Ergens in een groene hoek van Overijse, langs een slingerend wandelweggetje, zit Liesbeth Dillen aan haar computer te werken achter een groot raam. Ze draagt een rode jurk, een van de elf rode jurken uit haar kleerkast. Er was een tijd dat ze enkel zwart-witte mantelpakjes droeg, van Max Mara. Nooit een jurk of rok, en al zeker niet in het rood. Maar die tijd is voorbij. Er is vandaag weer kleur in haar leven, zegt ze.
...

Ergens in een groene hoek van Overijse, langs een slingerend wandelweggetje, zit Liesbeth Dillen aan haar computer te werken achter een groot raam. Ze draagt een rode jurk, een van de elf rode jurken uit haar kleerkast. Er was een tijd dat ze enkel zwart-witte mantelpakjes droeg, van Max Mara. Nooit een jurk of rok, en al zeker niet in het rood. Maar die tijd is voorbij. Er is vandaag weer kleur in haar leven, zegt ze. Naast haar staat een volle pot jasmijnthee, de eerste van vijf potten die ze die dag zal zetten. Ook op tafel : een zakje speculaas, van Le Pain Quotidien. Het is negen uur 's morgens, begin november, en drie nordicwalkers stappen kordaat voorbij haar witte huis, het enige modernistische huis van de straat. Ze stoppen even, bestuderen de gevel, en wijzen met hun skistokken naar het grote glasraam op de benedenverdieping. Wanneer ze Liesbeth Dillen opmerken, de rode vlek in de etalage, marcheren ze snel verder. Ze is het gewoon, de nieuwsgierige blik van voorbijgangers. "Deze kamer is mijn favoriete werkplek in huis", zegt ze. "Ik wou een groot raam, tot op de grond, met daarachter mijn bureau. Het uitzicht op het bos tegenover mij is fantastisch. Ik zie de seizoenen veranderen in de bomen en in de outfits van wandelaars, terwijl het binnen altijd warm blijft. Warm en stil." De stilte is de voornaamste reden waarom ze het interview vandaag het liefst bij haar thuis doet. Niet dat ze haar verhaal niet in een café wil vertellen, of tijdens een lunch buitenshuis. Het is alleen zo dat ze dan na drie uur kapot is, lichamelijk opgebrand, en de rest van de week moet bekomen. Boven het geroezemoes van een bar of restaurant moeten uitpraten, put haar uit. Ze heeft er niet genoeg adem voor. Elf jaar geleden, ze was toen 41, werd Liesbeth Dillen na een operatie aan haar schildklier wakker in ademnood. Er was een medische fout gebeurd. De arts had bij het opereren ook in haar stembanden gesneden. "Die heb je niet alleen nodig om te spreken, maar ook om te ademen", zegt ze. "Als je ademt, zetten je stembanden zich open zodat de lucht ongehinderd in en uit je longen kan stromen. Omdat de mijne verlamd waren, kreeg ik maar dertig procent zuurstof binnen. Daarmee kun je geen trap meer oplopen." Vandaag heeft Liesbeth Dillen zeventig procent ademcapaciteit, beter zal het nooit meer worden. Het valt niet meteen op als ze spreekt. Ze praat niet luid, maar wel enthousiast en geanimeerd. Als ze lacht, is het voluit. Pas na een half uur begint ze wat heser te klinken en gaat ze dieper ademen. Dat het pijn doet, vertelt ze er niet bij. Nog altijd wil ze zich niet neerleggen bij haar handicap. "Toen de dokters mij vertelden dat ik levenslang gehandicapt zou zijn, niet meer zou kunnen spreken, of werken, en me moest voorbereiden op een heel rustig leven, werd ik heel bang", vertelt ze. "Op carrièrevlak ging het toen net heel hard. Ik was de nummer twee in het directieteam van Ikea België. Ik was verantwoordelijk voor 1200 werknemers, moest wereldwijd reizen, gaf het beste van mezelf en had ook nog een jonge dochter. Van de ene dag op de andere gaan leven als een bejaarde vrouw, dat was uitgesloten. Ik zag twee opties : ik kon mijn dertig procent zuurstof gebruiken om een juridisch proces aan te spannen tegen het ziekenhuis, of ik kon op zoek gaan naar specialisten die me kon genezen. Ik koos voor de tweede optie. De weinige adem die ik had, wou ik investeren in iets positiefs. Vier maanden lang ben ik door mijn man en vriendinnen in mijn rolstoel van het ene ziekenhuis naar het andere gesleurd, op zoek naar iemand die kon helpen. Ik heb uiteindelijk twee behandelingen geprobeerd, eentje om weer te kunnen spreken en eentje om beter