W outer De Belder (Bar 8), Andries Boone (Architecten Van De Toekomst) en Christian Schreurs (Venus) zijn drie hippe muzikanten in het schemergebied tussen rock, folk en minimalistische muziek.
...

W outer De Belder (Bar 8), Andries Boone (Architecten Van De Toekomst) en Christian Schreurs (Venus) zijn drie hippe muzikanten in het schemergebied tussen rock, folk en minimalistische muziek. Wouter De Belder (Bar 8): "Ik hoop dat het imago van de viool verandert nu ze een breder publiek bereikt."Antwerpenaar Bart De Smet hield drie jaar geleden Bar 8 boven de doopvont. Als fan van Wim Mertens, Michael Nyman (zie onder meer de soundtrack van The Piano) en Tom Waits stelde hij het nobele doel voorop om repetitieve instrumentals en dronkemansliedjes (twee extremen) tot één coherent repertoire te doen versmelten. Na de nodige personeelswissels slaagde de groep daar ook in. Het voorbije jaar bouwde Bar 8 een haast vlekkeloze livereputatie op. De interesse van de platenfirma's is gewekt, het septet zelf klaar voor een eerste cd. De liefde voor de viool: "Toen ik op mijn achtste naar de muziekschool ging, trok viool mij het meest aan. Ik weet niet precies waarom, misschien omdat mijn vader er ook ooit op speelde. Dankzij een goeie leraar kreeg ik er veel zin in. Ik kwam in orkesten van Jeugd en Muziek terecht. We brachten uiteraard een klassiek repertoire. Je krijgt een krachtig gevoel als je met dertig man op het podium staat. Ik deed dat dan ook met volle goesting, maar zelf heb ik nooit naar klassieke muziek kunnen luisteren. Ik vond dat te saai. Ik zocht mijn toevlucht tot pop- en rockplaten." De wenk van de rockmuziek: "Toen ik een cd kreeg van The Balanescu Quartet, ontdekte ik dat je ook in de rockmuziek als violist je eigen ding kan doen. Het was een hele openbaring om die songs van Kraftwerk in een klassieke bezetting te horen. Eerder was het nooit bij me opgekomen dat zoiets zou kunnen. Die Anarchistische Abendunterhaltung was ook zo'n verrassing. Het verlangen groeide om ook iets uit te proberen dat meer bij mijn eigen smaak aanleunde. Eerst ging ik met een strijkkwartet op straat spelen. We coverden onder meer nummers van The Balanescu Quartet. Omdat ik geen heil meer zag in al die concerto's en dat virtuoos gedoe, begon ik van de weeromstuit anders te werken op de muziekschool. Mijn leraar reageerde daar gelukkig positief op. Ik mocht van hem gerust joodse muziek gebruiken voor de improvisatiestukken. Na een repetitie van het grote orkest van Jeugd en Muziek zei de dirigent dat de cellisten nog even mochten blijven zitten, omdat er iemand langskwam die muzikanten zocht voor een groep die zich tussen Michael Nyman en Tom Waits situeerde. Dat was dus Bart, die Bar 8 aan het opstarten was. Ik bleef ook, want de twee genoemde voorbeelden trokken mij enorm aan. Geen enkele cellist was geïnteresseerd. Ik stapte op Bart toe met de vraag of hij niks met een violist kon aanvangen. Het klikte meteen. Ik begreep snel welke muziek hij voor ogen had. Eens ik ingespeeld was bij Bar 8, verdween de drang om zo goed mogelijk na te spelen wat iemand anders bedacht. Ik speel liever wat ik zelf in mijn hoofd hoor. Ik experimenteer graag met effecten, maar ik moet oppassen. Ik wil geen gitaarsound creëren. Trouwens, ik wissel tijdens de optredens af met elektrische gitaar. Ik ben geen voorstander van elektrische violen. Ik hou van de zuivere, authentieke klankkleur. Ik zoek naar een niet al te evident geluid. Wellicht omdat ik niet iemand ben die snel met schitterende solo's zal uitpakken. Wat mij bezighoudt, is een song in de juiste sfeer zetten. We zitten bij Bar 8 met twee violisten die erg verschillen. Je zou mij met een ritmegitarist kunnen vergelijken en Kevin met een sologitarist. Hij is de man van de meer complexe opsmuk. Ik ga eerder voor de kracht en speel met accenten. Toch valt alles mooi samen. Je kan niet één van ons wegnemen. Kevin is ook vioolbouwer, wat praktisch is als er iets aan mijn instrument hapert. De bogen van mijn viool zien nogal af, ik snok heftig, misschien iets te."De hype: "Het is vandaag in om op een popplaat een batterij strijkers boven te halen. Dat kan best mooi zijn, maar ik zie te weinig groepen waarin de viool echt de muziek draagt. Bij Tindersticks zijn de violen wel vrij essentieel, maar het blijft toch vooral versiering. De melodielijnen worden gewoon aan de nummers gekleefd. Ik vind dEUS heel goed, maar ook daar is de viool niet extreem belangrijk. In sommige nummers uit hun beginperiode is het een leuke toevoeging, maar op hun recentste cd The Ideal Crash zijn ze een pure rockgroep geworden, met weliswaar knappe arrangementen. Het staat wellicht niet stoer om viool te spelen, maar ik voel mij daar goed bij. Ik hoop dat het imago verandert nu het instrument ook in andere muziekstijlen dan klassiek opduikt en een breder publiek bereikt. Hoewel ik ook regelmatig een gitaar vastneem, blijft de viool mijn instrument. Ik ben ermee opgegroeid. Daar kom ik niet meer van los."Andries Boone (Architecten Van De Toekomst): "Ik hoor weinig verschillen tussen een strijkkwartet van Sjostakovitsj en de gitaren van Metallica."Architecten Van De Toekomst komen uit het Leuvense. In '96 verliet het zevenkoppig collectief voor het eerst de repetitieruimte. Door de uiteenlopende muzikale achtergronden van de leden pakt de groep uit met een mengelmoes van stijlen, van dEUS-achtige rock tot folk. Andries Boone, de violist van het gezelschap, groeit intussen uit tot een veelgevraagd muzikant. Zo maakt hij deel uit van het nieuwste project van ex- Cro Magnon-brein Geert Waegeman: The Playmobils. De liefde voor de viool: "Eerst wou ik klarinet leren, maar uiteindelijk werd het toch viool. Dat leek een logische keuze, want mijn vader, mijn oom, mijn nicht en mijn zes jaar oudere zus speelden het ook al. Rond mijn achtste ging ik naar het conservatorium in Leuven. Eerlijk: het was niet altijd evident om gemotiveerd te blijven. Het duurt immers lang voor je iets deftigs uit de kast krijgt. De eerste jaren is het een ongelooflijk gekras. Ik heb enkele keren op het punt gestaan om er de brui aan te geven, maar ik werd thuis aangepord om te volharden." De wenk van de rockmuziek: "In de les speelde ik uiteraard klassieke stukken, maar al vlug ontdekte ik via mijn vader ook folk. Ik heb nooit in vakjes gedacht. Muziek is muziek. Als ik naar een strijkkwartet van Sjostakovitsj luister, hoor ik weinig verschil met de gitaren van Metallica. Qua ritme en structuren zie ik zeker overeenkomsten. Met een aantal kameraden had ik eerst een traditionele volksmuziekgroep. De latere zanger van De Architecten, Steven Decoster, was na een optreden zo enthousiast dat we samen een gelegenheidsorkest met doedelzakken vormden. Hoewel de twee optredens in jeugdhuizen een kakofonie van jewelste werden, was het best lollig. Het betekende de eerste stap naar De Architecten Van De Toekomst. We haalden er nog wat muzikanten bij. Ik nam bijvoorbeeld contact op met Koen, een saxofonist die ook bij Fluxus speelt en die ik kende van de folkstages in Gooik, en we waren vertrokken." De hype: "Blijkbaar spitsen de luisteraars hun oren vanaf het moment dat er een viool opduikt in een rocksong. Dat zag je al bij The Levellers. Toch zou ik de rol van de violist in een popgroep wat willen minimaliseren. Als je in een elektrische groep speelt, mag je al blij zijn dat je tijdens liveoptredens gehoord wordt. Ik vind dat de viool niet zo vaak voor een meerwaarde in de rockmuziek zorgt. Als je veel strijkers laat aanrukken, wordt het al gauw te melig. Peace, de nieuwe cd van Eurythmics, gaat daar naar mijn smaak wat te ver in. Op S&M, het nieuwe livealbum van Metallica met symfonisch orkest, staan knappe dingen. Hoe ze bepaalde gitaarpartijen door violen en cello's laten uitvoeren: mooi. Maar op andere momenten krijg je de indruk dat ze nogal geforceerd elk instrument in het geheel willen integreren en is het resultaat vrij overbodig. Je moet oppassen met overdadige arrangementen. Ik heb zopas meegewerkt aan de tweede cd van singer-songwriter Tom Helsen. Ik moest veel lange noten spelen, wat voor een violist