Vakantie nog niet aan het voorbereiden ? Het bezoek aan de Delvaux-tentoonstelling ook nog niet gepland ! ? ?De geruchten? van Claus nu nog altijd niet gelezen ! ? Tegenwoordig riskeer je zwavel en pek als je op dit soort vragen ?nee? durft antwoorden. In deze hectische tijden hoort immers ook onze vrijetijdsagenda eivol te zitten. Uitslapen op zondag ? Dat is toch tijdverlies !
...

Vakantie nog niet aan het voorbereiden ? Het bezoek aan de Delvaux-tentoonstelling ook nog niet gepland ! ? ?De geruchten? van Claus nu nog altijd niet gelezen ! ? Tegenwoordig riskeer je zwavel en pek als je op dit soort vragen ?nee? durft antwoorden. In deze hectische tijden hoort immers ook onze vrijetijdsagenda eivol te zitten. Uitslapen op zondag ? Dat is toch tijdverlies !Jo Blommaert / illustratie Sandra Schrevens De heisa rond de uitreiking van de Gouden Uil zindert nog na. (Zeg niet dat u er niks van gemerkt hebt !) Eenieder die zichzelf respecteert, vertrekt deze zomer niet met vakantie zonder minstens één exemplaar van de genomineerde boeken in de valies. Bij voorkeur hebt u er voordien al een paar van achter de kiezen, en vrienden en collega's de lectuur ervan aan- of afgeraden. Zo niet dreigt u tijdens lunchpauze of op café een slechte beurt te maken, en stapelt het aantal nog-te-lezen-boeken zich in uw achterhoofd almaar op. Stress ! Niet alleen onder boekenwurmen staat het tegenwoordig goed om het ?druk, druk, druk? te hebben. In sommige kringen is het bijwonen van bepaalde culturele evenementen een ware must geworden. Wie er niet bij was, is gezien. Voor anderen is het volgen van bepaalde televisieprogramma's dan weer een dwingende behoefte geworden. Zelfs gewoon sportief zijn of vrienden ontvangen, kan mensen al onder stoom zetten. Terwijl het aanvankelijk eigenlijk toch allemaal om de ont-spanning te doen was. Hoe absurd we tegenwoordig met onze vrije tijd omgaan, wordt nog het best geïllustreerd door het fenomeen vakantiestress. Het woord op zich zou ons dubbel moeten doen slaan van het lachen. En toch, wie herkent het niet ? Wie kan nog zijn of haar weekend-activiteiten bijhouden zonder de agenda te raadplegen ? Wie is er nog vrij in de vrije tijd ? I gnace Glorieux, docent sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel, erkent en herkent het fenomeen. Hij is lid van de werkgroep TOR ( Tempus omnia revelat), die zich bezint over vragen rond maatschappelijke tijdsordening. In eigen land zijn studies over tijdgebruik schaars. In Nederland daarentegen wordt sinds de jaren '75 om de vijf jaar een grootschalige tijdsbudgetstudie uitgevoerd over de manier waarop Nederlanders hun tijd besteden. Vrije tijd wordt daarbij beschouwd als de tijd die niet besteed wordt aan arbeid (inclusief huishoudelijk werk) of aan het bevredigen van noodzakelijke behoeften zoals eten en slapen. Een definiëring die voor discussie vatbaar is, maar goed. Uit dat Nederlandse onderzoek blijkt dat de hoeveelheid vrije tijd van de werkende bevolking de laatste twintig jaren lichtjes afgenomen is, maar ook dat het aantal verschillende activiteiten die men verricht in die vrije tijd toegenomen is. Ignace Glorieux : ?Men doet meer verschillende dingen in de vrije tijd. Dat zou het jachtiger worden van de vrije tijd kunnen verklaren. Hoe diverser de activiteiten, hoe meer mensen moeten gaan kiezen : als ze het ene doen, moeten ze het andere laten. En dat geeft precies dat gevoel van tijdschaarste, want tijdschaarste is geen objectief gegeven, het is een gevoel.? Onder sociologen wordt ook verwezen naar het werk van de Zweed Staffan Burenstam Linder, die er begin van de jaren '70 op wees dat naarmate men meer investeert in machines of toestellen, men ook de tijd moet vinden om die te gebruiken. Ignace Glorieux : ?Wanneer je een cd-speler koopt, laat je die niet zomaar staan, maar