stevens (1886-1945). De vlak bij dit laatste pand gelegen Fondation Le Corbusier (Square du Docteur Blanche 8) is trouwens een bijzondere aanrader. Je kunt er twee van Corbu's mooiste creaties bewonderen : het Maison La Roche en het Maison Jeanneret. Maar in de daarnaast gelegen Rue Mallet-Stevens, waar dit prachtige huis staat, geraak je nergens binnen. Toch loont het de moeite om er even door te lopen, want de straat op zich is geconcipieerd als een manifest voor de moderne stad. Helaas werden enkele panden later verbouwd en wordt het zicht door enkele gigantische bomen verstoord, waardoor we ook geen algemeen straatbeeld kunnen afdrukken. Dat neemt niet weg dat deze straat, oorspronkelijk een privéweg, een fantastische plek is om even te toeven.
...

Sinds jaren stuur ik al wie verzot is op de constructivistische architectuur van de jaren twintig naar de Parijse randgemeente Auteuil. Daar kun je enkele van de belangrijkste monumenten van het modernisme bewonderen, gebouwd door onder meer Le Corbusier en Robert Mallet-Stevens (1886-1945). De vlak bij dit laatste pand gelegen Fondation Le Corbusier (Square du Docteur Blanche 8) is trouwens een bijzondere aanrader. Je kunt er twee van Corbu's mooiste creaties bewonderen : het Maison La Roche en het Maison Jeanneret. Maar in de daarnaast gelegen Rue Mallet-Stevens, waar dit prachtige huis staat, geraak je nergens binnen. Toch loont het de moeite om er even door te lopen, want de straat op zich is geconcipieerd als een manifest voor de moderne stad. Helaas werden enkele panden later verbouwd en wordt het zicht door enkele gigantische bomen verstoord, waardoor we ook geen algemeen straatbeeld kunnen afdrukken. Dat neemt niet weg dat deze straat, oorspronkelijk een privéweg, een fantastische plek is om even te toeven. De gebouwen werden opgetrokken door architect-decorateur Robert Mallet-Stevens die gedeeltelijk Belgische familiewortels had. Hij was de neef van industrieel Adolphe Stoclet die aan Josef Hoffmann de opdracht gaf om een naar hem genoemd paleis te bouwen in Brussel, tussen 1905 en 1911. Dit monument in Weense stijl oefende een directe invloed uit op de jonge Rob die er regelmatig kwam. Hij viel voor de strakke gevels, de constructivistische opbouw van het paleis en zijn gehele stoffering. Toch ging Mallet-Stevens niet in Weense stijl ontwerpen. In de jaren twintig geraakte hij onder de indruk van de Nederlandse beweging De Stijl die in 1923 exposeerde in Parijs. Deze manifestatie had een grote invloed op heel wat jonge ontwerpers. Rob liet zich inspireren door de stichter van de beweging, Theo Van Doesburg. Geen jaar later kreeg Rob dé opdracht van zijn leven : de bouw van een villa in Zuid-Frankrijk. Opdrachtgever was Charles de Noailles die een jaar eerder gehuwd was met Marie-Laure Bischoffsheim. De villa was een huwelijksgeschenk en werd gebouwd op een heuvelflank naast het familiekasteel. Voor Mallet-Stevens was dit een unieke kans om een constructivistische compositie te bouwen à la De Stijl. Bovendien deed hij een beroep op Van Doesburg voor de kleurstudie. De Noailles waren kunstmecenassen die iedereen met faam over de vloer kregen en met de beste designers werkten, ook met Jean-Michel Franck. Marie-Laure bezat in Auteuil nabij Parijs onder meer een stuk grond van 3827 vierkante meter, dat ze wilde laten verkavelen. Zo kreeg Rob Mallet-Stevens ook de opdracht om op deze plek, rond een privéstraat, vijf grote huizen te bouwen voor een rijk en vrij artistiek publiek. Deze woning, het nummer 10, werd destijds gebouwd voor de tweelingbroers-beeldhouwers Joël en Jan Martel, en is ongetwijfeld het mooiste gebouw van dit ensemble. Hiervoor brak Rob Mallet-Stevens met de traditionele vlakke gevelstructuur en koos voor een vrije compositie van kubussen en een cilinder die als trappenhuis dienst doet. Dat gaf hem de mogelijkheid om verschillende terrassen te creëren. Gezien er geen plaats is voor een tuin, zijn deze