te ademen. Ik evolueerde van dertig naar zeventig procent zuurstof. Dat vond ik genoeg om opnieuw te gaan werken, beter zou het volgens dokters toch niet worden. Ik keerde terug naar Ikea en camoufleerde dat ik niet normaal kon ademen en praten." Ze had het kunnen weten, dat de grote klap nog zou volgen. In 2006, ruim twee jaar na de mislukte operatie, krijgt Liesbeth Dillen een burn-out, het gevolg van jarenlang hard werken, veel reizen, haar lichaam verwaarlozen en signalen negeren. "Mijn stem was weg en mijn lichaam uitgeput. Ik ben toen frontaal tegen de muur gelopen", zegt ze. "Mijn ego kreeg een ferme deuk. Ik haalde mijn hele identiteit uit mijn job. Twintig jaar had ik voor Ikea België gewerkt. Ik was CEO in opleiding, een echte carrièremadame. Toen mijn lichaam niet meer meekon en ik achterop raakte, mentaal en fysiek, voelde ik me zo zwak en klein. Maar bij Ikea reageerden ze fantastisch. Ik mocht thuisblijven om te rusten, nadien zouden ze me promoveren en klaarstomen om ook trainee CEO te worden in Nederland." Zover is het uiteindelijk nooit gekomen. Tijdens haar herstel zocht Liesbeth Dillen rust in de natuur, in kunst en muziek, in yoga en creatieve managementboeken. Het zette haar aan het denken : wat geeft me energie, wat is mijn visie op de toekomst, waarmee kan ik een verschil maken? "Ik heb toen moeten inzien dat ik mezelf aan het verliezen was. Ik ben eigenlijk een warm gevoelsmens, maar in mijn job was ik een harde zakenvrouw geworden. Het was alsof ik een masker droeg, om me recht te houden, ik noem het mijn pokerface, mijn powerblik. Ik kan mijn carrièregezicht nog altijd opzetten (ze trekt haar ogen op, steekt haar kin vooruit, alsof ze wil zeggen : laat maar komen). Tijdens mijn herstel heb ik ingezien dat ik me niet langer wou verschuilen achter dat masker. Ik wou mijn eigen gezicht tonen." Eind 2006 geeft ze haar ontslag, niet veel later begint ze een eigen bedrijf, She works with wo-men. "Een burn-out is niet het einde van je leven. Voor mij betekende dat het begin van een heel nieuw hoofdstuk." Als ze terugkijkt op haar jaren bij Ikea, ziet ze een pinguïn in een gouden kooi. "Een pinguïn omdat ik enkel zwart-witte mantelpakjes droeg. Dat was het uniform dat ik mezelf aanmat. Zo mannelijk mogelijk. Het waren de jaren negentig toen ik wereldwijd voor Ikea begon te reizen. Ik had een marketingfunctie, zat de ene week in Hongkong, de andere week in Dubai. Je zag toen weinig vrouwen aan de top van de bedrijfswereld. Ik liep op het vliegveld tussen de bedrijfspinguïns, zoals ik hen noem. Ikea is een heel relaxed bedrijf, iedereen draagt er jeans. Ik toen ook. Maar mijn job speelde zich vaak buiten af. Ik moest grote investeerders en consultants ontmoeten, wereldwijde projecten leiden. Ik hoorde ook bij een andere stam, de carrièremensen, en die droegen allemaal zwart-wit. Ik had kort haar, droeg platte schoenen. Ik wou erbij horen, hoewel niemand me verplichtte om er zo uit te zien. Ik kreeg voortdurend kansen om hogerop te geraken. Verschillende mannen, onder wie de toenmalige Ikeabaas Michael Ohlsson, nodigden me uit aan tafel en wilden mijn ideeën horen." Ze probeerde alles te zijn wat ze dacht dat een jonge zakenvrouw moest zijn. Maar hoe hoger ze klimt, hoe meer ze gevangen raakt in een gouden kooi. "Ik begon mijn eigenheid te verliezen. In die zwart-witte look kon ik mijn vrouwelijkheid niet kwijt. Ik begon te verharden. Eigenlijk ben ik een pauw, geen pinguïn. Ik wil stralen, kleur dragen. Dus begon ik juwelen te kopen, met diamanten in, omdat ik mijn eigen glans aan het verliezen was. Onder mijn mantelpakjes droeg ik schitterende lingerie van La Perla, om me toch vrouwelijk te voelen." Dat haar huwelijk toen stukliep, deed haar zelfbeeld ook niet goed. "Ik ben geboren in Nederland, als eindtwintiger verhuisde ik naar België voor een Belgische man. We hebben samen een dochter, Marine, ze is het mooiste cadeautje in mijn leven. Maar tussen haar vader en mij ging het niet langer. Toen Marine vijf was, zijn we gescheiden. Dat voelde aan als een falen. Omdat ik zelf opgroeide in een gebroken gezin, mijn vader