voel je je ook verplicht om hem te gebruiken. Maar als je hem wil gebruiken, moet je je informeren over cd's. Eens je keuze bepaald, moet je op zoek gaan naar die welbepaalde cd. Eens gekocht, moet je hem beluisteren en ervan genieten want anders is je investering nutteloos geweest. Denk ook aan de video. Dankzij de video is de druk om iets op een bepaald tijdstip te zien verminderd, maar voor mensen die bijvoorbeeld soaps volgen komt er heel wat tijdsmanagement bij kijken om ze allemáál te kunnen volgen. Terwijl de ene serie loopt op BRTN, nemen ze de andere op VTM op, en daarna begint er ergens anders weer een derde. Wie wil bijblijven, moet ze wel alledrie die ene dag gezien hebben, want anders kan je de volgende dag niet mee. Als je een aflevering gemist hebt, geraak je in de problemen. En als je op vakantie gaat, moet je je video programmeren, eventueel een tweede persoon inschakelen om series die tegelijkertijd worden uitgezonden te kunnen blijven volgen. Terug uit vakantie moet je al die afleveringen op heel korte tijd bekijken om de volgende dag weer mee te zijn. Iemand met een video heeft de neiging van alles en nog wat op te nemen, met als gevolg dat het aantal onbekeken video's zich begint op te stapelen en er een gevoel van tijdgebrek ontstaat.? Valt die druk te verklaren door het feit dat men een overaanbod krijgt van producten waarvan men denkt dat het toch wel leuk of interessant zou kunnen zijn om ze te hebben gehoord, gezien of meegemaakt, en dat men die ervaring niet wil missen ? Het aanbod is ongetwijfeld veel groter geworden, en dat zal wellicht bijdragen tot een gevoel van tijdschaarste. Anderzijds is het niet omdat het aanbod toeneemt dat de vraag ook toeneemt. Ik denk dat de drang om zich te onderscheiden van bepaalde groepen en om zich te identificeren met anderen hierin een belangrijke rol speelt. Je moet een bepaald soort boeken gelezen hebben als je je wil onderscheiden van diegenen die andere of geen boeken lezen. Je moet die film gezien hebben die in je groep aangeschreven staat als dé film die je moet gezien hebben. Of je moet die sport beoefenen die momenteel in is. Wat moet of wat hoort, hangt af van de referentiegroep waarmee je je wil identificeren en verschilt van groep tot groep, of van subcultuur tot subcultuur. In de ene groep moet je over een tentoonstelling in Venetië kunnen meepraten, in de andere groep moet je met bepaalde televisieprogramma's mee zijn. Je kan niet alleen groepen afbakenen, er bestaat zelfs een grote mate van apartheid tussen die groepen. Ons leven speelt zich voor een groot deel af in een vrij gesloten milieu. Dat milieu kan samenhangen met de werksituatie, met de buurt waarin men woont of met bepaalde vrijetijdsactiviteiten. In dat milieu wordt een bepaalde levensstijl ontwikkeld. Men doet gelijkaardige dingen, men denkt hetzelfde over bepaalde onderwerpen, men kleedt zich gelijkaardig, men richt de woning in dezelfde stijl in. In het vormen van die levensstijl spelen media en reclame uiteraard een belangrijke rol. Met als gevolg dat we nog zelden iets op een spontane of ongeplande manier doen : een boek kopen gebeurt zelden toevallig. Je gaat een boek kopen waarover je al gelezen of gehoord hebt, of dat in de boekentoptien staat. Voor een bezoek aan de bioscoop geldt hetzelfde : je kiest een film waarover gesproken wordt. De belangstelling voor films of boeken is overigens van vrij korte duur. Ook dit verklaart wellicht de druk op de vrije tijd. Je moet niet alleen de juiste dingen doen, je moet ze ook op de juiste momenten doen. Belladonna van Claus behoort al tot de verleden tijd, en wie nu nog uitpakt met Honderd jaar eenzaamheid maakt zich hopeloos belachelijk. Als dit alles impliceert dat mensen hun vrije tijd op een interessante, sportieve, aangename manier kunnen besteden, so