redelijk moeilijk is. Op de repetities in Leuven zei Tom al snel: 'Oké, genoeg violen'. Voorzichtigheid is geboden. De viool kan zeker accenten leggen. Een catchy toets geven. Misschien kunnen strijkers ook de hoofdinstrumenten in een popmelodie zijn. Bij Bittersweet Symphony van The Verve hebben ze wel degelijk een functie. Ze geven gevoel aan dat nummer. Dat is op die plaat van Eurythmics niet het geval. Violen worden makkelijk als opvulsel aangewend. Ik moet toegeven dat ik bij de Architecten niet altijd iets vind dat echt bijdraagt tot de song. Ik vond dat Klaas Janzoons originele dingen deed op de eerste dEUS-plaat. De viool in Suds & Soda, ook al zijn het maar twee noten, bepaalt de sfeer van het nummer. Janzoons heeft trouwens ook folkroots. Zijn vader is draailierbouwer. dEUS en Die Anarchistische Abendunterhaltung hadden ongetwijfeld een grote impact. Maar toch waren zij niet de eersten in België om met strijkers te experimenteren. Enkele jaren voor hen was er nog het minder bekende Cro Magnon. Een aparte groep, die ook niet vies was van elektronica. Van The Balanescu Quartet was ik evenzeer onder de indruk. Mijn grote ambitie is om ooit stukken te schrijven voor symfonische orkesten. Op de computer sleutel ik nu al aan composities. Ik vind het raar dat klassiek vaak opzij wordt geschoven. Ik merk dat te weinig mensen het in een eigentijdse context willen plaatsen. Er moet iets aan het stroeve imago veranderd worden. Het marktaandeel van Radio 3 is opnieuw gedaald. Ik hoorde er ooit een gast commentaar geven bij een werk van Bach: 'Op de zestiende maat hoor je iemand op zijn achtste pedaal drukken.' Een oeverloze, technische uitleg, wie heeft daar een boodschap aan? Laat zo'n stuk toch voor zichzelf spreken." Christian Schreurs (Venus): "Ik speel geen viool op de klassieke manier. Ik sla er weleens op."Het Brusselse Venus kiest in '97 met akoestische gitaar, contrabas, drums, viool en stem voor de unplugged-formule. Ook live onderscheidt de band zich van de rest van het rockpeloton door een uitgesproken liefde voor het theater. Voor de vorig jaar verschenen debuut-cd, het indrukwekkende Welcome To The Modern Dance Hall, vonden ze onderdak bij de Italiaans independent Sonica Factory. De liefde voor de viool: "Mijn ouders waren lang geleden pianisten, maar werden door omstandigheden gedwongen om met muziek te stoppen. Daardoor gefrustreerd, wilden ze dat hun kinderen een instrument zouden bespelen. Mijn broers maakten voor de hand liggende keuzes: piano of gitaar. Ik wilde viool. Ik weet niet waarom. Ik was zes en wist nauwelijks wat het inhield. Mijn ouders probeerden me op andere gedachten te brengen omdat het zo'n ingewikkeld instrument is, maar er viel niet aan te tornen. Dus ging ik naar de muziekacademie. Ik zag verschrikkelijk af. Ik had een strenge maar goeie leraar. Regelmatig gaf ik te kennen ermee te willen kappen, maar ik werd verplicht door te zetten. Het was bij momenten heel zwaar, maar achteraf ben ik wat blij dat ik heb doorgebeten. Op m'n zeventiende wou ik even de rebel uithangen en schakelde ik over op elektrische gitaar. Louter voor de fun. Tot ongenoegen van mijn ouders. Ik zat in een schoolbandje, maar oefende daarnaast nog steeds op m'n viool. Ik leefde in twee verschillende werelden. Na mijn negentiende heb ik enkele jaren de viool onaangeroerd gelaten. Ik studeerde op dat moment voor geluidsregisseur en had nauwelijks nog tijd over."De wenk van de rockmuziek: " Marc Huyghens, de zanger van Venus, had vroeger de redelijk succesvolle groep So. Hij had me destijds gevraagd als gitarist, maar ik kon me toen niet engageren. In '95 werd de groep ontbonden. Na een van de laatste optredens zocht ik Marc backstage op. Ik polste of hij nog geïnteresseerd was om samen te werken. We zijn toen een duo begonnen. Met twee akoestische gitaren. Na een jaar kwam er nog een ritmesectie bij. Normaal gezien gingen we een cd opnemen, want So had bij platenlabel Bang een contract voor twee platen getekend. Enkele maanden voor we de studio wilden induiken, kregen we te horen dat