stierf aan kanker toen ik zestien was, had ik het enorm moeilijk met het idee dat ook mijn dochter in een beschadigd gezin zou groot worden. Het was mentaal zo'n moeilijke keuze, maar achteraf gezien is de scheiding de beste beslissing van mijn leven geweest. Ik ben vertrokken met enkele vuilniszakken vol spullen en ben opnieuw begonnen." Een paar jaar later ontmoet ze Chris, een collega bij Ikea. "Ik had gezworen nooit een relatie te beginnen met iemand van het werk. Tot ik Chris leerde kennen. Ik viel voor zijn karakter, zijn waarden. Op mijn veertigste zijn we gaan samenwonen. Kort daarna gebeurde die zware medische fout en duwde hij me door alle ziekenhuizen in een rolstoel. Mijn liefde voor Chris en mijn dochter hebben me toen overeind gehouden. Ik heb hun dat nog nooit verteld, maar zij gaven me de kracht om niet op te geven. Zonder hen had ik tijdens mijn burn-out ook niet zo hard gevochten om weer beter te worden. Ook mijn beste vriendinnen ben ik heel dankbaar, mijn soulsisters. Zij waren er voor mij, ook al maakte ik niet altijd evenveel tijd voor hen. Mijn leven is zoveel rijker met hen, ook al wonen ze verspreid over Zweden, Denemarken, Nederland en België. Ze fluiten mij terug als ik mezelf verwaarloos, voeden mij, en confronteren me met mezelf op een uiterst liefdevolle manier. Ook mijn moeder doet dat." Vandaag is ze blij dat ze na haar burn-out haar ontslag gaf bij Ikea. Dat ze geen vast inkomen meer heeft, maar hard moet werken om klanten en projecten binnen te halen, doet haar deugd. Het houdt haar fris. "Ik ben in 2007 een jaar gaan bijstuderen in Stockholm rond coaching en mentoring. Daarna heb ik mijn eigen bedrijf opgericht. Met She works with wo-men help ik kmo's en multinationals in Europa in het creëren van een betere businessplanning en een gezonder werkklimaat. Ik vind Ikea nog altijd een fantastisch bedrijf, het is een van mijn trouwe klanten." In haar nieuwe functie ontmoet Liesbeth Dillen CEO's en werkgevers die er alles aan willen doen om een positieve werkomgeving te creëren, met oog voor het menselijke kapitaal. "Mijn taak is die van een gps : ik vraag bedrijven, teams, mannen en vrouwen waar ze staan in het leven, waar ze naartoe willen, en hoe ze daar denken te raken. Normaal heb je in het bedrijfsleven twee dingen nodig om vooruit te komen : macht en geld. Ik zet nog een derde factor op de agenda : welzijn en menselijkheid. Ik werk van onderuit, wat willen de werknemers en consumenten, hoe praten zij over hun werk en leven? Blijven we het oude machtsspel spelen, of verander ik met hen de spelregels?" Haar adem- en stemprobleem bracht een onverwacht cadeau met zich mee. Ze kreeg betere ogen en oren. "Het doet pijn als ik te lang praat. Als ik een hele dag training geef, dan moet ik nadien een dag stilte inplannen in mijn agenda. Maar door stil te moeten zijn, ben ik beter gaan observeren. Zo heb ik ingezien dat ik niet alleen ben. De Wereldgezondheidsorganisatie voorspelt dat burn-out en depressie tegen 2020 de grootste reden zal zijn voor afwezigheid op het werk. Ook het World Economic Forum zette het thema vorig jaar op hun agenda. Wat ik met She probeer te doen is sensibiliseren en activeren. Op de werkvloer doen mensen zich vaak anders voor dan ze zijn. Vaak voelen ze aan dat er iets moet veranderen in hun bedrijf, in hun leven, maar weten ze niet hoe. Ze zitten vast en verschuilen zich achter een masker. Ik moedig hen aan om dat af te nemen. Als ik ergens ga spreken, voor een grote multinational of op een congres, zet ik ook mijn masker af. Ik begin mijn presentatie met mijn visie op werk, mijn levenslessen als zakenvrouw. Maar daarna toon ik ook die andere powerpointpresentatie: over mijn burn-out en de muren waarop ik gebotst ben. Dat maakt altijd hevige reacties los in de zaal. Ik schrik van elke staande ovatie." Dat openlijk vertellen over haar burn-out, doet Liesbeth Dillen nog niet lang. Pas toen ze eind 2013 gevraagd werd om een Ted Talk te geven, waagde ze de sprong, voornamelijk om anderen te tonen dat een burn-out geen stigma hoeft te zijn dat je de rest van je leven meedraagt. "Aangemoedigd