what ? Op zich is dat natuurlijk geen probleem. Alleen zet het aan tot nadenken, vermits veel mensen van oordeel zijn dat vrije tijd het tijdsbestek is waarin men echt vrij is, waarin men zelf bepaalt wat men doet, hoe men het doet, zo snel of zo langzaam als men het graag wil doen. Als je dan merkt dat mensen op vrijdagavond hun weekend nauwgezet moeten plannen om al de zaken die ze gerealiseerd willen hebben rond te krijgen en op zondagavond gefrustreerd zijn omdat het weer niet gelukt is, kan je de vraag stellen hoe vrij men eigenlijk is. Het verloopt allemaal nogal gestandaardiseerd. Zelfs de mensen die origineel willen zijn, zijn origineel op een heel voorspelbare manier. En dat hangt samen met die sociale druk. Ook kinderen kunnen het tegenwoordig in hun vrije tijd behoorlijk druk hebben : ouders rijden van hot naar her om hun kroost aan alle mogelijke buitenschoolse activiteiten te laten deelnemen. Een kind is de façade van een gezin. Een gelukkig gezin heeft gelukkige kinderen, die actief zijn, die met van alles bezig zijn, die zich ontplooien. Ook voor kinderen geldt dat ze in toenemende mate moeten presteren in hun vrije tijd, waardoor er minder ruimte overblijft om zich op een spontane manier onder elkaar te amuseren. Ze moeten naar muziekschool, tekenschool, turnles, kindertheater, film, optreden... In veel gezinnen vereist het heel wat tijdsmanagement om alle activiteiten van de kinderen op elkaar af te stemmen, en voor de kinderen zelf is het ook vaak stresserend. Het is bekend dat kinderen kunnen afzien van de druk die tijdens die activiteiten op hen wordt uitgeoefend, want ze worden er ook vaak op beoordeeld. Dan krijg je kinderen die wakker liggen omdat ze bij een of andere sportactiviteit niet gewonnen hebben. Op school heeft men geprobeerd de stress te verlagen door de examendruk te spreiden of door de zaken anders aan te pakken. Het lijkt wel alsof die prestatiedruk nu verplaatst wordt naar de vrije tijd, waarin kinderen opgejaagd en vergeleken worden met elkaar. Ze moeten allemaal op een of andere manier uitblinken. Maar misschien vinden ze het wel leuk om goede punten te krijgen voor muziek en compenseert dat de slechte prestatie op school ? Zoals ook een volwassene in zijn vrije tijd de waardering of bevrediging kan vinden die op het werk ontbreekt ? Er bestaan twee hypothesen die alletwee in bepaalde gevallen opgaan. De compensatie-hypothese stelt dat vrije tijd compenseert wat men in het werk mist. De andere hypothese stelt dat men in de vrije tijd eigenlijk hetzelfde doet wat men in zijn werk doet. Van beide kan je voorbeelden vinden. In het algemeen echter kan je een onderscheid maken tussen verschillende beroepscategorieën. De hogergeschoolden en de hogere-beroepsgroepen hechten veel belang aan originaliteit, autonomie, het nemen van initiatief. Dat wordt van hen verwacht in hun werk en uit zich ook in de vrije tijd. In lagere-beroepsgroepen geldt dikwijls het omgekeerde : van hen wordt verwacht dat ze op hun werk uitvoeren wat hen wordt opgedragen, dat ze conformistisch zijn. Deze conformistische levenshouding vinden we ook meestal terug in hun vrijetijdsbesteding. Als ze op reis gaan, gaan ze naar Spanje en niet naar Marokko waar er anders gegeten wordt. De hogere klasse gaat naar Italië als iedereen naar Spanje gaat. Op het ogenblik dat iedereen naar Italië gaat, moet jij al in Marokko zitten. Je had in het oostblok moeten zitten voordat de Muur openging of net erna. Nu moet je niet meer naar Praag : iedereen is daar al geweest. Thailand is ook al afgeschreven. Zeg mij uw beroep en ik zeg u waar u op vakantie gaat. Zo simpel is het wel niet, maar ik denk toch dat bestemming en manier van reizen vrij voorspelbaar zijn. Dat verklaart nog niet waarom vakanties stresserend kunnen zijn. Als een gezin op vakantie gaat, kost