er geen budget was. Een half jaar later bloedde ook die groep dood. Patric Carpentier, nu de scenograaf van Venus, vroeg ons toen om muziek te maken voor een theaterproductie. Ik speelde in dat stuk een beetje viool en kreeg er opnieuw zin in. Marc kwam daardoor op het idee om een volledig akoestische groep op te richten. Ik was stomverbaasd toen hij voorstelde om iets met een viool te doen binnen het rockidioom. Geen haar op mijn hoofd dat daar ooit aan gedacht had. Ik stond er dan ook sceptisch tegenover. Het begin was moeilijk. De viool zat niet meer zo in m'n vingers. Bovendien kende ik niks van rockmuziek. Ik ben opgegroeid met klassiek en met Frans variété. Het gevolg is dat bij Venus alles nieuw en fris voor me is. Het voordeel van een akoestische bezetting is dat je een natuurlijke klankkleur krijgt. We vormen een homogeen geheel. Een viool en een elektrische gitaar gaan naar mijn gevoel niet goed samen. Bij Venus vonden we snel een gemeenschappelijke energie. We kunnen fors spelen, vaak met een grotere power dan een elektrische rockgroep, maar ook heel stil en ingetogen. De dynamiek is enorm. Als je een distortion-pedaal induwt, sla je het geluid plat. Ik sluit niet uit dat ik ooit zo'n effect opzoek of dat we toch eens naar een versterkte gitaar en drumloops grijpen, maar ik vind dat we nog geen tiende hebben gehaald uit het potentieel dat in akoestische instrumenten zit. We amuseren ons en evolueren constant. Venus heeft een zekere eigenheid. Ik hoop dat dat nog een tijd zo zal blijven. Onze muziek is al een keer omschreven als dirty chamber music. Het klopt dat we een kleine line-up hebben, vandaar de link met kamermuziek. We zijn ook zelden uit op mooie en aangename klanken. Het mag gerust lelijk en agressief zijn. Ik ben geen André Rieux. Er zitten best zachte passages tussen, maar ik speel droog en simpel. Het is geen vioolspel op de klassieke manier. Ik sla weleens op mijn instrument." De hype: "De viool maakt een opmars in de rockmuziek, dat is duidelijk. Maar bij heel wat groepen functioneert het niet. Er wordt te veel techniek gedemonstreerd en dat haat ik. Het voegt ook niets fundamenteels toe. Meestal raakt het me niet. Bij dEUS is het anders. Wat zij gedaan hebben op hun eerste album en op de mini-cd My Sister = My Clock vond ik fabuleus. De viool klinkt op die platen soms heel brutaal. Dat boeit me meer dan al die gepolijste, lange noten. Naar mijn mening schuilt er een grote toekomst in het gebruik van akoestische instrumenten. De mensen gaan daar in dit computertijdperk meer en meer van houden. Er ligt hier een weg open voor pop en rock omdat zij een groter publiek kunnen bereiken dan de ernstige muziek. Het hedendaags klassiek is een gesloten wereldje. Live is de akoestische aanpak ook visueel aantrekkelijk. De toeschouwers voélen de vibraties van de instrumenten. Het heeft iets heel fysieks. Het palet is rijk en expressief. De combinatie met elektronica, zoals bij Die Anarchistische Abendunterhaltung op het derde album, lijkt mij ook een veelbelovende richting. Klassiek wordt door jongeren vaak als soft afgedaan. Ik herken dat. Als adolescent vond ik het ook maar vervelend. Probleem is dat die jonge mensen niet weten wat die muziek inhoudt. Er is zo'n ruime keuze aan klassiek en toch kennen ze enkel het werk uit de 18de en 19de eeuw. Begin 20ste eeuw werd, met Stravinsky, een bladzijde omgeslagen. Hij begon met dissonante en moderne elementen te goochelen. Wat hij deed, was alles behalve soft. Er zijn schitterende experimentele componisten, maar ze zijn minder mediageniek dan de popsterren. Mensen gaan te weinig op jacht naar onbekende dingen. Dat is zonde. Ik ben daar ook niet vrij van te pleiten, hoor. Als ik iets nieuws leer kennen, is het enkel omdat de andere leden van Venus me een tip hebben gegeven. Ik hoop dat ik ooit de tijd vind om in de mediatheek rond te neuzen. Ik weet hoe dan ook dat klassiek de enige muziek is die ik tot het einde van mijn dagen zal beluisteren. Rock is per definitie geassocieerd met de jeugd." Peter Van Dyck / Foto's Guy Kokken