door de speech die ik van de Amerikaanse Brené Brown had gezien, over de kracht van je kwetsbaar opstellen, heb ik toen voor het eerst over mijn crash verteld. Ik voelde me ontzettend naakt, alsof ik voor een publiek stond te strippen. Maar die Ted Talk heeft veel reacties losgemaakt, ook vandaag nog. Ik krijg mails van mensen die zich herkennen in mijn pokerfaceverhaal, die vinden dat ze mentaal verharden, hun intuïtie negeren. Ik heb ondertussen gehoord dat mijn lezing in Australië en de Verenigde Staten getoond wordt tijdens leiderschapstraining. Niet alleen omdat het menselijke verhaal hen raakt, ook omdat mijn visie op werken in de toekomst blijkbaar inspireert. Vroeger zag je carrière eruit als een ladder, je begon onderaan en klom naar boven. Vandaag bekijk je je loopbaan het best als een klimmuur : je zit enkele jaren op een project, dan maak je een zijsprong naar iets anders. Er is een nieuwe realiteit, met steeds hogere verwachtingen van klanten, globalisering, meer doen met minder. Dan train je best je aanpassingsvermogen en veerkracht. Voorlopig overheerst het klassieke, hiërarchische economische model nog altijd. Maar ik werk al met veel bedrijven die anders denken, nieuwe manieren van werken zoeken, met vier generaties op de werkvloer." Toen Emma Watson zich enkele weken geleden voor de Verenigde Naties uitsprak over gendergelijkheid, zat Liesbeth Dillen thuis te glimlachen. "Wat zij toen vertelde, is ook al jaren mijn boodschap. Menselijkheid en gelijke rechten op het werk is geen verhaal van man tegen vrouw. Feminisme is ook een mannenzaak. Gelukkig kom ik veel mannelijke bedrijfsleiders tegen die dat al lang hebben ingezien en ook voor zichzelf, hun werknemers en klanten een fundamenteel beter werkklimaat willen." Toen Liesbeth Dillen vanmorgen wakker werd, voelde het alsof er twee vrachtwagens over haar waren gereden. "Het is mijn manier om 's morgens aan mijn man uit te drukken hoe ik me voel. Als ik het over vier vrachtwagens heb, weet hij dat we al onze weekendplannen moeten afzeggen omdat ik me te uitgeput voel. Door die adembeperking ben ik vaak moe, en het jarenlang verwaarlozen van mijn lichaam heeft me geen deugd gedaan. Maar ik wil geen oude zeur zijn. Ik zie mezelf niet als een gekwetst vogeltje, eerder als een galopperend paard. Afgelopen weekend voelde ik nul vrachtwagens toen ik wakker werd, dat was een goed weekend." Dat haar lichaam niet altijd meewil, houdt haar niet tegen om vooruit te plannen. In de toekomst ziet ze zichzelf terug meer buiten Europa werken, wat meer reizen. Ze wil, samen met haar man, ook nog een paar jaar in het buitenland gaan wonen, voor het avontuur. "Ik zal altijd de stilte moeten opzoeken om mijn batterijen op te laden, maar ik wil mezelf ook uit mijn comfortzone blijven duwen. Ik wil fris blijven, nieuwe ideeën opdoen, levenslang bijleren. Als we allemaal langer moeten werken, kan ik op mijn 52 nog niet aan uitbollen denken. Ik wil tot mijn zeventigste professioneel actief zijn, ik ben nog maar net over de helft van mijn carrière. Het ontroert me dat ik met minder adem en een stemprobleem nu over heel Europa spreekbeurten geef, om leiders en hun teams net zuurstof te geven tot verandering." Misschien schrijft ze nog een boek, over vrouw-zijn in de 21e eeuw. Misschien gaat ze nog in Azië wonen, of Australië. Maar niet meteen vandaag. Straks komt er een jonge vrouw langs voor mentoring, volgende week moet ze naar Madrid voor vijf dagen training. Er wordt nieuwe jasmijnthee gezet, chocolade wordt bovengehaald. Liesbeth Dillen geeft haar aandacht terug aan haar computer. Jazzmuziek speelt op de achtergrond, ze tokkelt op haar klavier. Dat er buiten weer twee wandelaars naar haar huis wijzen met hun skistokken, ziet ze niet. Ze is gefocust bezig, alsof ze nog maar net begonnen is. DOOR ELKE LAHOUSSE & FOTO'S EVA VERMANDEL"Ik kon een proces aanspannen tegen het ziekenhuis, maar ik verkoos de weinige adem die ik had te investeren in iets positiefs" "Normaal heb je in het bedrijfsleven macht en geld nodig om vooruit te komen. Ik zet een derde factor op de agenda : welzijn en menselijkheid"