dat vaak een pak geld. Wie zo'n investering doet, kan het zich niet permitteren dat die vakantie mislukt. Je kan dan niet thuiskomen met de boodschap : het was een rotvakantie. Dus die vakantie moet goed zijn en daarom moet je er behalve geld ook tijd in investeren. Om te beginnen moet je de catalogi van de reisagentschappen opvragen, liefst heel vroeg in het jaar als je voldoende keuze wil hebben. Je moet die brochures bestuderen, de verschillende streken wat leren kennen. Als je dan geboekt hebt, moet je reisgidsen raadplegen om je voor te bereiden en er zeker van te zijn dat je ter plekke niks zal missen. Stel je voor dat je thuiskomt uit Italië en je bent vergeten een bepaald stadje, kerk of museum te bezoeken ! Als je naar Rome gaat, moet je alles wat er te zien is gezien hebben, en liefst ook nog iets dat de anderen niet gezien hebben of waarvan je hoopt dat de anderen het niet gezien hebben, want je wil toch een beetje origineel blijven. Terwijl iedereen natuurlijk thuiskomt met dezelfde dia's, er staat alleen een ander persoon voor hetzelfde decor. Maar je kan het tonen : ik was er ! Je moet ook een paar leuke anekdotes kunnen vertellen of een pittoresk restaurant ontdekt hebben. Je kan het je bijna niet permitteren om op vakantie te gaan en te zeggen : ?Ik doe niks. Ik bezoek niks. Ik ga naar een streek waar niks te zien is. Ik wil gewoon op mijn gemak zijn.? Het moet ook allemaal vlug-vlug gaan. Op een week wil men Toscane gezien hebben. Men trekt van het een naar het ander. Doodvermoeid komt men terug thuis. Ze hebben alles gezien maar kunnen niks meer onderscheiden. Het is één warboel. Maar ze hebben hun dia's, hun foto's en misschien een paar souvenirs. Nu, ik denk dat op die formule ook sleet komt. Na een paar geleide groepsreizen zeggen sommigen : ?Geen stenen, geen kerken of kathedralen meer.? Het zou mij niks verbazen als de trend binnenkort omslaat en het juist weer elitair wordt om niks te doen. Behalve een must kan het allemaal toch ook een genot zijn ? Voor veel mensen is het natuurlijk zo. Maar toch... Als je de gezichten ziet van de toeristen die onder begeleiding van een gids het Louvre doorsnellen om een glimp van de Mona Lisa op te vangen, vraag ik mij toch af of ze dat zo plezierig vinden. Ook van de massa's die megatentoonstellingen bezoeken, vraag ik me af hoeveel er echt van de tentoonstelling kunnen genieten. De omstandigheden laten dat vaak niet toe : je wordt meegedreven door veel volk, zodat je onmogelijk rustig van een schilderij kan genieten. Toch blijken dergelijke tentoonstellingen de laatste jaren een enorme aantrekkingskracht uit te oefenen. Het is natuurlijk ook een kwestie van marketing. De tentoonstelling Van Ensor tot Delvaux paste allicht in het marketingconcept van de stad Oostende. Antwerpen '93 is daar ook een mooi voorbeeld van. Blijkbaar heeft men dat concept nu ontdekt : steden promoten via tentoonstellingen, culturele activiteiten waar de mensen massaal naartoe gelokt worden. Dan zit je met dat gevoel dat je er bijna naartoe móet gaan, anders mis je iets. Ten koste waarvan doen mensen dit allemaal ? Rust. Het is voortdurend jacht. Zullen we het recht op luiheid dan maar opnieuw tot credo verheffen ? Dat recht mag er zeker zijn. Er is uiteraard niets verkeerd aan dat mensen iets zinvols willen doen met hun vrije tijd, maar ik geloof toch dat de kwaliteit van deze vrije tijd zou toenemen indien men de dingen iets rustiger en ook iets grondiger zou doen. In plaats van te zappen van de ene activiteit naar de andere. Als we in onze vrije tijd geen tijd meer vinden om rustig te genieten van de dingen die we graag doen, zonder dat dit tot iets moet dienen of dat we erin moeten uitblinken, denk ik toch dat er iets mis is. Ignace Glorieux : Tijdschaarste is geen objectief gegeven, het is een gevoel.