dakterrassen ideale pleisterplaatsen voor warme dagen. Ook Le Corbusier pleitte ervoor om het klassieke pannendak door dakterrassen te vervangen. Bij deze stijl horen eveneens witgepleisterde gevels en brede bandramen die veel licht binnenhalen. Voor de glasramen deed de architect een beroep op Louis Barillet, dé meesterglazenier van het modernistische glasraam. De glasramen van de toren lijken op schilderijen van Piet Mondriaan en Theo Van Doesburg. De ijzeren voordeur werd dan weer door het atelier van Jean Prouvé vervaardigd. De Parijse avant-gardearchitecten waren wel bijna allemaal links van opvattingen, maar ze realiseerden meestal prestigieuze projecten voor rijkelui. Zeker Rober Mallet-Stevens die een heuse dandy was en vooral de betere kringen bezocht. Leuk om te weten is dat hij ook moderne filmdecors bouwde en via deze weg een boeiend artistiek netwerk uitbouwde. De gehele Rue Mallet-Stevens werd uiteindelijk in 1975 als monument geklasseerd. Een paar jaar later werd dit pand aangekocht door de huidige bewoners. Zij lieten het opkalefateren door de Parijse architect Stéphane Chamard. Voor hem was het een fantastische, maar geen vanzelfsprekende uitdaging. "Het is een mooi, maar ook een moeilijk gebouw. Heel atypisch. De vorige bewoner was een fotograaf die het vooral als studio gebruikte. Daardoor was er geen enkel comfort in, zelfs geen keuken. Dat had zijn voordeel, want daardoor bleven de originele structuur en afwerking vrij gaaf bewaard", vertelt Stéphane Chamard. "Ook de bewoners beseften aanvankelijk niet helemaal wat ze hadden verworven. In de loop van het project zijn ze zich daar wel bewust van geworden. Het ongewone zit vooral in de structuur. Het werd voor twee beeldhouwers gebouwd en is een echte atelierwoning. De tweelingbroers waren getrouwd met twee zussen. Ze woonden boven in twee kleine flats. Dus moest ik wel van het atelier een woning maken. Die werkruimte was aanvankelijk heel ongezellig, omdat de hoge vensters, liefst twee meter boven de grond, geen buitenzicht bieden. Bovendien is veel van het glas mat en oneffen. Er hing dus een kille hospitaalsfeer."Het atelier werd omgevormd tot woonruimte, met een klein bureau, een haard en een keuken die bijna onder de grond zit. "De keuken en de badkamer zijn sober en bescheiden, je kunt ze zo weer demonteren zonder het gebouw te beschadigen. Dat vind ik belangrijk. Een architect die in zulk een monument aan de slag gaat, mag zich niet opdringen. Ik wilde hier geen signatuur achterlaten. De aankleding is de keuze van de bewoners en is vrij klassiek, niet experimenteel. Ook weer om zich niet op te dringen aan de architectuur. We kozen wel voor meubels uit die tijd, onder meer van Eileen Gray. Zelfs de radiatoren hebben we bewaard, ook al hangen die soms op een vervelende plaats. Maar ze stammen uit de bouwperiode, dus raken we er niet aan."Stéphane Chamard ontwerpt volledig nieuwe woningen in Portugal, maar in Parijs legt hij zich vooral toe op renovaties van oude flats. "Ik vind het leuk om allerlei oplossingen te bedenken en beschouw mezelf eerder als een ambachtsman die zich schikt naar de wensen van de klant. Daarom kreeg ik al wel meer opdrachten in dergelijke monumenten, waar je met de grootste omzichtigheid moet werken."info : chamards@wanadoo.fr of +33 6 60 90 23 26.Meer informatie over Robert Mallet-Stevens vindt u op www.insecula.com. Ook de site www.associationrue-malletstevens.com, die zich inzet voor de bescherming en studie van de straat, is interessant. Er zijn onder meer oude foto's te zien van de bouw van het project. De Villa Noailles is nu een belangrijk cultureel centrum.Volgend jaar heeft er een mode- en fotografiefestival plaats (www.villanoailles-hyeres.com). Tenslotte kan u ook een bezoek brengen aan de Fondation Le Corbusier, waar een van de mooiste woningen van de architect als museum wordt opengesteld (www.fondationlecorbusier.asso.fr).Door Piet Swimberghe I Foto's Jan Verlinde